13/11/2025

Naar aanleiding van onderzoek naar segregatie: hoe zit het in Meise?

In Zele loopt een onderzoek naar segregatie. De conclusie is scherp: er is weinig contact tussen mensen met en zonder migratieachtergrond. In veel Vlaamse gemeenten leven bevolkingsgroepen naast elkaar, maar niet mét elkaar. In Meise, een randgemeente ten noorden van Brussel, lijkt dat beeld genuanceerder.

“Bij de scouts ben ik een van de weinige met migratieachtergrond, maar dat stoort me niet,” zegt Lourick (21). Hij groeide op in Meise en is, zoals hij het zelf omschrijft, de derde generatie in België. Zijn grootouders kwamen in de jaren zeventig uit Congo, zijn ouders werden hier geboren, en zelf voelt hij zich evenzeer Belg als Congolees. “In mijn vriendenkring zitten vooral autochtone mensen, maar dat is altijd een mix geweest. We leren veel van elkaar.”

Generatieverschil

Dat de omgang tussen verschillende achtergronden in Meise relatief vlot verloopt, heeft volgens Lourick veel te maken met leeftijd. “De jongere generatie denkt er gewoon anders over”, zegt hij. “Wij zijn opgegroeid in een multiculturele samenleving. Voor onze ouders en grootouders is dat minder vanzelfsprekend. Zij zijn het niet gewend en daardoor vermijden ze soms contact.”

Jongeren ontmoeten elkaar vaker via school, sport of jeugdbewegingen, terwijl oudere generaties minder gemengd leven.

 

De scouts is voor Lourick een van die plekken waar verschillen vanzelf kleiner worden. “Op kamp maakt afkomst niets uit. Je deelt dezelfde taken, dezelfde vermoeidheid, dezelfde mopjes. Dan besef je dat we eigenlijk allemaal hetzelfde willen: plezier maken en erbij horen.”

Toch is zijn aanwezigheid in zo’n overwegend autochtone groep niet vanzelfsprekend. “Had ik op jongere leeftijd bij de scouts gezeten, was het misschien moeilijker geweest,” zegt hij. “Toen was ik daar minder mee bezig. Nu weet ik wie ik ben.”

Kleine signalen

Dat de houding in Meise opener lijkt, betekent niet dat vooroordelen verdwenen zijn. Lourick herinnert zich momenten waarop mensen automatisch Frans tegen hem begonnen te spreken. “Ze denken dan dat ik geen Nederlands kan”, vertelt hij. “Als ik dan in perfect Nederlands antwoord, zie je ze even kijken. Niet uit kwaadheid, gewoon uit gewoonte.”

Het zijn kleine situaties die tonen dat afkomst nog altijd zichtbaar blijft, maar volgens Lourick is dat geen reden tot frustratie. “Zolang er respect is, is dat oké. Het gaat niet om afkomst, maar om openstaan voor elkaar.”

Geen uitzondering

Als randgemeente met een relatief gemengde bevolking en een actief verenigingsleven lijkt Meise minder vatbaar voor de harde grenzen die in andere Vlaamse gemeenten voelbaar zijn. Louricks verhaal toont hoe dagelijkse ontmoetingen  op school, in de scouts en op straat nog altijd de beste remedie blijven tegen afstand.

“Er zullen altijd verschillen zijn,” zegt hij. “Maar dat hoeft geen probleem te zijn. We groeien op in een mix en dat is net onze sterkte.”

Tekst: Ruben De Greef

Foto: © Jean Housen ( CC-BY-SA-4.0)