30/09/2025

COLUMN – De Formule 1 rijdt zich vast in haar eigen vernieuwingsdrang

Opvallend nieuws bij de aankondiging van de Formule 1 over de sprints voor komend seizoen. De Grote Prijs van Singapore wordt een sprintweekend. Een GP in de straten van de stadstaat bekend voor zijn vele crashes, safetycars en loodzware weersomstandigheden. Onbegrijpelijk, maar waarom hier dan het risico op crashes verhogen met een extra race? De dollars voor Domenicali.

In 2021 voerde de nieuwe baas van de Formule 1 Stefano Domenicali sprintweekends in. In zo’n sprintweekend werd de kwalificatie verzet naar vrijdag, om op zaterdag plaats te maken voor een kortere race (1/3 van de GP, red.) Het doel van de actie? Vernieuwen om een ander (en vooral jonger) publiek aan te trekken. Dat hij daarmee een pak extra geld in de zakken van de Amerikaanse eigenaars (en zijn eigen zakken) kan stoppen, is natuurlijk slechts een toevalligheid.

En nu komt Domenicali met zijn volgende geniaal idee: kortere races, nieuwe formats, meer “snelle prikkels”. Zo wil hij de lengte van de race op zondag inkorten, want die is ‘te lang voor het jongere publiek. En denkt hij luidop na over een ‘reverse grid’, waarbij de snelste gekwalificeerde wagen dus achteraan moet starten. Iets wat aanzien wordt als een artificiële manier om spektakel te brengen. Alsof een Grand Prix een TikTok-video moet zijn. Het klinkt bijna alsof de man zelf geen 90 minuten zijn aandacht bij een sport kan houden. Het gevaar is dat hij precies dát weghaalt wat de Formule 1 uniek maakt: uithoudingsvermogen, strategie, het drama dat zich langzaam opbouwt.

Weet je wat er gebeurt als we straks alleen maar sprintjes krijgen? Dan wordt Formule 1 één groot casino: alles of niets, crash of geen crash. Geen bandenstrategieën meer, geen spanning die langzaam naar een climax kruipt, geen slimme tactiek die pas in de laatste tien ronden vruchten afwerpt. Alleen maar chaos, spektakel en korte aandachtschokjes.

Wat ik als fan al helemaal niet snap: hij doet het allemaal zonder dat iemand er om vraagt. Fans klagen al jaren dat tickets te duur zijn, daar hebben de sprintweekends zeker geen goed aan gedaan. Ik betaal liever 50 of 100 euro minder om de talenten in de F2 en F3 (lagere race categorieën, red.) te zien, dan een minder spectaculair afkooksel van de GP de dag erna. Maar daar hoor je Domenicali niet over. Nee, hij beslist liever in zijn ivoren toren dat er nog een gimmick bij komt. Niet omdat de fans het vragen, maar omdat de aandeelhouders het rendement willen zien stijgen.

Hetzelfde met de teams: zij roepen al jaren dat ze te weinig inspraak hebben. Ze mogen aanschuiven bij een vergadering, maar uiteindelijk ligt de beslissing toch al vast. Alsof hun ervaring en hun zorgen er niet toe doen. Terwijl zij juist degenen zijn die de sport dragen, want zonder hen is hij bankroet. En toch wordt er van bovenaf bepaald wat “goed” is voor de sport, Domenicali weet het beter.

Ja, de sport moet meegaan met de tijd. Maar moet de fundering daarvoor gesloopt worden? Kijk naar de GP in Spa-Francorchamps dit jaar: wisselende weersopstandigheden zorgde voor een tactisch schaakspel. Waarbij de timing om van een regenband naar een band voor een droog circuit cruciaal was. Dat kán je gewoon niet in een halfuurtje proppen.

Domenicali verkoopt de ziel van de sport voor populariteit en dollars. Hij vergeet dat de Formule 1 geen videogame is, maar meer dan 75 jaar aan traditie die gekoesterd wordt door fans wereldwijd.

Dus ja, vernieuwen is nodig. Maar vernieuwen betekent niet afbreken wat de sport groot heeft gemaakt. Want als dit zo doorgaat, rijden we straks geen Formule 1 meer, maar een soort Mario Kart met miljoenenpubliek.

Tekst: Viggo Goris
Foto: Stefano Guindani, CC BY-SA 4.0