Hoe nooby.tech kinderen leert creëren: “Het is beter om technologie te bouwen dan ervan afhankelijk te zijn”
In vijf jaar tijd groeide nooby.tech uit van een idee aan de keukentafel tot een van de drijvende krachten achter educatieve robotica in België. Oprichtster Irina Denchenkova wil kinderen niet alleen technologie laten gebruiken, maar hen vooral leren die zelf te bouwen: “Scholen moeten hen beter voorbereiden op de realiteit.”
Irina Denchenkova, met jarenlange ervaring in marketing en sales, merkte in 2020 dat haar vijfjarige zoon interesse kreeg in technologie. “Maar het was duidelijk dat er op het gebied van onderwijs en naschoolse activiteiten daarrond weinig werd gedaan”, zegt ze. “Dat zette me aan het denken.”
De coronapandemie gaf haar uiteindelijk het laatste duwtje. Terwijl bedrijven onder druk stonden en het onderwijs plots digitaal moest schakelen, besloot Denchenkova de sprong te wagen. “COVID zorgde voor tijd om na te denken.” Zo ontstond nooby.tech, dat nu vijf jaar later is uitgegroeid tot een veelzijdig technologiebedrijf voor jong publiek.
Educatieve robotica en wereldkampioenschap
nooby.tech is tegelijk distributeur, begeleider en aanbieder van activiteiten. De organisatie is een ‘value-added reseller’ (een bedrijf dat functies of diensten toevoegt aan een bestaand product en dit vervolgens doorverkoopt, red.) van educatieve technologie, met een sterke nadruk op robotica. Ze werken hebben al met zo’n 100 scholen samen gewerkt. “We verkopen apparatuur, maar helpen ook leerkrachten om technologie in de klas te introduceren”, legt Denchenkova uit. “We promoten educatieve robotica als dé manier om kinderen en scholen geïnteresseerd te krijgen in STEM (Science, Technology, Engineering and Mathematics).”
Daarnaast runt het bedrijf een eigen roboticaclub in Brussel. Kinderen kunnen er na school robots bouwen, coderen en deelnemen aan competities. Aan die competities nemen zo’n 400 kinderen deel. Tijdens vakanties organiseert nooby.tech kampen en workshops die technologie op een laagdrempelige manier toegankelijk maken voor een breder publiek.
“Kinderen die bij ons komen, nemen deel aan het wereldkampioenschap in de Verenigde Staten”
De impact daarvan merkt Denchenkova elke dag. “Kinderen brengen tegenwoordig veel tijd achter een scherm door. Ouders sturen ze naar ons, omdat ze willen dat ze iets constructiefs doen met die technologie. Het is beter om technologie te creëren dan er alleen afhankelijk van te zijn.”
Robotica draait bij nooby.tech niet alleen om techniek. Het is vooral ook samenwerken. “Robotica is niet individueel”, benadrukt Denchenkova. “Kinderen leren hoe ze in een team werken en hoe ze een project aanpakken.” Competities voegen daar deadlines en verantwoordelijkheid aan toe. Daarnaast zijn er zelfs teams die zich plaatsten voor het wereldkampioenschap robotica. “Er zijn kinderen die op een vrij hoog niveau presteren en deelnemen aan het ‘VEX Robotics World Championship’ in de Verenigde Staten.”
Van niche naar groeiende beweging
De eerste jaren waren niet gemakkelijk, geeft Denchenkova toe. “Ik raad het niet aan om een bedrijf te starten tijdens een pandemie”, zegt ze met een glimlach. Toch groeide nooby.tech snel. Het bedrijf werkt inmiddels met veel meer scholen, organiseert grotere competities en ziet de interesse in robotica langzaam mainstream worden.
België loopt wel nog achter op landen als de VS en China, zegt ze. Daarom organiseert nooby.tech specifiek workshops voor meisjes, om hen al vroeg warm te maken voor techniek. “Er is een enorme genderonbalans in de sector. We willen voorkomen dat meisjes later denken dat engineering of wiskunde ‘niet voor hen’ is.”
De ambitie van nooby.tech is volgens Denchenkova duidelijk: STEM-onderwijs toegankelijk en normaal maken. “Ingenieurs drijven de wereld aan”, zegt de oprichtster. “Er is een tekort aan technische profielen, en scholen moeten kinderen beter voorbereiden op de realiteit.” Volgens haar moeten leerlingen vaardigheden opdoen waarmee ze echt vooruit kunnen. “Een kind dat C++ kan coderen, kan een job vinden. Zo simpel is het.”



