COLUMN – Op Internationale Vrouwendag sloeg ik een spiegel aan diggelen en danste ik op de glasscherven
30 wijnflessen, 10 borden, 3 nachtkastjes en een spiegel. Dat is de tol die Internationale Vrouwendag gisteren voor mij geëist heeft. Samen met mijn zus en twee vriendinnen ging ik naar een rage room: vier wanden die niet luisteren of spreken, en gelukkig ook niet voelen. Dertig intense minuten aan gooien, slaan, kappen met een koevoet of katapulteren met een golfstick. Ik hoor u al denken: wat een dag om het stereotype van een gefrustreerde vrouw in viervoud te bevestigen. Eerlijk gezegd was de timing geheel toevallig. De boeking lag al twee maanden vast en ik had niet stilgestaan bij de datum. Maar bij deze stel ik u alvast gerust: voor deze week is het er allemaal uit.
We trokken naar een afgelegen loods in een uithoek van België. De man van de organisatie – of zoals ik hem graag omschrijf: de woedebeheerder – gaf ons veiligheidsinstructies, en met beschermingskledij betraden we het strijdveld. Op mijn Adidas Gazelles wel – ik ben een kind van mijn generatie – en als gevolg verbaasd dat ik geen teen verloren ben. Mijn oog viel meteen op een van de kastjes dat klaarstond voor onze hamer: een prachtig vintage exemplaar. ‘Dat is te mooi om kapot te slaan’, zei ik tegen de woedebeheerder. Voor drie euro mocht het mee naar huis. Net zoals van Vrouwendag is het doel van zo’n rage room uiteindelijk ook niet om af te breken, maar om te bevrijden.
Op voorhand mochten we een foto doorsturen die ingekaderd klaar zou staan om in te slaan. In de kamer naast ons werd P. Diddy bijvoorbeeld bont en blauw geslagen – hij kent natuurlijk alles van rage rooms. Het was moeilijk om met ons vieren één persoon te kiezen, dus lieten we dat maar gewoon aan onze verbeelding over. In de plaats daarvan dacht de woedebeheerder dat we het misschien wel fijn zouden vinden om een spiegel aan diggelen te slaan. Dat was de meest feministische uitspraak die ik in lange tijd van een man had gehoord. Het duurde geen tien seconden of hij lag in stukken op de grond, als een gebroken reflectie van opgekropte frustraties.
Binnen het halfuur dansten we op een imperium glasscherven en houtschilfers. Toch voelden we zeker drie keer de nood om die aan de kant te vegen, en dat lag niet alleen aan mijn dunne zolen. Het was alsof we ons toch niet volledig comfortabel voelden in de ravage die we aanrichtten. Dat hebben we dan ook nooit geleerd.
Nadat we de laatste flesjes tegen de muur hadden gesmeten, hingen we de koevoet en knuppels aan de muur zoals Merlijns vader Excalibur in de rots stak. Aan iedereen die klaar is met mindfulness en yoga: ga eens een halfuurtje brokken maken. Minder confronterend, minstens even ontspannend. Als u trouwens nog meer het gevoel wil dat u het patriarchaat vernielt: u kan ook een auto slopen. De woedebeheerder wist me na afloop te melden dat wie dit weekend boekt tien procent korting krijgt dankzij Internationale Vrouwendag. Ironisch genoeg gold die korting niet op 8 maart zelf.
Ik betaalde nog drie euro voor het nachtkastje en sleurde het eigenhandig naar de auto. ‘Gered van haar ondergang’, zei ik al lachend tegen de woedebeheerder. Zo sloot ik die opstandige Vrouwendag dan toch af met vrouwelijke zachtheid. Het bewijs dat die twee effectief naast elkaar kunnen bestaan.
Tekst en beeld: Una Roosen



