137 vrouwen per dag en we staan er nog steeds niet genoeg bij stil
25 november is de Internationale Dag tegen Geweld op Vrouwen. Wereldwijd werd er opnieuw betoogd met kaarsen, spandoeken, namen op karton en stilte om wat niet meer te herstellen valt. UN Women publiceerde opnieuw verontrustende cijfers. In 2024 werden wereldwijd 83.000 vrouwen en meisjes opzettelijk gedood, waarvan 60 procent (ongeveer 50.000) door hun partner of een familielid. Dat betekent dat elke tien minuten ergens ter wereld een vrouw of meisje door iemand uit haar directe omgeving wordt gedood, gemiddeld 137 per dag.
Het rapport benadrukt dat het huis voor veel vrouwen nog altijd de gevaarlijkste locatie is. Geen donkere steeg, maar de keuken, de woonkamer, het bed. De plek die veiligheid zou moeten bieden, blijkt voor tienduizenden vrouwen precies die plaats waar het misgaat. “Femicide gebeurt niet op zichzelf”, stelt Sarah Hendriks van UN Women. Ze wijst erop dat femicide vaak het eindpunt is van een escalatie zoals controle, bedreiging of intimidatie.
De Verenigde Naties wijst daarnaast op een groeiende verschuiving. Geweld tegen vrouwen gebeurt steeds vaker digitaal, denk maar aan deepfakes, non-consensuele verspreiding van beelden, online intimidatie of doxxing. Het huis is niet meer de enige ruimte waar controle en bedreiging plaatsvinden, een smartphone volstaat.
Wat doen we als we niet meer schrikken?
Wat mij raakt, is hoe snel deze cijfers verteerbaar worden wanneer we ze vaak genoeg horen. 83.000 doden in één jaar. 83.000 levens die abrupt stoppen. Maar cijfers kunnen geen lege stoel tonen aan de ontbijttafel, geen moeder laten uitleggen waar haar dochter bleef. Het gevaar zit niet alleen in de feiten, maar in onze gewenning eraan. Femicide is geen uitzonderlijk nieuwsfeit, maar een realiteit die blijft terugkeren.
Ik merk bij mezelf soms ook een soort moeheid van verontwaardiging. Maar ik ben me ook bewust van het gevaar eraan. Als onze schok verdwijnt, blijft de realiteit gewoon doorgaan en verandert er niets. Het falen zit niet alleen in het geweld, maar ook in elke keer dat we het normaal beginnen te vinden en er niet tegen gedaan wordt.
En we gaan de straat op. Jaar na jaar, land na land. We dragen foto’s, namen, borden. We roepen, we herhalen, we herdenken. Want zwijgen voelt nog gevaarlijker dan spreken. Maar soms bekruipt me de vraag hoe vaak we dit nog moeten doen. Hoeveel marsen, hoeveel cijfers, hoeveel levens? Wanneer is het genoeg voor beleid, voor justitie, voor samenlevingen die zeggen dat het beter moet, maar zelden ingrijpen? Het lijkt alsof vrouwen steeds opnieuw moeten bewijzen dat onze veiligheid geen vraagstuk is, maar een recht.
Dit artikel maakt deel uit van een vierdelige reeks over onrecht tegen vrouwen. Van 24 tot en met 27 november volgde ik als ‘mediawatcher’ de actualiteit rond dit thema en bracht ik er verslag over uit.
Tekst: Noura Kaddaoui
Beeld: via wikimedia CC-BY-SA-4.0



