Hoe Belgen in het European Astronaut Centre de weg naar de ruimte plaveien
Terwijl heel België uitkijkt naar de eerste ruimtemissie van onze nieuwe astronaut Raphaël Liégeois, draait de motor in Keulen al jaren op volle toeren. Het European Astronaut Centre (EAC) is het kloppend hart van de Europese ruimtevaart. Wie goed luistert in de wandelgangen van dit hightech complex, hoort opvallend vaak een Vlaams accent. Achter de schermen speelt een sterk team van Belgen een cruciale rol in het klaarstomen van de volgende generatie ruimtevaarders.
Het EAC in Keulen is een unieke plek. Een kleine wereld waarin een team van ingenieurs, wetenschappers en trainers samenkomen met één doel: de mens in de ruimte houden. Binnen dit internationale team spelen Belgen een opvallende sleutelrol, variërend van fundamenteel onderzoek, operationele training tot communicatie. Naast kopstukken zoals Kris Capelle, het hoofd van de ISS Astronaut Training Unit, en Nolan Herssens (Senior Coordinator for Life Sciences), zijn het mensen zoals Merel Van Walleghem, Ewoud Jacobs en Hannelise Boerjan die dagelijks met hun laarzen in de modder, of betergezegd in de ruimte, staan.
De architect van de astronautenklas
Aan het roer van de opleiding staat een Belg: Kris Capelle. Als Head of Astronaut Basic & Mission Training Unit is hij de man die bepaalt hoe de nieuwe lichting astronauten waaronder Raphaël Liégeois wordt gevormd. Zijn takenpakket is complex maar bijzonder gevarieerd. Zo duurt de basisopleiding 13 maanden, gevolgd door twee jaar missietraining verspreid over Houston, Moskou, Tokio en Montreal. “We proberen de kennislacunes weg te werken. Iemand die minder scoort op medische kennis krijgt hier een doorgedreven training in. Aan het einde van de rit willen we alle astronauten op hetzelfde basisniveau krijgen”, legt hij uit. Daarnaast moet Capelle van een groep individuen een hecht team smeden. Iets wat hij bijzonder belangrijk vindt en met de huidige lichting astronauten zeer goed lukt. Zo trekken ze op winter survival, paraboolvluchten en grottentrainingen. Steeds leuke momenten waarin een delicaat evenwicht schuilt want de astronauten zijn collega’s, maar tegelijk ook concurrenten van elkaar in de strijd om die felbegeerde missies. Capelle navigeert ons ook door het politieke en financiële landschap van de Europese ruimtevaart. Een sector die al decennia een serieus kostenplaatje heeft. Zo kosten korte missies van twee weken tientallen miljoenen euro’s. Om kosten te besparen worden standaardmissies tegenwoordig verlengd van zes naar acht maanden.

Waarom hightech er soms “oud” uitziet en het belang van training
Vervolgens lopen we de West-Vlaamse Merel Van Walleghem tegen het lijf. Zij werkt als Crew and Ground Personnel Instructor, één van de handvol docenten die astronauten klaarstomen binnen het EAC. Haar territorium is de Columbus-module, het Europese onderzoekslaboratorium dat aan het internationaal ruimtestation ISS is gekoppeld. “De afspraak is dat de eigenaar van de module ook verantwoordelijk is voor de training,” legt Merel uit. “Dus eigenlijk iedereen die naar het ISS gaat, passeert bij mij.” Of het nu Amerikanen, Japanners of de nieuwe lichting Europeanen zijn: wie in de Columbus-module wil werken, krijgt dus les van Merel en haar collega’s.
In haar lessen draait het niet om droge theorie, maar ook om overleven. “Ze hebben geen examen op het einde, maar een simulatie. Van brand tot giftige stoffen, we strooien met dingen die misgaan. Hiermee willen we kijken hoe ze op onverwachte situaties reageren. Op die momenten is er helemaal geen tijd voor creativiteit. Procedures zijn zoals een recept. De eerste stappen bij bijvoorbeeld brand, dat zijn stappen die ze gememoriseerd hebben en van cruciaal belang zijn”, vertelt ze vol passie over haar job.
Wie door de zogeheten mock-ups (oefenmodellen) van de Columbuscapsule in Keulen loopt, valt het soms op: de knoppen en schermen ogen vaak maar niet altijd futuristisch. Merel legt uit dat dit een bewuste keuze is voor veiligheid. “De oorzaak is dat het heel lang duurt voordat iets uiteindelijk in de ruimte terechtkomt. Elk onderdeel moet door een jarenlange molen van veiligheidstesten om bestand te zijn tegen straling en trillingen. Wanneer iets werkt, wordt het vaak hergebruikt,” klinkt de logische verklaring van de West-Vlaamse ESA-instructrice.

