15/12/2025

Wanneer justitie (nog niet) spreekt en het publiek oordeelt

Wanneer een gerechtelijk dossier het nieuws haalt, lijkt het publieke oordeel vaak sneller te volgen dan het onderzoek. Verdachten worden besproken terwijl het dossier nog openligt. In die context duikt ook het begrip trial by media steeds vaker op. Volgens Kristof Aerts, woordvoerder van het parket, probeert justitie daarbij vast te houden aan één uitgangspunt. “Het vermoeden van onschuld speelt, totdat iemand door een rechtbank is veroordeeld.” 

Met 250 binnengekomen meldingen van grensoverschrijdend gedrag illustreert het dossier van de Tiense gynaecoloog, hoe gerechtelijke onderzoeken zich vandaag ook buiten de rechtszaal afspelen. Terwijl het onderzoek nog loopt, volgden de voorbije weken meldingen en tijdelijke schorsingen elkaar in sneltempo op. Dit leidde tot brede media-aandacht. In dat klimaat van publieke beoordeling, vaak omschreven als trial by media, ontstaan oordelen nog vóór een rechtbank zich heeft uitgesproken. De beslissing van de Toezichtcommissie om de tijdelijke schorsing op te heffen, zij het onder strikte voorwaarden, lokte meteen nieuwe reacties uit. Advocaat Sanne De Clerck staat tien slachtoffers bij en reageerde verontwaardigd. Ze wees erop dat intussen meer dan tweehonderd meldingen zijn geregistreerd en meerdere strafklachten lopen. Dat roept opnieuw vragen op over de spanning tussen lopend onderzoek en publieke opinie. 

Eerder was ook de zaak-Sanda Dia een uitgesproken voorbeeld van trial by media. De dood van de KUL-student tijdens een extreme ontgroening bij studentenclub Reuzegom in 2018 veroorzaakte een golf van nationale maar ook internationale verontwaardiging. Door de stroom aan gedetailleerde berichtgeving in de media en op sociale media was de publieke opinie over de betrokkenen al snel gevormd vóór de officiële rechtszaak. De media-aandacht belichtte vooral de sociale achtergrond van de Reuzegommers. Dit zette het gerecht onder druk. Juristen wezen erop dat deze aanhoudende stroom van informatie en morele veroordelingen het moeilijk maakte voor de rechtbank om de zaak te behandelen. 

Communicatie binnen de grenzen van het onderzoek 

Het parket communiceert geregeld terwijl gerechtelijke onderzoeken nog niet zijn afgerond. Daarbij wordt volgens Aerts bewust afgewogen welke informatie op welk moment kan worden gedeeld. “We proberen in onze officiële communicatie in dossiers evenwichtig te zijn en niet te veel vooruit te lopen op de feiten”, zegt hij. Die communicatie blijft volgens hem beperkt tot wat op dat moment vaststaat. “We belichten ook een aantal feiten waarover het onderzoek gaat en wie er eventueel betrokken is, zonder daar al richtinggevende uitspraken over te doen.” 

Die aanpak hangt volgens Aerts nauw samen met fundamentele rechtsprincipes. “Totdat iemand door de rechtbank veroordeeld is, houden we rekening met vermoeden van onschuld. Dat samen met privacy en rechten van verdediging.” Dat is volgens Aerts belangrijk omdat een dossier kan evolueren. “De onderzoeksrechter onderzoekt à charge en à décharge”, zegt hij. Dat betekent dat zowel elementen die tegen als in het voordeel van een verdachte spreken worden onderzocht. “Op het einde van de rit bekijken we hoe het dossier evolueert en wat er dan op tafel ligt.” 

Van gerecht naar mediaverhaal 

Zodra een gerechtelijk dossier in het nieuws verschijnt, verandert de dynamiek. “We zien dat zaken in de media worden overgenomen en ze een aantal stappen verder gaan dan onze communicatie”, zegt Aerts. Volgens hem kan dat voor verwarring zorgen. “Slachtoffers of betrokkenen hebben niet altijd door wat de officiële communicatie is en hoe dat dan in de kranten komt. Het lijkt alsof al die informatie vanuit het parket komt, maar dat is niet altijd zo.” Volgens Aerts probeert het parket dat onderscheid wel te maken, al gebeurt dat meestal buiten de openbaarheid. “We proberen dat zeker te benadrukken, maar dat is eerder achter de schermen.” 

