15/10/2025

Overbelaste zorgverleners getuigen over hun burn-out en de vele knelpunten in het beleid: ‘Burn-outs zijn enkel te begrijpen door wie het zelf heeft meegemaakt’

Een op de acht zorgverleners heeft een verhoogde kans op burn-out. Dat blijkt uit onderzoek van de FOD Volksgezondheid. Drie (ex-)zorgverleners – Maarten Jacobs, Vanessa Roobaert en Vanessa Versmissen – delen hun verhaal van uitputting, stress en onderwaardering en leggen de pijnpunten in de sector bloot.

In de welzijnsenquête ‘be.well.pro’ gaven meer dan 14.000 van de 35.000 bevraagden aan mentaal uitgeput te zijn. 40 verschillende beroepsgroepen binnen de zorgsector werden ondervraagd. Het gaat over: verpleegkundigen in ziekenhuizen en woonzorgcentra, specialisten in de geestelijke gezondheidszorg, sociale hulpverleners en eerstelijnswerkers. 12,5% hiervan loopt een verhoogd risico op een burn-out. Volgens loopbaanbegeleider en burn-out coach Ann Stockmans ligt vooral de hoge werkdruk hier aan de basis. “De mensen kunnen hun job niet doen op de manier die ze zelf wensen. Ze willen tijd maken voor hun patiënten, maar tegenwoordig is die ruimte er niet meer. Althans, dat is vaak hoe zij dit aanvoelen.”

Ook Maarten Jacobs (41) merkte dit op tijdens zijn werk bij Fedasil in 2018. “Ik stond op een leefgroep voor niet-begeleide minderjarigen. De overheid heeft op een bepaald moment beslist om de capaciteit te verhogen van 50 naar 80 personen. Vaak stond ik er tijdens een shift helemaal alleen voor, waardoor ik niet de juiste zorg kon bieden. Er kwamen veel gevechten doordat de jongeren doorhadden dat ik niet veel kon doen.” De lange werkdagen en hoge werkdruk zorgden er dan ook voor dat Jacobs in een burn-out belandde en ontslag nam. Vandaag werkt Jacobs niet meer. “Ik kan fysiek niet werken door artrose in mijn rug en een blessure aan mijn voet, maar het is ook een beetje als stil protest. Ik wil niet werken met dit beleid. Het werk dat ik deed had uiteindelijk geen zin. Je kan blijven helpen, maar zolang het beleid niet verandert, doe je dat voor niks.”

Knelpunten in sector en beleid
De onderwaardering door bazen en patiënten in het rusthuis waar ze werkt, was voor Vanessa Roobaert (46) een belangrijke factor die leidde tot haar burn-out. Vorig jaar viel ze uit tijdens haar werk in WZC Zonnesteen, waar ze nog steeds werkt. “Ik ben na een maand weer aan het werk gegaan, maar eigenlijk is er tot op de dag van vandaag niks veranderd. Er kwam geen echte reactie van hogerop en we werken nog steeds met veel te weinig personeel.” Volgens haar komt deze werkdruk niet enkel van bazen. “Familie van de bewoners met dementie is extreem veeleisend geworden. Het is goed dat ze betrokken zijn, maar vaak maken ze ons werk een heel pak moeilijker. Ze willen dat je 24/24 naast hun mama en papa staat, maar wanneer je voor 40 bewoners moet zorgen is dit niet mogelijk. Soms kun je vanuit de omgeving op weinig begrip rekenen.”

Vanessa Versmissen (44) werkte tijdens de pandemie in een woonzorgcentrum in Kampenhout, omdat ze haar job als animator niet meer kon uitoefenen. Zij merkte vooral weinig begrip en communicatie. “Ik gaf dikwijls bij mijn leidinggevende aan dat ik het werk in de WZC niet alleen kon en dat ik wat hulp en ondersteuning nodig had, maar er werd mij gezegd dat ik niet zo aan mezelf moest twijfelen, dat ik sterker was dan ikzelf dacht. Het is niet allemaal zo vanzelfsprekend, maar er kwam heel weinig begrip van bovenaf.”

“Soms zie ik bedrijven die een yoga-namiddag organiseren, maar dat is een pleister op de wonde” – Ann Stockmans

“Van iedereen die er toen werkte, is er nog maar een iemand over. De rest is ook uitgevallen of nam ontslag door ontevredenheid”, vertelt Jacobs. Ook bij Roobaert en Versmissen waren er verschillende collega’s die uitvielen door oververmoeidheid. Al zorgde dit volgens Versmissen ook voor verdeeldheid: “Mijn collega’s vielen een voor een uit. Zij die bleven werken waren de ‘sterken’ en wij de ‘zwakken’. De collega’s zelf waren begripvol, maar bazen lieten mij vallen. Ze informeerden niet naar hoe het ging en voor een geleidelijke opbouw was weinig begrip.”

