Veel ambitie rond taalbeleid, maar scholen tasten in het duister over de uitvoering
Vanaf volgend schooljaar moet elke Vlaamse basisschool een taalexpert hebben. Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) wil zo taalachterstand bij jonge kinderen sneller aanpakken. Maar hoe die maatregel er in de praktijk moet uitzien, is voor veel scholen nog onduidelijk. Dat zegt Ilse Pauwels, directeur van het Scholeke van Rode in Meise. “We hebben nog geen concrete informatie gekregen via de officiële kanalen.”
Hoe de rol van taalexpert precies ingevuld zal worden, weet Pauwels voorlopig niet. “Ik heb daar eerlijk gezegd nog niet over nagedacht, omdat ik niet weet welke middelen daar tegenover staan. Gaan dat extra uren zijn? Of moet ik iemand uit mijn team daarvoor gebruiken? Dat is allemaal nog niet duidelijk.”
Volgens Pauwels leven die vragen in veel scholen. “Op dit moment weten wij eigenlijk evenveel als de rest van Vlaanderen: wat we in de krant lezen. Ik vermoed dat er pas volgend schooljaar meer duidelijkheid komt, wanneer de uren verdeeld worden.”
Het Scholeke van Rode ligt in een gemeente met veel Franstalige gezinnen. “Als je hier in de wijk rondloopt, merk je dat meteen. Wij hebben veel Franstalige leerlingen, maar het gaat vaak om ouders die in Brussel werken en hier komen wonen.”
Net daardoor is de motivatie om Nederlands te leren niet altijd vanzelfsprekend. “Die ouders hebben vaak niet echt de behoefte om Nederlands te leren en dat voelen de kinderen ook. Wij vinden het belangrijk dat er aan Nederlands gewerkt wordt, maar dat lukt niet alleen op school.”
Volgens Pauwels ligt daar ook een verantwoordelijkheid bij de ouders. “Wie kiest voor Nederlandstalig onderwijs, moet ook bereid zijn om die taal te leren. Zodat je de agenda kan lezen en weet wat je kind op school doet.”
Geen andere talen op oudercontact
De school kiest er bewust voor om op oudercontacten Nederlands te spreken. “Dat is ook zo afgesproken met ons schoolbestuur: wij praten geen andere talen op het oudercontact. Ouders kunnen een tolk meebrengen of we gebruiken een vertaalapp.”
Die keuze is volgens haar noodzakelijk. “Ik heb ouders die Frans spreken, maar ook Russisch, Chinees, Pools of Engels. Je kunt niet verwachten dat leerkrachten al die talen beheersen. En soms moet je nuances kunnen overbrengen en dat lukt alleen goed in je eigen taal.”
Taalbeleid begint vroeg
Een taalexpert of niet, aan taal wordt op de school al lang intensief gewerkt. “Van in de kleuterschool zetten we sterk in op klanken en woordenschat”, zegt Pauwels.
Ook ouders worden betrokken. “We geven vooraf door welke boekjes we gaan lezen, zodat ouders het verhaal thuis kunnen vertalen. Als een kind het verhaal al kent in zijn moedertaal, pikt het sneller de Nederlandse woordenschat op in de klas.”
Daarnaast zijn er taaltesten, extra oefenmomenten en zorgleerkrachten die zich specialiseren in anderstaligheid. “We hebben vandaag al expertise in huis; een zorgcoördinator, een zorgleerkracht en een kernteam taal. Mensen specialiseren zich hier al in taal, lezen, ICT of meerbegaafdheid.”
Bezorgdheid over werkdruk
De grootste zorg bij de invoering van de taalexpert is volgens Pauwels de werkdruk. “Ik heb schrik dat men verwacht dat een leerkracht dat er gewoon bijneemt, zonder extra uren”, zegt ze. “Dat iemand zich specialiseert en dat die taak boven op het bestaande takenpakket komt.”
Volgens haar is dat niet haalbaar; “Je kunt geen extra lesjes taal bijplakken in het lager onderwijs. Onze uren liggen vast. Je kan kinderen niet een uur langer laten blijven of vroeger laten stoppen.”
Ook een voltijdse taalexpert ziet ze niet meteen zitten; “Je kunt niet iemand voltijds aanstellen die zich alleen met taal bezighoudt. Dat werkt niet in de praktijk van een basisschool.”
‘Er zijn grotere problemen’
Pauwels plaatst de maatregel bovendien in een bredere context; “Ik denk dat er andere problemen zijn waar scholen vandaag meer baat bij zouden hebben. Het inclusieverhaal bijvoorbeeld. Ik ben daar volledig voor, maar dan heb je middelen nodig.”
Ze wijst op de realiteit in de klas; “Met 24 kinderen en één leerkracht is het gewoon moeilijk. Als je daarbovenop verwacht dat we nog extra uren vrijmaken voor een taalexpert, dan wordt het onrealistisch.”
Toch staat Pauwels niet afwijzend tegenover het taalbeleid van de minister. “Ik ben eigenlijk een grote fan van haar visie, maar het is te veel tegelijk.”
Voor haar is het beleid geslaagd als scholen tijd en ruimte krijgen. “We zitten ook met nieuwe minimumdoelen die moeten uitgewerkt worden. Dat vraagt tijd.”
Het uiteindelijke doel is voor haar duidelijk: “Als kinderen die naar het eerste leerjaar gaan voldoende Nederlands kunnen, en als we leerlingen kunnen afleveren aan het middelbaar die die taal beheersen, dan is het geslaagd. Of dat volledig zal lukken? Dat moeten we afwachten.”
Tekst: Ruben De Greef
Foto: © Elias Rom



