INTERVIEW – Producer Václav Flegl blikt terug op zijn trip naar de frontlijn in Oekraïne: ”Het beeld van vrouwen en kinderen aan de grens vergeet ik nooit meer.”
In de documentaire War Correspondent volgt producer-geluidsman Václav Flegl de Tsjechische oorlogsjournalist Martin Dorazín, die tijdens de Russische oorlog in Oekraïne verslag uitbrengt voor de publieke zender Czech Radio. Wat de documentaire toont, is geen frontlijn vol soldaten maar net de veerkracht van gewone mensen die proberen te leven in het onleefbare.
Václav Flegl (48) is een Tsjechische documentaireproducer en geluidsmaker die verhalen zoekt op plaatsen waar menselijkheid onder druk staat. Hij werkte eerder aan internationale projecten maar met zijn eigen productie War Correspondent kwam hij voor het eerst zelf dicht bij de oorlog in Oekraïne. Flegl is geen sensatiezoeker, maar een luisteraar: hij registreert geluiden, stilte en de kwetsbaarheid van mensen.
Hoe ben je op het idee gekomen om Martin Dorazín te volgen?
“Toen de grote invasie op 24 februari 2022 begon, was Martin de enige Tsjechische correspondent die permanent in Oekraïne verbleef. Zijn stem klonk dagelijks op de radio, maar niemand wist écht wie hij was. We wilden tonen wie er achter die stem schuilgaat, de man die met zijn microfoon tussen de bombardementen stond, en toch kalm bleef. Het idee kwam via Petra Procházková, een legendarische oorlogscorrespondente in tijden van de Tsjetsjeense oorlogen (eind jaren ’90, red.). Zij kende Martin goed en zei: “Als iemand het verdient om gezien te worden, is hij het.” Dat werd het vertrekpunt: hoe toon je als filmmaker iemand die vooral luistert naar de mensen?”
Je trok vervolgens zelf ook naar Oekraïne. Hoe bereid je zoiets voor?
“Met geduld en veel papierwerk. Zonder toestemming van het Oekraïense ministerie van Defensie mag je niet filmen, zelfs niet op straat. Die accreditatie te pakken krijgen duurde ongeveer twee maanden. Ondertussen verzamelden we al ons materiaal, contactpersonen en vooral veel moed. We hadden geen productiehuis of budget achter ons, enkel een cameraman, een microfoon en een treinticket van Praag naar Dnipro. Alles wat we hadden, past in twee rugzakken. In zulke omstandigheden leer je dat filmen in oorlog vooral organiseren is.”
“Gelukkig kende ik Oekraïense filmmakers die ons hielpen aan kogelvrije vesten, helmen en een veilige slaapplaats. Zij wisten in welke wijken het risico kleiner was. Zelfs dat is relatief want in een stad als Dnipro, met een miljoen inwoners, kan veiligheid elk moment omslaan in paniek.”
Hoe was het om daar effectief te filmen, geen sinecure lijkt mij?
“Je werkt in functie van de waan van de dag en volgens de regels van de Oekraïense overheid. Aan elke weg staat iemand met een geweer die je papieren wil zien. En terwijl je werkt, hoor je voortdurend dat doffe geluid in de verte. We leerden snel dat tijd essentieel is. De bombardementen beginnen meestal na tien uur ’s ochtends, dus we filmden bij zonsopgang.
De ochtend is de enige periode van relatieve rust. Maar zelfs dan kon het mislopen. Er vloog eens een drone op nog geen twee meter afstand. We wisten niet of hij Oekraïens of Russisch was. Je bevriest, letterlijk. Pas later, toen hij verdween en we wisten dat het een Oekraïense drone was, konden we weer ademen.”
Hoe bewaak je jouw eigen grenzen in een plek waar alles op springen staat? Was je niet bang voor je eigen leven?
“Bang zijn is niet hetzelfde als panikeren. Het is eerder een constante waakzaamheid. Ik had drie kinderen thuis in Praag. Ik vertelde hun dat ik naar Dnipro ging, niet dat ik naar het front zou trekken. Dat was te zwaar, voor hen én voor mij. Ter plaatse werd angst bijna een soort van patroon. Ik herkende het fluitsignaal van een inkomende raket. Je leert luisteren: eerst een dunne toon, dan stilte, dan de klap. Als je die volgorde hoort, heb je nog tijd om jezelf in veiligheid te brengen mocht dat echt nodig zijn. Ironisch genoeg werd mijn eigen geluidsapparatuur wel een soort van risico. Draadloze microfoons met antennes kunnen militaire drones aantrekken. Soms voelde ik me een wandelend doelwit. Geluid is mijn werk, maar daar werd het ook mijn gevaar.”
Je hebt al heel wat projecten op de teller staan. Zo ging je voor de documentaire Doctor on a trip naar het Amazonewoud. Hoe verschilt filmen in een oorlogsgebied ten opzichte van een wilde jungle?
“Technisch gezien is dat vergelijkbaar met een frontlinie. Je moet improviseren, batterijen sparen, plannen maken. Het grootste verschil is het mentale aspect. In oorlogsgebied denk je voortdurend in scenario’s: waar kan ik schuilen, wat doe ik bij een aanval, wie vertrouw ik? Zelfs slapen is een strategische beslissing. Je lichaam rust, maar je hoofd blijft luisteren. We gebruikten ook apps die realtime luchtaanvallen melden.”