“Ik denk dat er een beleid moet komen dat inzet op welzijn en duurzame inzetbaarheid van personeel. Dit niet alleen op papier, maar ook effectief toegepast. Leidinggevenden moeten op tijd polshoogte nemen”, vertelt expert Stockmans. “Leidinggevenden hebben hierin een belangrijke rol, maar dat gezegd zijnde kunnen ook zij in een burn-out belanden. Volgens mij is daarom het verlagen van de werkdruk en meer personeel essentieel. Net zoals open communicatie over burn-outs op het werk. Soms zie ik bedrijven die een yoga-namiddag organiseren, maar dat is een pleister op de wonde. Natuurlijk kost het realiseren van deze oplossingen veel tijd en geld. Geld dat er niet is, dus vanuit de overheid zou er ook meer geld naar de zorg moeten gaan.”

©Ann Stockmans – Als loopbaancoach begeleid Stockmans veel mensen met een burn-out.

Burn-outs hebben verschillende oorzaken: “De hoge werkdruk is uiteraard iets dat voor veel stress zorgt, maar ook de relatie tussen collega’s kan hieraan bijdragen. Persoonlijke problemen zijn vaak ook een grote bron van stress. Mensen met een burn-out zijn vaak perfectionistisch of heel plichtsbewust. Zorgverleners kiezen vaak ook voor deze job met hun hart en voelen dan die voldoening niet meer door de stress”, legt Stockmans uit.

Fysieke symptomen en behandeling

Bij Versmissen gingen de alarmbellen af wanneer ze zich een lange tijd extreem vermoeid en emotioneel voelde. “Het is alsof je meedraait in een wereld die te snel draait. Na maanden thuis te zitten en niks te kunnen doen, ben ik dan op aanraden van mijn omgeving en huisarts psychologische hulp gaan zoeken. Ik heb vooral enorm veel moeten rusten en dingen gedaan die mij ontspanning brachten, zoals wandelen. Na mijn herstel ben ik niet meer teruggekeerd naar de zorg. De sfeer onder collega’s, het weinige respect en hoge werkdruk zijn niets voor mij”, legt ze uit.

Volgens Stockmans is het belangrijk dat de behandeling in twee delen gebeurt. “Het is als eerste belangrijk om fysiek tot rust te komen en te herstellen. Pas wanneer dit hersteld is, kan er gekeken worden naar het mentale stuk. Daar is het belangrijk te kijken naar hoe het mis ging en in welke mate je jezelf kan beschermen, zodat dit niet meer gebeurt.”

“Voor mij was het voldoende om mij een maand volledig van het werk te verwijderen. Ik wou er even niks mee te maken hebben en zo ben ik redelijk snel terug kunnen aansterken. Ik heb wel moeten leren om meer los te laten. Ik doe wat ik kan voor mijn bewoners en dat is niet altijd wat ik zou willen dat ik kan doen, maar dat probeer ik te accepteren”, zegt Roobaert.

Voor Maarten Jacobs is het allemaal moeizamer verlopen. Na zeven jaar en meerdere jobs is hij nog steeds in behandeling. “Ik volg nog steeds een traject bij mijn psychiater, maar zie mezelf niet opnieuw aan het werk gaan. De ergste symptomen voor mij zijn de vermoeidheid en weinig kunnen verdragen. Dat is voor mijn kinderen ook heel lastig. Ik ben ook mijn vader en een goede vriend verloren, dus er spelen ook veel persoonlijke dingen mee. Daarom heb ik besloten om nu vooral in de natuur te leven en zo min mogelijk bij te dragen aan het kapitalisme. Hier in mijn buitenverblijf is alles tweedehands of zelfgemaakt.”

©Ann Stockmans – Samen met een team van andere artsen ontwikkelde Stockmans dit plan in verband met burn-outs.

Voor velen duurt het lang voor ze kunnen toegeven dat ze in een burn-out zijn beland. Ook Stockmans ziet in haar praktijk dat schaamte vaak een groot probleem is in de weg naar acceptatie. “Wat ik merk is dat mensen die in burn-out zijn dit soms niet tegen hun naaste familie of vrienden durven zeggen. Dus er heerst zeker een taboe over. We leven in een prestatiecultuur waarbij je niet mag uitvallen en moet blijven doorgaan. Dat krijgen we mee vanuit onze opvoeding, waardoor het vaak lastig is om toe te geven dat het niet meer gaat.”

Jacobs is kritisch voor de samenleving en het taboe dat heerst over burn-outs. “Het is een ziekte van de samenleving. Zij zijn verantwoordelijk en hebben dit gecreëerd. Het wordt enorm gestigmatiseerd en er is weinig begrip. Mijn eigen omgeving reageerde gelukkig wel goed, omdat ze zagen wat ik probeerde om terug aan het werk te kunnen gaan.”

“Burn-out wordt alleen begrepen door mensen die er effectief mee te maken hebben gehad. De gedachte van energieloos te zijn en echt niets te kunnen is voor veel mensen onbegrijpelijk. Zelfs mijn ouders konden dit pas begrijpen wanneer ze het zagen bij hun eigen dochter. Mensen die het hebben meegemaakt moeten zich niet schamen en mogen erover praten. We moeten als maatschappij stoppen met vooroordelen te hebben”, sluit Versmissen af.

Featured image: ©Tess Van Holsbeeck