Steffen Prößdorf, CC BY-SA 4.0
10/05/2025

Meer inhaalacties, minder beleving: het dilemma van Formule E

Monaco over een week: glimmende jachten, het geronk van motoren, en het iconische stratencircuit dat al sinds de eerste officiële editie in 1950 op de Formule 1-kalender staat. Tien jaar geleden kwam daar de toen gloednieuwe Formule E bij. Maar terwijl de ene race wereldwijd miljoenen kijkers trekt, worstelt de andere nog met zijn imago.

Monaco, hetzelfde circuit, andere race

De Grote Prijs van Monaco is zonder twijfel een hoogtepunt in het Formule 1-seizoen: nauwe straten, weinig inhaalmogelijkheden, maar bovenal: pure prestige. Amper twee weken eerder raast de Formule E erdoor tijdens de Monaco E-Prix, op vrijwel hetzelfde parcours, maar in een compleet andere sfeer.

Volgens Stef Vandeputte, motorsportfotograaf en fervent autosportliefhebber, zit het verschil niet enkel in het geluid of de snelheid. ‘In F1 hoor je het gebrul van de motor al van ver. Bij Formule E klinkt het eerder als een fluitende drone. Maar het echte verschil zit hem in de dynamiek van de races. Beide sporten zijn spannend, maar dat geheel op hun eigen manier.’

Minder decibels, meer actie?

Wie denkt dat Formule E een trage versie is van F1, heeft het mis. De topsnelheden liggen weliswaar lager (ongeveer 280 km/u tegenover 360 km/u in F1), maar het aantal inhaalmanoeuvres ligt opvallend hoger.

Cijfers van RacingsNews365 toonde aan dat tijdens de Monaco E-Prix van 2024 maar liefst 197 inhaalacties plaatsvonden, tegenover amper 4 tijdens de F1-race op hetzelfde circuit. Dat verschil is gigantisch. Maar het is belangrijk om het bredere plaatje ook te bekijken.

‘Monaco is een grote uitzondering op de F1-kalender. Het voldoet niet aan een groot aantal van normen die de Internationale Autosport Federatie (FIA) oplegt voor de F1. Zo moet een circuit bijvoorbeeld minstens vier kilometer lang zijn, dat van Monaco is amper 3.3 kilometer. Je kan die race dus niet als veralgemening voor heel de sport gebruiken.’ Aldus Vandeputte.

Toch blijft het verschil in inhaalmanoeuvres groot. Wanneer we naar de gemiddelde van 2024 gaan kijken waren er in de Formule 1 gemiddeld 32,8 inhaalacties per race. In de Formule E waren dat er ruim vijf keer meer, zo’n 160 per race.

Steffen Prößdorf, CC BY-SA 4.0 - Inhalen in Formule E blijkt een stuk makkelijker dan in Formule 1.
Steffen Prößdorf, CC BY-SA 4.0 – Inhalen in Formule E blijkt een stuk makkelijker dan in Formule 1.

 Artificiële actie

Die uitermate hoge cijfers moeten wel met een korrel zout genomen worden. De sport maakt gebruik van virtuele bonussen die ervoor zorgen dat de wagen sneller gaat. Zo bestaat er in Formule E iets als Attack Mode. Hiervoor moet een coureur door een zone rijden die afwijkt van de racelijn. Daardoor krijgt een hij voor beperkte tijd (2 keer met een totaal van twaalf minuten) extra vermogen voor zijn auto. Het concept zorgt voor een tactisch steekspel aangezien niet iedereen op hetzelfde moment kiest om de modus te gebruiken. Dat resulteert in grote verschillen in vermogen op het circuit wat zorgt voor meer inhaalmanoeuvres.

Vroeger was er ook de Fanboost, waarbij fans zelf konden stemmen op welke coureur een voordeel kreeg. Die bonus gold wel maar voor enkele seconden, maar kon toch het verschil maken tussen eerste en tweede. En dat puur op basis van populariteit. Door toenemende kritiek werd het enkele seizoenen geleden dan ook geschrapt.

In de Formule 1, niets daarvan. Het tactische spel wordt daar gespeeld rond de pitstops. Een manier die makkelijker te begrijpen valt voor fans, aangezien bandenslijtage voor veel mensen minder abstract is dan Attack Mode.

 Duurzaamheid als troef, of als marketing?

Formule E werd in 2014 opgericht met als doel duurzaamheid te promoten in de autosport. En dat spreekt jongeren aan. In een enquête van YouGov (2023) gaf 62% van de jongeren tussen 18 en 25 aan dat milieuvriendelijke sportevenementen hun voorkeur hebben. Formule E probeert die rol te vervullen: alle auto’s rijden elektrisch, de races vinden plaats in stadscentra (om transport te beperken) en de organisatie compenseert haar CO₂-uitstoot volledig.

Toch blijft er ook kritiek. Zo vragen sommigen zich af of de duurzame boodschap niet ondermijnd wordt door commerciële belangen.

 Wat met de fans?

Formule 1 is zonder twijfel de meest populaire motorsport ter wereld. Sinds de overname van de sport door het Amerikaanse Liberty Media in 2016, is die populariteit opnieuw sterk aan het groeien.

Dat ziet ook Stef Vandeputte: ‘F1 is sowieso als sport een gevestigde waarde. Recent is de populariteit verder gegroeid door initiatieven als de Netflix-reeks ‘Drive to Survive’. Hiermee spraken ze opnieuw een heel nieuw publiek aan. Verder helpen spektakelseizoenen, zoals dat van 2021 met de strijd tussen Hamilton en Verstappen, enorm voor de populariteit bij fans.’

Bij de elektrische zusterklasse loopt het anders. Ondanks dat het imago van een ‘nieuwe’ sport aan het wegebben is, heeft de Formule E zich nog niet kunnen vestigen tussen andere grote motorsporten.

Volgens motorsport journaliste Hazel Southwell komt dat door een misconceptie over de sport. ‘Velen zien Formule E gewoon als de elektrische versie van Formule 1. Dat is niet zo. Heel het idee achter de sport is anders, met dus andere formats en regels die resulteren in een andere manier van racen. Iets wat sommige fans niet altijd goed begrijpen.’

De vergelijking tussen Formule 1 en Formule E is met andere woorden moeilijk, en vooral onnodig. Op de naam na hebben beide sporten weinig met elkaar te maken. Voor de toekomst zullen ze op hun eigen manier en met hun eigen troeven jong en oud moeten overtuigen om populariteit te winnen.