Flegl toont plots de applicatie Deep State Map (een app ontwikkeld door de Oekraïense overheidsdiensten, red.) waarop je kan zien waar de frontlijn ligt. “Het is absurd: je checkt een app alsof je het weerbericht bekijkt, maar eigenlijk zoek je uit of je in veiligheid kan werken en op pad gaan.”
Was er ondanks de continue dreiging ook ergens een moment van rust?
“Eén keer, het zit bewust ook in de film. We waren uitgenodigd in een zelfgemaakte sauna in Dnipro. Buiten vielen bommen, binnen hing stoom en was er een gemoedelijke sfeer. Het was vreemd, bijna absurd: even leek het leven normaal. De eigenaar toonde trots zijn sauna, alsof die de wereld kon redden. Maar zelfs daar hoorde je de explosies. Ontspannen voelde bijna schuldig. Toch was dat moment belangrijk: het toonde hoe mensen proberen mens te blijven. Zelfs een sauna wordt dan een vorm van verzet en verbroedering.”
Wat raakte je het meest tijdens de reis?
“De vrouwen en kinderen aan de Oekraïens-Poolse grens. Ze sleepten koffers, tassen, knuffels. Geen mannen te bespeuren. Die mochten het land niet uit. We hielpen hen met het inladen van de spullen.
Op dat moment voelde ik de absurditeit van oorlog: je helpt een moeder haar kind dragen, terwijl haar man aan het front zit. Dat beeld blijft in mijn hoofd hangen en vergeet ik nooit meer. Het deed me ook beseffen hoe broos onze vrijheid is. In Tsjechië herinneren we ons nog de Sovjet-tanks van 1968 (de Praagse Lente, red.). Mijn grootouders vertelden vroeger steeds hoe ze door de straten van Praag rolden. Nu zie ik dezelfde dreiging terugkeren. Daarom wilde ik deze film maken om te tonen wat er op het spel staat.”
Is War Correspondent meer dan een film over Oekraïne en wat er momenteel aan de gang is?
“Ja, het gaat ook over onszelf. Over hoe we omgaan met waarheid, met propaganda, met twijfel. De oorlog speelt zich niet enkel af aan het front, maar ook in de hoofden van mensen die niet meer weten wie ze moeten geloven. We wilden geen ‘nieuwsfilm’ maken, maar een documentaire over hoe mensen naar dit conflict kijken.
Je benadrukt het belang van publieke media in jouw lezingen. Waarom is dat zo cruciaal?
“Omdat ze een anker zijn. In tijden van desinformatie is onafhankelijke journalistiek letterlijk levensreddend. Zonder publieke media wordt de waarheid een marktproduct.
In Tsjechië zien we hoe politici, zoals Andrej Babiš (de grote man achter de rechts-conservatieve partij ANO dat de verkiezingen won begin deze maand, red.) die instellingen proberen te verzwakken. Hij bezit zijn eigen media en gebruikt ze als propaganda-instrument. Dat maakt onze publieke omroep des te belangrijker.”
“War Correspondent is dus ook een pleidooi. Bescherm de journalistiek die feiten blijft checken, die niet toegeeft aan de waan van de dag. De oorlog wordt niet alleen gevoerd met wapens, maar ook met woorden.”
Jullie vertonen de film ook op scholen en hebben een heel educatief programma uitgebouwd. Wat wil je daarmee bereiken?
“In bioscopen krijg je vooral mensen die het met je eens zijn. Op scholen zit het echte publiek: jongeren die nog twijfelen, die zich afvragen wat ze moeten geloven. Daarom maakten we een educatieve versie van vijftig minuten, met vragen die leraren vooraf bespreken. Na de vertoning praten we met leerlingen over wat ze zagen: wat is waarheid, wat is propaganda, wat zou jij doen in hun plaats? Soms blijven die gesprekken nog dagen nazinderen. Dat is de kracht van film: niet overtuigen, maar in dingen in beweging zetten.”
Wat wil je de kijker bijbrengen met jouw documentaire?
“Allereerst: context. In onze documentaire vertellen we meer dan menselijke verhalen of cijfers. We geven context over hoe het hele conflict in de hoofden van de Oekraïners zit. Verder, dat veerkracht begint bij luisteren. Niet alleen in oorlog, ook in onze samenleving. Samenkomen, praten, horen wat de ander zegt dat vergroot onze overlevingskansen als gemeenschap. Ik wil dat mensen begrijpen dat democratie iets is wat je elke dag opnieuw onderhoudt.”
In welke mate ben jijzelf veranderd door wat je in Oekraïne hebt gezien?
“Op heel wat manieren ben ik veranderd. Ik denk dat je nooit meer op dezelfde manier naar stilte luistert. In Oekraïne heeft elk geluid betekenis: een ruis kan leven redden of vernietigen. Terug in Praag merkte ik dat ik anders kijk naar dit hele conflict. Door nu ook langs te gaan en lezingen te geven over dit thema merk ik dat we echt wat in beweging kunnen zetten. En misschien is dat goed. Want het herinnert me eraan waarom we documentaires als deze maken: om te luisteren, écht te luisteren.”
‘Het allerbelangrijkste’ besluit Flegl, is de waarheid vertellen. Niet om te overtuigen, maar om te getuigen voor zij wiens stem niet gehoord wordt.
Bekijk de trailer van de documentaire hieronder:
Tekst: Sander Scheers ©
Uitgelichte afbeelding: Vaclav Flegl ©



