11/05/2025

Torbalspeler Robby Swerten over zijn bijzonder levensverhaal: “Je hebt twee keuzes: bij de pakken blijven zitten of opstaan.”

HASSELT – Drie spelers liggen laag tegen de grond, geconcentreerd, blinddoeken strak om hun hoofd. Alleen het rinkelen van een bal met belletjes doorbreekt de spanning en stilte in sporthal Runkst. Dit is torbal, de populairste sport voor blinden en slechtzienden. Robby Swerten, 37 jaar en drijvende kracht van ViGe Hasselt, strijdt vandaag mee voor de Beker van België.

“Het is een sport waar je volledig op gevoel speelt”, zegt Robby net na een eerste intense wedstrijd tegen ViGe Antwerpen. “Alles draait om luisteren, oriëntatie maar vooral communicatie. Eén seconde aarzelen en je mist de bal.”

“Iedereen heeft wel eens een moeilijke dag. Maar opgeven? Nooit!”

Robby is slechtziend geboren maar-bij de pakken blijven zitten lag hem nooit. “Ik ben altijd een doener geweest. Mijn ouders hebben me gestimuleerd om dingen te proberen, zelfs als het moeilijk leek. Ik wil niet dat mensen mij meteen als ‘de blinde’ zien. Ik ben gewoon Robby.” Dat leidde hem uiteindelijk naar torbal: een sport die zijn fysieke energie en scherpe gehoor combineert tot een competitieve uitlaatklep.

De spelregels zijn eenvoudig en genadeloos tegelijk: twee teams van drie spelers proberen een bal met belletjes in het doel van de tegenstander te gooien, terwijl iedereen geblinddoekt is, dit om het speelveld gelijk te maken voor wie nog restzicht heeft. “Veel mensen denken dat het een beetje gooien en liggen is, maar dat klopt niet. Torbal vraagt enorm veel techniek en concentratie. Het is een sport van timing, oriëntatie en vertrouwen in je ploeggenoten.”

Dat vertrouwen heeft Robby absoluut gevonden in zijn team van ViGe Hasselt. Samen behaalde ze afgelopen seizoen de landstitel in de hoogste afdeling. “Als we op het veld staan, weten we precies wat we aan elkaar hebben. Het is een vorm van teamspirit die je nergens anders vindt.”

De scheidsrechter steekt een handje toe om het spel terug op gang te trekken – Sander Scheers ©

“Een fenomenele herinnering die ik nooit zal vergeten”  

Maar torbal is niet Robby’s enige sportieve uitlaatklep. Enkele jaren terug liep hij vrij impulsief ‘de 20 kilometer van Brussel’, sindsdien heeft de loopmicrobe hem te pakken. Ondertussen liep hij zelfs al verschillende marathons, waaronder in New York. “Dat was echt fenomenaal van begin tot einde: de voorbereiding, de reis, de sfeer onderweg. Zoveel mensen, zoveel geluid, zoveel energie. Het was een droom die uitkwam.” Robby liep telkens onder begeleiding van een andere loper. “We zijn met een touw aan elkaar verbonden, en zo lopen we de hele afstand samen. Je moet enorm goed op elkaar afgestemd zijn. Eén verkeerde stap en je ligt op de grond”, lacht Robby.

Voor de Truienaar gaat sport duidelijk verder dan competitie. Het is een manier om zichzelf uit te dagen, fysiek én mentaal. “Je ontdekt waartoe je lichaam nog in staat is, ook al zie je niets meer. Ik wil anderen tonen dat beperkingen niet het einde betekenen. Integendeel: ze dwingen je om creatiever te zijn en jezelf uit te dagen. Je hebt twee keuzes in het leven: bij de pakken blijven zitten of opstaan en iedere dag er het beste van te maken.”

De tegenstanders van ViGe Waasland vuren het ene schot na het andere af– Sander Scheers ©

“Ze zullen content zijn zeker?”

Naast zijn sportieve prestaties werkt Robby als administratief medewerker in WZC ‘t Meiland in zijn thuisstad Sint-Truiden. “De zoektocht naar werk was lastig. Anderhalf jaar lang zocht ik naar de juiste balans. Veel werkgevers twijfelen nu eenmaal als ze horen dat je slechtziend bent. Dan moet je bewijzen dat je even goed of zelfs nog beter functioneert dan een ziende collega.”

