Vlaamse regering bespaart op sport: 7,4 miljoen minder voor de sportsector
Vlaams minister van Sport Annick De Ridder (N-VA), bespaart meer dan 7 miljoen euro per jaar op het sportbeleid. De sportcentra in Blankenberge en Woumen gaan dicht, terwijl het museum Sportimonium in Zemst zijn subsidies verliest. Maar welke impact heeft deze maatregel nu?
De Vlaamse regering trekt opnieuw aan de handrem. In haar septemberverklaring kondigde Vlaams minister-president Matthias Diependaele een reeks besparingen aan. De besparingsoefening op de subsidies binnen de Vlaamse Regering bedroeg daarbij 210 miljoen euro. Ook de sportsector zal moeten inleveren. In totaal gaat het om 7,4 miljoen euro minder voor het Vlaamse sportbeleid.
“We moeten als overheid verstandig omgaan met onze middelen, zeker in de huidige economische realiteit”, zegt het Kabinet van De Ridder. Dit is in de eerste plaats een oefening om beter en slimmer te werken: wat zijn onze kerntaken? Wat kan er beter, anders, slanker, etc. Dat geldt ook wat betreft sport”, luidt het bij het kabinet van De Ridder.
Volgens het kabinet richt de besparing zich in de eerste plaats op wat niet tot de kerntaken behoort van het sportbeleid. Zo verdwijnt de subsidie voor het sportmuseum Sportimonium volledig. Ook de federaties en de centra van Sport Vlaanderen worden onder de loep genomen.
“Sport Vlaanderen wil de sportparticipatie verhogen door het sport- en beweegaanbod in Vlaanderen zo kwaliteitsvol, zo aantrekkelijk en zo toegankelijk mogelijk te maken. We investeren in infrastructuur, leiden trainers op, delen kennis en brengen mensen samen. Het uitbaten van een sportmuseum behoort niet tot die directe kerntaken.”
Twee centra sluiten de deuren
Het meest zichtbare gevolg van de besparingen: twee van de veertien Sport Vlaanderen-centra moeten de deuren sluiten, die in Blankenberge en in Woumen. “De keuze voor die twee locaties is gemaakt op basis van de infrastructuur”, legt Jikkemien Vertonghen, directeur Beleidscoördinatie bij Sport Vlaanderen, uit. “Beide centra voldeden niet meer aan de toekomstige kwaliteitsnormen. De investeringen die nodig waren om ze op niveau te brengen, waren te groot.”
In Blankenberge gaan de sportactiviteiten wel nog door. Er wordt vooral gekeken naar een overname door het lokale bestuur. Voor het centrum in Woumen wordt er momenteel hard gezocht naar een private overnemer, waarbij ze de focus op recreatie en paardensport willen blijven behouden. Het personeel van deze centra zal in een ander centrum van Sport Vlaanderen aan de slag kunnen.
Bij Vooruit Blankenberge-Uitkerke waren ze allesbehalve blij met de beslissing van de Vlaamse regering. “De manier waarop het lokale bestuur deze beslissing moest vernemen getuigt hoe weinig respect er uitgaat van de Vlaamse regering naar het lokale bestuur”, stond te lezen op de sociale media van Vooruit Blankenberge-Uitkerke.
De beslissing om Sport Vlaanderen Blankenberge te sluiten kwam dan ook volledig uit de lucht vallen, volgens burgemeester Björn Prasse (Team Blankenberge): “Vorige week zaten schepen voor Sport Patrick De Meulenaere en ikzelf nog samen met de directie van Sport Vlaanderen. We bespraken toen hoe we samen een investeringsfonds konden uitwerken voor de noodzakelijke renovaties op de site. Er werd bekeken hoe we dit konden opnemen in het meerjarenplan”, zegt Björn Prasse bij HLN.
Sport Vlaanderen wil de komende jaren de overgebleven centra versterken en beter afstemmen op de noden van sporters. “De bedoeling is om van onze infrastructuur echte ‘centers of excellence’ te maken”, klinkt het op hun website. “We willen dat iedereen kan sporten in de beste omstandigheden: recreatieve sporters, G-sporters, topsporters, coaches, officials, clubs en federaties.
Naast de centra krijgen ook de federaties klappen. Vooral de multisportfederaties, die sporten voor niet-gebonden sporters aanbieden, zien hun budgetten vanaf 2027 gehalveerd worden. Vertonghen noemt hen ‘één van de zwaarst getroffenen’. Toch probeert Sport
Vlaanderen de impact op het terrein te beperken. Ze zullen snel een traject opstarten
samen met de multisportfederaties om te komen tot werkbare oplossingen, die de sporters
zo min mogelijk raken.
Wat betreft de mulitsportfederaties blijft de basiswerking van de uni- en multisportfederaties in 2026 volledig gespaard. Vanaf 2027 wordt geëvalueerd hoe ze kansgroepen beter kunnen ondersteunen en hoe de multisportfederaties zich beter kunnen organiseren.
