© Anke De Vries
12/06/2020,

Ruben Van Gucht: ‘Het virtueel wielrennen heeft geen bestaansrecht als er geen toppers meedoen’

Op 5 april was het zover: de eerste virtuele Ronde van Vlaanderen. Nadat het coronavirus ook roet gooide in het eten (of in dit geval gelletjes) van het wielerseizoen, probeerden organisatoren en wielrenners toch voor een alternatief te zorgen: virtuele wielerwedstrijden. Maar was dit nu een succes? En zit er een toekomst in na de coronacrisis?

Met 613.486 kijkers op Eén, 250.000 unieke hits op de website van Sporza, en veel belangstelling vanuit het buitenland, kende de virtuele Ronde van Vlaanderen een vrij groot succes, volgens sporza.be. Dat succes maakte heel wat ploegen warm om deel te nemen aan de virtuele Ronde van Zwitserland. Van 22 tot 26 april reden 19 ploegen van telkens 3 renners in de rittenkoers georganiseerd door Velon, een collectief van wielerploegen. Ondertussen werd er ook al een virtuele Giro gereden, maar de aandacht voor deze koersen lijkt af te nemen nu de nieuwe wielerkalender is bekendgemaakt. Daardoor rijst de vraag of er een toekomst zit in het virtuele wielrennen? En hoe kan die toekomst er uitzien?

View this post on Instagram

Relive @gregvanavermaet’s victory in #DeRonde2020 🏆

A post shared by Ronde van Vlaanderen (@rondevanvlaanderenofficial) on

De mening van: een wielrenner
In het peloton zijn de meningen verdeeld. Zo pleitte Greg Van Avermaet, renner bij CCC Team en winnaar van De Ronde van Vlaanderen op rollen, om elke week een virtuele koers te rijden. Maar niet iedereen is daar fan van. Stijn Steels, renner bij Deceuninck – Quick-Step, begrijpt dat het publiek en de sponsors het gegeven leuk vinden, maar volgens hem komt het niet in de buurt van echt koersen. ‘Het wielrennen heeft ook de spanning van positie kiezen, het wringen, goed het peloton kunnen sturen, de wind, de snelheid voelen. En op de rollen is het gewoon trappen en zien waar je komt en dat is eigenlijk een andere sport.’

Steels volgde ook de virtuele Ronde Van Zwitserland en ook daar had hij zijn bedenkingen bij: ‘Er reden mannen op het podium waar ik nog nooit van gehoord had en in echte koersen niet mee kunnen, maar wel gigantisch goed zijn in dat type van koersen.’ Volgens hem zijn het type rollen de meest belangrijke factor. ‘Wij zullen nooit iemand van onze ploeg vooraan zien, omdat wij met Tacx-rollen rijden, ook al geven die een goed vermogen weer.’

Dat Stijn Steels geen fan is van de virtuele koersen, wilt niet zeggen dat hij geen fan is van Zwift, het systeem waar online op gekoerst kan worden. ‘Ik gebruik dat wel graag, vooral in de winter. Het is dan wel eens slecht weer en het is handig om daar dan wat trainingsblokken op te doen. Je steekt uw training erin en je moet naar niks meer kijken, wat het heel interessant maakt’, sluit de renner af.

Ploegmaat Andrea Bagioli deed wel mee aan de virtuele Ronde Van Zwitserland, en maakte daarbij gebruik van de Tacx-rollen.

De mening van: een sportjournalist en een sportcommentator
Zowel Sporza-journalist Ruben Van Gucht als sportcommentator bij Eleven Sports Matthias De Vlieger waren al lang blij dat het zwarte gat dat kwam met het wegvallen van de geplande wielerwedstrijden, werd opgevangen. Beiden hebben liever ‘een soort van’ koers dan helemaal niets om naar te kijken. 

Al waren ze het niet over alles eens. Zo was Van Gucht er geen fan van om meerdere koersen te houden en de Ronde van Vlaanderen volstond voor hem.

Matthias De Vlieger begrijpt de mening van Ruben Van Gucht, maar vindt wel dat het iets heeft om naar te kijken. ‘Ik vind het interessant, want het is een nieuwe ervaring. Het lijkt soms wat op tijdritten, omdat het man tegen man is, en ik begrijp dat sommigen daar geen fan van zijn. De beleving is inderdaad niet hetzelfde als bij een gewone koers. Maar ik vind het wel interessant, want je ziet een uur lang mensen over de rooie gaan en dat vind ik wel attractief.’ 

Bij de Ronde van Vlaanderen leek het echter dat er veel meer beleving was in de koers zelf en leek de koers realistischer. Maar hoe komt dat nu?

De vraag is echter of die virtuele koersen wel eerlijk waren. Zo trapte de Franse renner, van AG2R La Mondiale, Pierre Latour in de derde etappe van de Ronde van Zwitserland hogere wattages dan Lance Armstrong destijds reed onder invloed van epo. Dat kan natuurlijk niet. Dat vindt ook De Vlieger: ‘Het moet een eerlijke competitie worden en ik denk dat je dat alleen maar kan krijgen als je in dezelfde ruimte zit, met al die verschillende renners samen, met dezelfde apparatuur, en als vooraf ook iedereen gewogen wordt.’ 

Dat is natuurlijk geen evident gegeven, maar in het wielrennen is er natuurlijk een groot wantrouwen. Dat weet Ruben Van Gucht ook, alleen vindt hij het geen noodzaak om de renners in dezelfde ruimte te steken. ‘Ik denk wel dat het belangrijk is dat er geen verschil is tussen de rollensystemen en de omstandigheden’, vertelt hij. ‘Ook moeten de renners op hetzelfde hoogteniveau rijden, want anders is er sprake van competitievervalsing en dat kan natuurlijk niet.’

