22/11/2025

“Je weet pas wat het leger is als je er middenin zit”

Vanaf november krijgen alle 17-jarigen in België een brief van Defensie. Daarin worden ze uitgenodigd om een vrijwillig militair dienstjaar te overwegen. Zo kunnen ze twaalf maanden meedraaien als reservemilitair met een nettoloon rond 2.000 euro, maaltijdcheques, terugbetaalde vervoerskosten en volledige medische zorg. Het gaat om bijna 149.000 brieven, terwijl er uiteindelijk slechts 500 jongeren mogen starten. De actie moet vooral het nijpende personeelstekort bij Defensie oplossen. 

Maar hoe is het nu eigenlijk om te werken in het leger? Manuel Sanchez (61) getuigt over zijn ervaring in het leger. 41 jaar lang was hij actief binnen Defensie, zowel in gevechtseenheden als opleidingscentra.  

Manuel Sanchez zat 41 jaar in het leger © Manuel Sanchez

In Leopoldsburg zit je bijna vanzelf in het legerverhaal 

Manuel begint met zijn jeugdjaren. “In Leopoldsburg (Limburg) geboren zijn, dat zegt al veel”, vertelt hij. “Dat is een garnizoenstad (een stad van militair belang waar een of meer legeronderdelen een basis hebben, red.). Je zit in de klas met kinderen van militairen. Je ziet die voertuigen, je hoort de verhalen. Het leger was een constante voor mij.” 

Toch voelde hij zich nooit verplicht om Defensie in te gaan. “Mijn vader was mijnwerker, al mijn neven ook. De mijn en het leger waren de grootste werkgevers. Maar ik wou niet in de fabriek of in de mijn. Ik had niet lang gestudeerd, dat deed ik niet graag. Het leger was een mooi alternatief. Het is een firma die nooit failliet gaat.” 

In 1981 gaat Sanchez vrijwillig binnen en wordt tankcommandant (verantwoordelijke voor de tank inclusief bediening van de wapens, navigatie en de tactische inzet van het voertuig, red). “Ik wou een gevechtsfunctie. Op manoeuvre gaan en op een tank zitten, dat trok mij aan.” 

 

Wat houdt het vrijwillig militair dienstjaar precies in? 

Doelgroep: alle jongeren die 18 worden 

Aantal verstuurde brieven: ± 149.000 

Aantal verwachte sollicitanten: 1.500 

Aantal effectieve plaatsen: 500 

Duur: 12 maanden 

Opleiding: 

10 weken intensieve basisopleiding 

1–3 weken functieopleiding 

Verloning: ± €2.000 netto/maand 

Extra’s: maaltijdcheques, gratis vervoer, medische kosten gedekt 

Verdeling plaatsen: 375 landmacht, 75 luchtmacht, 50 marine 

 

De harde realiteit van de jaren 80 

Het enthousiasme maakt snel plaats voor de moeilijke realiteit van een streng militair systeem. “Als je aan iets begint, heb je verwachtingen, maar je weet pas wat het is als je erin zit. Ik vond het in het begin redelijk streng. Als jonge onderofficier werd je hard aangepakt. Je kreeg onmiddellijk kritiek en je werd direct op je vingers getikt.” De hiërarchie laat zich duidelijk voelen. “Van sommige officieren zou je liever een blokje omlopen. Ze gaven bij elke kans een opmerking. 

Toch is die strengheid niet het hele verhaal. “Ze waren niet allemaal zo, maar er waren toch wel sommigen waarvoor je moest oppassen. Het hangt ook af van de eenheid waartoe je behoort.” Volgens de ex-militair zijn ze minder streng bij eenheden zoals logistiek en transmissie (militaire eenheid verantwoordelijk voor communicatie, red.). De kameraadschap onder jonge militairen vormde voor de jonge Sanchez de tegenpool. “Je vrienden zitten op jouw niveau. Dat is je steun.” 

Sanchez en zijn collega’s tijdens een militaire operatie © Manuel Sanchez

Later, wanneer hij doorgroeit naar officier, verschuiven de verhoudingen. “Toen ik op pensioen ging, was ik eigenlijk een ‘dikke meneer’. Ik mocht veel, ik had veel privileges. Maar dat was totaal anders dan in het begin.” 

De machtsdynamiek in het leger blijft Manuel duidelijk bij. “Geef iemand macht en je leert hem kennen en dat is niet enkel in het leger. Soms deden mensen dingen die meer met hun ego te maken hadden dan met de opdracht. Als ik vond dat iets onnuttig was, liet ik dat merken. In de laatste jaren heb ik af en toe tegen schenen geschopt.” 

Soms kon een leidinggevende zijn macht rechtstreeks gebruiken. “Een overste zei letterlijk: ‘Ik ga u naar Arlon sturen.’ Dat was vroeger de straf: een mutatie (verplaatsing, red.) naar de andere kant van België. Toen heb ik geplooid. Ik zat graag waar ik zat en er stond te veel op het spel.” 

 

De dienstplicht in België: afgeschaft of niet? 

De dienstplicht is nooit afgeschaft, maar sinds 1995 opgeschort. 

Dat betekent dat België wettelijk gezien op elk moment opnieuw jongeren kan oproepen. 

Om opnieuw te activeren zijn wel drie dingen nodig: 

  • een federale beslissing, 
  • infrastructuur (kazernes, instructeurs), 
  • materieel (bedden, uniformen, uitrusting). 

Volgens minister Francken is België momenteel niet klaar om de dienstplicht te heractiveren door gebrek aan personeel en infrastructuur

 

Een eerlijke, maar niet volledige uitnodigingsbrief 

Hoewel de brief vooral voordelen opsomt, vindt Manuel dat niet misleidend. “Al die voordelen, loon, maaltijdcheques, medische zorgen, dat krijgt elke militair. Dat is niet nieuw. Maar jongeren gaan pas beseffen wat Defensie is als ze er zitten. Zo werkt het altijd.” 