“Op dit moment zijn er zeven multisportfederaties, maar hun aanbod overlapt vaak, zeker voor sporters die niet bij een club zijn aangesloten. Daardoor is het niet altijd duidelijk hoe ze precies passen binnen het brede sportaanbod in Vlaanderen. Het doel is niet om het aanbod te verminderen, maar om middelen doelgerichter in te zetten en zo meer Vlamingen te bereiken met sport”, vertelt het kabinet van De Ridder.
Toch klinkt er ongerustheid. De Vlaamse Sportfederatie (VSF) waarschuwt dat dergelijke besparingen op lange termijn meer kosten dan ze opleveren. Minder sportparticipatie kan leiden tot hogere gezondheidskosten, minder sociale cohesie en meer inactiviteit. “Op basis van de beschikbare informatie in het subsidieregister hebben we berekend dat 0,51 procent (91 miljoen euro van 18,1 miljard euro) van de Vlaamse subsidies naar sport gaat. En dat terwijl we als sportsector 2 procent (4,2 miljoen euro van de 210 miljoen euro) van de besparingen op subsidies te slikken krijgen”, aldus algemeen directeur Pieter Hoof van de Vlaamse Sportfederatie. “We vragen ons dan ook af waarom sport maar liefst drie keer zwaarder moet besparen dan haar aandeel in de subsidies.”
“Elke euro die in georganiseerde sport wordt geïnvesteerd, levert tot 2,5 keer zoveel op voor onze maatschappij. Meer investeren in sport betekent dus extra miljoenen besparen in de gezondheidszorg”, vertelt Pieter Hoof in een artikel van HLN. Volgens hem hebben de besparingen op sport dan ook een averechts effect.
Kabinet De Ridder erkent het belang van sport: “Sport heeft een enorme meerwaarde voor onze fysieke en mentale gezondheid, maar we moeten verantwoord omgaan met belastinggeld.”
Ook Jikkemien Vertonghen begrijpt de bezorgdheden in de sportwereld: “We begrijpen dat de sportwereld vragen heeft. Daarom proberen we zo transparant mogelijk te communiceren.” Op de website van Sport Vlaanderen staat een overzicht van alle maatregelen. Daarin wordt ook onderscheid gemaakt tussen eenmalige besparingen in 2026 en structurele besparingen vanaf 2027. “Het is belangrijk om te begrijpen dat sommige ingrepen tijdelijk zijn en andere blijvend. We willen dat sporters zelf er zo weinig mogelijk van merken”, aldus Vertonghen.

G-sport gehalveerd
Binnen de G-sport worden de middelen ook teruggeschroefd. Het budget voor de ondersteuning van clubs die G-sport aanbieden, wordt gehalveerd. Dat is ook het geval in de gemeente Kasterlee, die deel uitmaakt van sportregio Zuiderkempen. Die regio bundelt de krachten van acht Kempense gemeenten en organiseert samen sportkampen en G-sportprojecten. Ze krijgen vaak steun via subsidies die niet rechtstreeks van de gemeente komen, maar van een hogere overheid.
Ward Kennis, burgemeester en schepen van Sport van Kasterlee, legt uit: “De totale som van bovenlokale subsidies die onze regio binnenhaalt, is nu 25.000 euro. In de toekomst zal dit dus nog maar maximaal 12.500 euro zijn. Een deel daarvan gaat naar G-sporters, maar de subsidies dekken slechts een stuk van de totale kosten. We zullen dus samen met SRZ (Sociale redzaamheidsschaal voor verstandelijk gehandicapten) naar oplossingen moeten zoeken.”

Topsporters blijven buiten schot
Hoewel er stevig op de sportsector wordt bespaard, geldt dit niet voor het budget van topsporters in Vlaanderen. In het begin van dit jaar was er nog een aankondiging van De Ridder dat het budget voor topsporters nog zal toenemen.
In de praktijk wilt dit zeggen dat tussen 2025 en 2028 de middelen voor topsporters zullen stijgen met 5 procent. Voor 2025 betekent dit een stijging van 1 miljoen euro. De Ridder wil hiermee aanzetten om nog beter te presteren, maar ook om de toekomstige sporters te inspireren. “Topsporters zijn inspirerende voorbeelden, voor jong en oud, vandaar ook het belang van deze wisselwerking in dit topsportactieplan”, aldus De Ridder.
Maar wat als de economische status van ons land verslechtert en er nog meer bespaard zal moeten worden? “Momenteel gaan we niet uit van het worstcasescenario, gezien de recente besparingen. We gaan steeds bewaken dat sportparticipatie bewaard blijft, wat ook deze keer het devies was: hetzelfde aanbod, maar op een meer efficiënte wijze. De effectieve impact van de besparingen is ook door elke minister op te volgen”, aldus kabinet De Ridder.
Het blijft een delicate evenwichtsoefening tussen financiële efficiëntie en sportieve toegankelijkheid, maar kabinet De Ridder benadrukt dat sporters centraal blijven staan in de toekomstvisie.
Tekst: Joram Van Ossel
Foto’s: © Joram Van Ossel