Met hulpmiddelen zoals een brailleleesregel, schermleessoftware en een sterk geheugen slaagt Robby erin zijn job efficiënt uit te voeren. “Het vraagt wat meer planning, maar het lukt. Wat vooral helpt, is een werkgever die durft investeren in inclusie. Dat zie je gelukkig steeds vaker.”

“Het vraagt extra inspanning, dat is een feit”

Ondanks het feit dat Robby slechtziend is, blijft hij dus niet stilzitten. Eigenlijk verschilt zijn leven niet erg met dat van iemand anders. De basiskneepjes van het échte (werk)leven leerde hij op internaat in het Koninklijk Instituut in Sint-Lambrechts-Woluwe. “Daar leerde ik koken, mijn weg vinden, administratie op orde brengen, etc. Dat heeft me veel bijgebracht.” Maar niet alles is even vanzelfsprekend zo blijkt uit het gesprek.

“Vervoer blijft iets bijzonder lastig. Ik heb niet de vrijheid van een auto, dus ik ben afhankelijk van het openbaar vervoer. Dat beperkt je soms zeker als je meerdere dingen wil combineren, zoals sport, werk en andere engagementen. Het is gewoon de realiteit en je leert ermee omgaan. Maar er mag zeker wat meer aandacht zijn voor ons, een trein nemen om 23u ’s avonds is als slechtziende allesbehalve vanzelfsprekend, je bent moederziel alleen.”

“Wat ik leerde, geef ik nu door aan anderen”

 Wat Robby misschien nog het meest typeert, is zijn inzet voor anderen. Robby organiseert als vrijwilliger van VeBeS (Vereniging van Blinden en Slechtzienden Licht en Liefde), jaarlijks een reis naar de Alpen voor blinden en slechtzienden. “We brengen mensen van alle leeftijden samen om te wandelen, koken, creatief bezig te zijn. Niet als groep met een beperking, maar als een actieve en hechte gemeenschap.”

Zo’n kamp vraagt voorbereiding, energie en veel geduld blijkt meteen wanneer hij hierover vertelt. “Maar het is elke keer weer de moeite. Je ziet mensen openbloeien, zelfvertrouwen krijgen, nieuwe dingen proberen, daar doe je het voor.”

Die drang om iets terug te geven, komt voort uit zijn eigen traject. “Ik heb ook moeten leren loslaten, hulp aanvaarden, doorzetten. Als ik iets kan doen om het pad van iemand anders iets makkelijker te maken, dan grijp ik die kans.”

“Ik wil het gewone leven tonen”

 Zijn verhaal is voor velen misschien een heldenepos maar zelf is hij hier bijzonder nuchter in. Nooit vraagt hij om bewondering, dat is net de kracht van Robby. “Ik wil niet per se een voorbeeld zijn voor anderen. Ik wil gewoon tonen dat het gewone leven ook voor iemand zoals ik mogelijk is. Je moet gewoon zoeken naar wat bij je past en daar dan vol voor gaan.”

Die boodschap geeft hij ook mee aan iedereen met een visuele beperking. “Ik probeer hen te laten zien dat er altijd mogelijkheden zijn. Zelfs hier in de club, niet iedereen moet top zijn in alles in het leven. Maar bewegen, sporten, meedoen: het helpt. Je maakt je hoofd leeg, je voelt je sterker, je leert mensen kennen, dat geeft energie.”

Na een slopende eerste helft komt Robby (midden) even op adem op de bank – Sander Scheers ©

Wat de toekomst betreft, blijft Robby nuchter. “Zolang ik gezond blijf en kan blijven werken en sporten, ben ik tevreden.” Misschien zet hij later nog wat meer in op coaching of begeleiding binnen torbal. “Dat zie ik wel zitten, ja. Ik heb ervaring, ik ken de wereld, en ik help anderen graag.”

Coach Evi roept ondertussen alle spelers terug samen. Tijd voor de volgende wedstrijd tegen ViGe Waasland. Robby staat op, pakt zijn sporttas en is klaar voor de volgende horde. De eindwinst zit er helaas niet meer in maar toch is hij zoals steeds strijdvaardig. “Klaar om terug te knallen en te lachen. Want amuseren, daar draait het uiteindelijk allemaal om.”

Tekst & beeld: Sander Scheers ©