Over de linkse kritiek dat jongeren “kanonnenvlees” zouden worden, is hij duidelijk. “Ik ben redelijk links, maar op dat vlak ben ik het niet met hen eens. Ze zeggen dat die jongeren naar het slagveld gaan. Ik ben 40 jaar bij het leger geweest, in de tijden van de Koude Oorlog en met de Sovjets die aan de andere kant wachtten. Ik heb nooit in een slagveld gestaan, niemand afgeknald, noch dode militairen gezien. Voor hetzelfde geld maken ze niks ergs mee.” 

De echte dreiging zou volgens hem pas ontstaan bij een grootschalige oorlog. “Als er een conflict komt waarbij ons land betrokken is, dan moet iedereen gaan. Dan gaat iedereen verplicht worden om mee te gaan. Dat heeft niets met zo’n vrijwillig jaar te maken.” 

Hij ziet de brief vooral als een poging om het personeelsprobleem aan te pakken. “Ik ben niet zijn grootste fan, maar Theo Francken heeft nu sterke argumenten: Oekraïne, een bedreigende geopolitieke context. Hij probeert Defensie aantrekkelijk te maken voor jong volk en dat is nodig. We moeten daar niet te veel achter zoeken.” 

 

Hoe ziet de militaire basisopleiding eruit? 

De eerste 10 weken bevatten onder andere: 

  • basisgevechtstechnieken 
  • wapenleer 
  • kaartlezen en oriëntatie 
  • fysieke training (bijna dagelijks) 
  • reglementering en veiligheid 
  • EHBO 
  • NBC-training (nucleair, biologisch, chemisch) 

Daarna volgt 1–3 weken functiegerichte opleiding, afhankelijk van de eenheid (logistiek, communicatie, gevechtseenheden). 

 

“De opleiding is niet de werkelijkheid” 

Manuel was na zijn opleiding begonnen als tankcommandant © Manuel Sanchez

Manuel wil jongeren vooral waarschuwen voor één grote misvatting. “De opleiding is niet de werkelijkheid. De opleiding moet je door. Dat is vroeg opstaan, buiten in de kou staan, en vooral studeren.” Dat laatste zorgt vaak voor ontgoocheling. “Ze denken dat het leger een goed alternatief is omdat ze school beu zij. En wat gebeurt er die eerste weken? Niets anders dan de regelementen en tactieken instuderen.” Een advies dat de gepensioneerde militair aan jongeren wil meegeven is dat ze pas echt weten hoe het militair leven is na een jaar in een eenheid te hebben gezeten. 

 

Soft skills als meest vergeten pijler 

Volgens Manuel zijn er twee cruciale elementen die in het leger anders moeten. Als eerste de interne hervormingen als er een nieuwe Minister van Defensie komt. “Om de vier à vijf jaar komt er een nieuwe minister, met nieuwe ideeën en nieuwe plannen. Het leger verandert daardoor veel te snel. Steeds zijn er weer nieuwe regels en herstructureringen. Eigenlijk zouden ze op langere termijn moeten plannen en dan gewoon stick to the plan. Dat constante veranderen is verschrikkelijk voor het leger.” 

“Wat is ook heb geleerd, en dat horen echte militairen niet graag, is het belang van sociale vaardigheden. Ik heb geleerd hoe je met mensen moet omgaan. Ik kijk altijd met een helikoptervisie: niet alleen wat iemand doet, maar hoe hij het doet. Dat gebruik ik nog elke dag.” 

Toch krijgt die kant van het leger volgens hem te weinig aandacht. “Echte militairen vinden dat de ‘soft sector’. Volgens hen gaat het enkel om lopen, schieten en springen, dán ben je een echte militair. Maar die communicatie is cruciaal.” 

Tijdens missies ervoer hij zelf hoe belangrijk dat is. “In Bosnië en Kosovo had ik weinig problemen met de opdracht zelf, maar des te meer met de mensen. Door miscommunicatie krijg je ruzies en conflicten. En dat is echt niet te doen als je maanden samen zit. Het is belangrijk dat je leert met elkaar omgaan, zeker als je een lange tijd met elkaar zit.” 

Volgens Sanchez is er echter een verschuiving gebeurd de laatste jaren. “De mentaliteit is veranderd. De mensen zijn niet meer zo hard op de slechte manier als vroeger. Dat is er een beetje afgevlakt. Het is veel menselijker geworden.” 

 

“Mocht ik opnieuw beginnen, zou ik weer voor Defensie kiezen” 

Ondanks de strenge beginjaren, de conflicten met leidinggevenden en de harde cultuur, blijft Manuel positief over zijn carrière. “Ik ben heel blij dat ik bij het leger gegaan ben. Alles wat ik geleerd heb, heb ik in het leger geleerd. Defensie is een zeer goede organisatie.”  

Het leger is volgens hem niet voor iedereen, maar wel een waardevolle optie. “Je moet ervoor geboren zijn. Niet iedereen kan het of wil het volhouden. Maar voor wie het ligt, is het een heel mooi beroep. Avontuurlijk, afwisselend, met veel kansen.” 

En wat als hij vandaag opnieuw 18 zou zijn en de brief zou krijgen? De ex-militair hoeft niet nadenken. “Mocht ik opnieuw moeten beginnen, zou ik opnieuw bij Defensie gaan.” 

 

Tekst: Noura Kaddaoui

Beeld: Brief vrijwilliger militair dienstjaar via VRT NWS