De grote flexi-job revolutie: kans op extra loon of bedreiging voor vaste jobs?
Sinds 1 juli dit jaar is flexi-jobben mogelijk in bijna alle sectoren. Dat maakte de federale overheid al eerder dit jaar bekend. Waar dit statuut voorheen beperkt bleef tot onder meer de horeca en de detailhandel, kan dit systeem nu worden toegepast op een veel grotere schaal. Sectoren kunnen via hun paritair comité wel nog kiezen voor een opt-outsysteem om de uitbreiding te blokkeren.
Vóór 1 juli kwamen flexi-jobs voor in aantal beperkte sectoren. De horeca en de voedingssector hadden het merendeel van de flexi-jobbers in dienst. De grootschalige uitbreiding naar alle sectoren brengt zowel kansen als risico’s met zich mee. Dat merkt ook Sarie, die bijklust in een bakkerij. “De uitbreiding van flexi-jobs naar andere sectoren is op zich positief, maar de overheid moet streng controleren of flexi-jobbers wel effectief al een hoofdactiviteit hebben”, stelt ze. Het statuut is wettelijk immers voorbehouden voor wie al minstens drie vierde werkt of gepensioneerd is.
De uitbreiding van de flexi-jobs naar de andere sectoren staat nog in de kinderschoenen en het wordt afwachten hoe het zal uitpakken. Critici vrezen dat de maatregel vaste banen in gevaar brengt. Zo verscheen recent een artikel op de website van het ACV waaruit blijkt dat bijna 1 op de 8 ondernemingen die vorig jaar flexi-jobbers aannamen, vandaag geen enkele vaste werknemer meer in dienst heeft. “We moeten opletten dat flexi-jobs de vaste jobs niet verdringen”, waarschuwt Sarie. “Bovendien dreigen er spanningen te ontstaan tussen vaste werknemers en flexi-jobbers, omdat er een verschil kan zijn in het loon dat zij ontvangen, ook al leveren zij hetzelfde of gelijkaardig werk.” Daarnaast blijkt uit het artikel van het ACV dat maar liefst 25% van de flexi-jobbers gepensioneerd is. Hoe de arbeidsmarkt deze hervorming op lange termijn verteert, blijft voorlopig afwachten.
Foto: ©Newman Photographs op Pexels