De strijd tegen spierverlies
Een paar deuren verderop focust postdoctoraal onderzoeker Ewoud Jacobs zich op de fysieke tol van de ruimtevaart. Want hoe goed de astronauten ook getraind zijn door zijn collega Merel, de gewichtloosheid blijft een aanslag plegen op het lichaam. “Als astronauten naar het ISS gaan, verliezen ze steeds veel spieren en botmassa,” vertelt Ewoud. Zijn doel is helder: die afbraak tegengaan, zeker nu missies langer worden. Ewoud werkt aan een innovatief krachttrainingstoestel, een technologie die op aarde al gebruikt wordt voor knierevalidatie. “In de ruimte voel je bovendien geen overbelasting, wat blessures in de hand werkt. Training is dus wel degelijk nodig”, geeft Jacobs aan.
De Sint-Niklasenaar werkt daarom continu aan zijn onderzoek. “We bekijken nu vooral: kunnen we dit allemaal veilig implementeren in de ruimte?” Na succesvolle testen in paraboolvluchten is de ambitie helder: “Ik hoop dat we volgend jaar ons toestel kunnen meesturen.”De impact op het lichaam is overigens niet te onderschatten. Kris Capelle vangt een deel van ons gesprek op en wijst na afloop ook op de lichamelijke impact van een ruimtemissie: “Het evenwichtsorgaan is bij terugkeer op aarde zo van slag dat astronauten de eerste drie weken niet eens met de auto mogen rijden.”

Van astronaut tot de Slimste Mens ter Wereld?
Naast de technische en fysieke voorbereiding, wordt er in de wandelgangen nog een andere strijd gevoerd: die om de publieke opinie. Hier komt Hannelise Boerjan, woordvoerster bij BELSPO, in beeld. Communicatie is van levensbelang voor het draagvlak van ruimtevaart. Kris Capelle haalde in onze gesprekken eerder op de dag al aan dat de Amerikanen meesters zijn in PR (zoals bij de befaamde Rosetta-missie, red.). Dat is precies waar Hannelise nu op inzet voor België. Haar missie? Het bouwen van het “merk” Raphaël Liégeois.
Hoewel Raphaël in Wallonië al enorm populair is, ligt de focus nu op Vlaanderen. De strategie is om hem niet te positioneren als een Franstalige astronaut, maar als een nationale trots die burgers over het hele land moet inspireren voor een toekomst in wetenschap en techniek. “De komende maanden willen we nog meer inzetten op media-optredens in televisieprogramma’s zoals: De Afspraak of wie weet zelfs de Slimste Mens ter Wereld. Raphaël zou het daar niet slecht doen denk ik”, blikt Boerjan al vooruit.
Een onverwachte droomjob voor vele van onze landgenoten
Wat deze Belgen in Keulen verbindt, is hun nuchterheid. Velen, zoals Merel, hadden geen kinderdroom om astronaut te worden. Na haar studies biomedische imunologie (de wetenschap die het afweersysteem bestudeert, red.) aan de Universiteit Hasselt schreef ze een doctoraat in Space Immunology (over de impact van ruimtemissies op het menselijk lichaam, red.). Na publicatie van dat doctoraat rolde ze in de ruimtevaart via een betaalde stage. “Heel toevallig werd mijn project opgepikt binnen de sector waardoor ik als academicus de kans kreeg om bij ESA werkervaring op te doen. Het beviel mij dusdanig waardoor ik hier al enkele jaren rondloop”, blikt ze vol fijne herinneringen terug.
Toch zorgt die speciale context voor een unieke sfeer bij al onze landgenoten. “Het is een kleine wereld op zichzelf waarin iedereen goed met elkaar overweg kan, dat hier zoveel Belgen rondlopen maakt het een aangename werkomgeving”, zegt Merel Van Walleghem.
Of het nu gaat om de topman die de missies plant, de instructeur die de procedures drilt, de onderzoeker die de spieren bewaakt of de woordvoerder die het verhaal vertelt: de weg naar de sterren loopt voor een groot stuk via Belgische expertise en daar mogen we best trots op zijn.

Tekst: Sander Scheers
Uitgelichte afbeeldingen: ©Rom Images
Reportage: Arnaud D’hollander & Kiana Santoriello