Wanneer nieuwsorganen fouten maken of een eenzijdig beeld schetsen, volgt een publieke rechtzetting niet automatisch. “De tendens mag niet zijn dat er dingen door de media fout worden geschreven om een soort rechtszetting van ons te gaan uitlokken”, legt Aerts uit. Volgens hem ligt daar ook een duidelijke verantwoordelijkheid bij de journalisten. De persverantwoordelijke wijst erop dat berichtgeving in mediatieke dossiers vaak niet losstaat van belangen. “Er worden wel eens bepaalde dingen geschreven waar we kunnen zien vanuit welke hoek of met welke agenda dat gebeurt.” Ook daar kiest het parket ervoor om niet automatisch te reageren. Voor hen blijft één prioriteit doorslaggevend. “We moeten ervoor zorgen dat het onderzoek dat op dat moment nog volop aan het lopen is niet verstoord wordt.” 

De snelheid van de media versus de traagheid van justitie 

Hoewel sociale media het tempo en de druk verhoogt, heeft dat volgens Aerts geen impact gehad op communicatiestrategie. Justitie blijft zich daarbij richten op de kern van het dossier. “Voor ons gaat het om de feiten waarbij wij toelichting geven over een maatschappelijk belangrijk dossier en dat proberen we in alle gevallen objectief en evenwichtig te brengen.” Tegelijk erkent hij dat de snelheid waarmee media en de samenleving antwoorden verwachten vaak botst met het tempo van justitie. “Het probleem is dat we daar meer tijd nodig hebben, omdat er veel meer hoeken en kanten aan het verhaal zijn dan vanuit het eerste zicht zou blijken.”  

Wel wordt er extra aandacht besteed aan formuleringen. “We letten er meer op dat we in onze communicatie nog niemand veroordelen of schuldig verklaren. We leggen uit wat de stand van zaken is, maar het vermoeden van onschuld blijft gelden zolang er geen uitspraak is.” Sommige dossiers zijn daarbij moeilijker te beheersen dan andere. “Als er bekende mensen betrokken zijn of mensen met een maatschappelijke rol zoals een gynaecoloog, is het heel moeilijk om trial by media te vermijden. Dat springt veel harder in het oog dan andere zaken en roepen sneller publieke reacties op.” In zulke gevallen ontstaat sneller de indruk dat iemand schuldig moet zijn, terwijl dat juridisch pas kan “als het in openbare zitting door een rechtbank wordt beslist”. 

Liveblogs en publieke interpretatie 

Ook wanneer een zaak voor de rechtbank komt, blijft publieke perceptie volgens Aerts een rol spelen. De opkomst van liveblogs versterkt dat effect. Hij verwijst daarbij naar recente grote processen. “Bij Marco Borsato kon men elk woord dat in de rechtbank werd gezegd meteen online vinden.” Volgens Aerts botst dat met de bedoeling van openbare zittingen. “Zittingen zijn openbaar omdat iedereen naar de zitting kan komen en daar kan komen luisteren, maar niet dat dat vertolkt wordt door journalisten naar de rest van de wereld.” 

Die onmiddellijke verslaggeving houdt volgens Aerts risico’s in. “Het blijft toch altijd maar een interpretatie van wat daar gezegd wordt. Door de snelheid waarmee informatie verschijnt, zitten er risico’s in als correctheid en nauwkeurigheid.” Tegelijk erkent hij dat justitie daar vandaag weinig tegen kan ondernemen, aangezien journalisten bij openbare zittingen aanwezig mogen zijn en vrij verslag kunnen uitbrengen. 

De rol van het publiek 

In dat spanningsveld ziet Aerts ook een rol voor het publiek. “Het is belangrijk om kritisch te kijken vanwaar de officiële communicatie komt.” Volgens hem is het noodzakelijk om een duidelijk onderscheid te maken tussen wat justitie meedeelt en wat er in de media verschijnt. “Wat wij zeggen en wat er in de kranten verschijnt, zijn twee verschillende dingen.” Niet alles wat wordt gedeeld door de media is volgens Aerts volledig of definitief. “Misschien komt het vanuit een bepaalde agenda en is dat niet helemaal correct of eventueel te voorbarig.”  

Bij maatschappelijk gevoelige dossiers gaan gerechtelijke procedures vaak gepaard met veel publieke en mediatieke reacties. Volgens Aerts kan justitie enkel communiceren binnen de grenzen van het onderzoek en vasthouden aan het vermoeden van onschuld. Hoe dossiers daarna verder worden ingevuld in de media, heeft justitie niet in de hand. Daarmee eindigt de rol van het parket, terwijl het publieke debat vaak doorgaat. 

 

Tekst: Noura Kaddaoui 

Beeld: Saúl Bucio via Unsplash