24/11/2025

Hoe twee wedstrijden het tijdperk van AI inluidden

We worden vandaag overspoeld met artificiële intelligentie (AI). Het zit in onze camera’s, in onze sociale media en functies zoals ChatGPT zijn niet meer weg te denken. Die technologie lijkt de afgelopen jaren uit het niets te zijn opgedoken, maar niets is minder waar. 

Voor het begin gaan we 75 jaar terug in de tijd, naar 1950. De Britse informaticus Alan Turing bedacht eerder in 1946 een eerste gedetailleerd concept voor een revolutionair idee: de computer. In 1950 kwam hij met de Turingtest: een test die moest bepalen of een machine menselijke intelligentie kan vertonen. Een proefpersoon moest blindelings te weten komen of hij met een mens of met een machine via tekst aan het communiceren was. Als deze persoon na de test niet met zekerheid kon zeggen welke respondent de persoon was en welke de machine was, was de test geslaagd.

Slechts zes jaar later, in 1956, werd er door de Amerikaanse computerwetenschapper John McCarthy een conferentie georganiseerd waarin voor de eerste keer het begrip “artificiële intelligentie” werd geïntroduceerd en bediscussieerd. McCarthy is een pionier als het gaat over artificiële intelligentie en wordt gezien als de ‘vader’ ervan.

In 1958 bouwde psycholoog Frank Rosenblatt een machine, genaamd de Mark 1 Perceptron. Deze machine was een eerste implementatie van deze nieuwe kunstmatige intelligentie. Aan de hand van verschillende elektrische componenten en lagen kon de machine een onderscheid maken tussen verschillende vormen zoals een vierkant en een cirkel.

Schaakwedstrijd zorgt voor revolutie

De eerste ontwikkelingen omtrent artificiële intelligentie zorgden voor heel wat optimisme eromtrent. Jammer genoeg konden de grote verwachtingen tijdens de jaren ‘60 en ‘70 niet ingelost worden. Ondanks dat in 1966 de eerste AI-chatbot ‘ELIZA’ gebouwd werd, werd er nog maar weinig geïnvesteerd in AI en was er weinig interesse voor. Deze periode wordt ook wel de eerste AI-winter genoemd.

Na elke neergang volgt een opvlakkering, en zo ook bij AI. Doorheen de jaren ‘80 is er een heropleving van AI door de opkomst van expertsystemen en begint het zich ook steeds meer te verspreiden. Onder meer grote bedrijven uit de medische, financiële en industriesector gebruiken de ‘op kennis gebaseerde AI’ die hun problemen kan oplossen. Dit was wel tijdrovend, omdat de kennis in de AI-systemen moest worden ingebouwd. Jammer genoeg volgt er tegen het einde van de jaren ‘80 opnieuw een AI-winter, doordat de toepassingen veel kosten met zich meebrachten en nog steeds tegenvallende prestaties leverden.

AI blijft zich de daaropvolgende jaren wel steeds verder ontwikkelen en komt tot een eerste hoogtepunt in 1997. Een team van wetenschappers en ingenieurs van de technologieontwikkelaar IBM had een schaakcomputer – genaamd Deep Blue – ontwikkeld. In ’97 werd er een schaakwedstrijd gehouden tussen Deep Blue en de wereldkampioen Garry Kasparov. Anders dan het jaar ervoor kon de computer dit keer wel het spelletje winnen van de wereldkampioen. Een belangrijke mijlpaal in de geschiedenis van kunstmatige intelligentie.

Computer blijft winnen

Vanaf de jaren 2000 begint AI zich nog verder te verspreiden en wordt het ook toepasbaar in het alledaagse leven. Met beeldherkenning, spraakherkenning, vertalingen, zoekmachines enzovoort, boekt het enorme stappen voorwaarts. De toepassingen waren toegankelijk voor het grote publiek en er kon meer data verzameld worden.

In 2012 volgt er opnieuw een doorbraak op het vlak van AI, dit keer zijn het de Deep Learning modellen (types machine learning die patronen en structuren leren uit grote hoeveelheden data, red.) die doorbreken zoals spraakassistentie zoals Siri.

Vier jaar later is er wederom een voorval dat nog maar eens het potentieel van AI laat zien. Het Britse technologiebedrijf DeepMind (ondertussen overgenomen door Google: Google DeepMind) ontwikkelde het AI-programma AlphaGo. Net als in ’97 werd er een wedstrijd gehouden tussen dit programma en Go (abstract strategisch bordspel) wereldkampioen Lee Sedol. Opnieuw was het de computer die wist te winnen.

De tijd heeft niet stilgestaan en sindsdien is het gebruik en de ontwikkeling van AI enorm gegroeid. In 2018 kwam het Amerikaanse bedrijf OpenAI met het allereerste GPT-model: GPT-1, waar voor het eerst teksten mee gegenereerd konden worden, al was dit nog kleinschalig. Pas vanaf 2020 begint AI echt enorm snel te groeien en door te breken met onder meer DALL-E en Midjourney, de eerste generatiemodellen om afbeeldingen te genereren. In 2022 wordt de eerste versie van de chatbot ChatGPT (versie 3.5) openbaar. Nu, in 2025, zitten we al aan ChatGPT-versie 4.1 en 4.o en kunnen we de wildgroei van al die ontelbare AI-software niet meer bijhouden.

De AI-technologie die ons vandaag tot veel in staat stelt, is het resultaat van 75 jaar vallen, opstaan en opnieuw beginnen. Tegengesteld aan wat veel mensen denken, is AI er niet zomaar gekomen, maar gaat dit terug tot de tijd waarin onze ouders/grootouders jong waren. Om AI te begrijpen, moeten we niet alleen naar het heden kijken – wat bijna niet bij te houden is –, maar kijken we best ook naar de lange weg die eraan voorafging.

Tekst: Siebe Nijs
Uitgelichte afbeelding: © JPxG via wikimedia (CC0)