Bij de uitzending van de virtuele Ronde van Vlaanderen was er te zien dat niet iedereen in dezelfde omstandigheden reed. De ene zat buiten op zijn fiets, de andere in zijn garage of de woonkamer.

Maar is er nu voldoende interesse in een koers op rollen als er opnieuw wedstrijden zijn op de weg? En gaan de toprenners als Greg Van Avermaet en Julian Alaphilippe van Deceuninck – Quick-Step wel willen meerijden eenmaal er weer gewone wedstrijden zijn? Of moet er dan een heel nieuw genre renners opstaan die zich specialiseren in de onlinekoersen?

Ruben Van Gucht ziet deze tweede optie alvast niet zitten. ‘Het mag er zijn op voorwaarde dat de toppers meedoen. Anders heeft het geen bestaansrecht. Het interesseert mij niet dat daar een paar nobody’s op die rollen gaan zitten.’ 

Maar of die toppers ook gaan meedoen als er terug een volwaardige wielerkalender is, daar gelooft hij niet in. Volgens Ruben Van Gucht is de onlinekoers dan ook eerder een doodgeboren kind. 

De mening van: een Marketing & Communication Manager
Ook voor Maxime Segers, Marketing & Communication Manager van wielerploeg Circus-Wanty Gobert Pro Team, was het virtuele wielrennen eerder een oplossing om de renners fit te houden in deze tijden. Beter iets dan niets. ‘Het was een goede vervanging voor wielrenners die niet buiten konden of mochten trainen, zoals in Spanje en Italië’, zegt Segers. ‘Maar nu er terug op de baan mag gefietst worden, kiezen de meesten daarvoor.’

Volgens Segers zit er ook weinig toekomstmuziek in een mogelijke e-sportvariant:

‘Het virtuele wielrennen vraagt toch nog om een echte fysieke inspanning, wat niet het geval is bij andere e-sporten zoals virtueel voetballen.’

Een virtuele rit is helemaal anders dan een rit op de baan, om de redenen die eerder al aangehaald zijn. Daardoor denkt Segers dat de renners uit het peloton dat we nu kennen, niet snel zullen overschakelen naar de virtuele variant. Als het virtuele wielrennen een volwaardige e-sport zou worden, zullen we de deelnemende renners dus ook niet per se op de baan zien rijden.

De nieuwe wielerkalender: een vloek of een zegen?
Nu het coronavirus aan kracht lijkt te verliezen in Europa, wordt er gekeken om de meeste sportcompetities opnieuw op te starten. Ook binnen het wielrennen leidde dat tot enthousiasme bij zowel de renners, de commentatoren, als de wielerliefhebbers. Maar toch zijn er enkele vragen die bij deze nieuwe kalender moeten worden gesteld.

Ruben Van Gucht stelt zich minder vragen rond de haalbaarheid van de kalender. ‘Naar bezetting van de ploegen toe zou er geen probleem mogen zijn’, legt hij uit. ‘Elke ploeg heeft ongeveer 25 renners in zijn bestand, en in sommige koersen mogen of moeten maar zes of zeven renners starten.’ 

Wel ziet Van Gucht dat de kalender vooral gericht is op Europese koersen. Hij denkt dan ook dat de geplande koersen kunnen gereden worden, als een tweede golf van het coronavirus uitblijft en als het merendeel van het peloton meerijdt. ‘Ook al kunnen sommige renners dan niet meerijden omdat ze vastzitten in landen die nog zwaar getroffen worden door het coronavirus.’

Of de koers nu ook effectief spannender zal worden door de nieuwe kalender, kan op twee manieren bekeken worden. 

Matthias De Vlieger denkt dat het minder voorspelbaar zal worden, omdat bepaalde renners pas in het najaar hun topvorm bereiken. En omdat een deel van de wedstrijden van het voorjaar verplaatst zijn naar het najaar, maken deze renners nu een kans om een koers te winnen waar ze normaal niet veel kunnen uithalen.

Ook Ruben Van Gucht denkt dat het onvoorspelbaarder kan zijn, omdat het in het duister tasten is over de voorbereidingen die de renners hebben kunnen doen. Maar toch voorspelt hij dat vooral de toppers binnen de ploeg naar voren zullen geschoven worden. ‘Wel kan het zijn dat er dat het peloton hier en daar uitgedund is op het vlak van bekende namen, omdat er keuzes moeten gemaakt worden in het programma’ sluit Van Gucht af.

Check hieronder de nieuwe wielerkalender voor dit najaar met de belangrijkste wielerwedstrijden.

© Matti Van Vaerenbergh
Sommige wedstrijden worden nu op hetzelfde moment gereden, waardoor renners en ploegen verplicht zijn om te kiezen. © Matti Van Vaerenbergh

Virtueel wielrennen: tijdelijke hype of een blijver?
Een toekomst voor het virtueel wielrennen is zeker niet uitgesloten. Maar of het ooit een even groot succes zal kennen als het gewone wielrennen, is nog maar de vraag. Er lijken heel wat maatregelen genomen te moeten worden voordat er ook effectief een eerlijk virtueel koerssysteem kan opgestart worden. En wie weet staan er dan nieuwe wereldsterren op in een nieuwe wielerdiscipline.

Tekst: Simon Dupont, Matti Van Vaerenbergh, en Jef Apers, foto bovenaan: © Anke De Vries