17/03/2026

Herrezen uit de dood: KVDO

De voorbije drie maanden trokken derdejaarsstudenten Sander ScheersRuben Okens door heel Vlaanderen voor “AMATEUR”. Een magazine over het Belgische amateurvoetbal. Van Limburg tot West-Vlaanderen, van eerste nationale tot derde amateur. Overal gingen ze op zoek naar verhalen die tonen wat er écht leeft in de lagere regionen van de mooiste sport op aarde. Het artikel hieronder is één van de vele mooie verhalen. Wenst u een digitale versie van het magazine aarzel niet om de heren te contacteren. 

2 juni 2024. De begrafenis van voetbalclub KV Oostende vindt plaats in haar thuishaven op een steenworp van het strand. De charmante kustclub is definitief dood en begraven, het faillissement is een feit. Geen wedstrijden meer, geen tegenstander, geen drie punten op het spel. Maar tussen de IJzer en de Noordzee werd ‘butter bie de vis’ gedaan en ontstond een nieuw project. 

Nog geen twee jaar later speelt op datzelfde veld een ploeg in tweede amateur voor zo’n 2.000 toeschouwers een topper voor de eerste plaats. De club anno 2026 heet KVDO, een samenvoegsel van Diksmuide en Oostende. Er waait een nieuwe wind aan de kust en er staat sportief én structureel opnieuw iets. “Mocht je toen op die begrafenis een foto hebben kunnen tonen van wat hier nu gebeurt, dan had iedereen gezegd: dat is een scenario voor een film”, zegt huidig CEO Claude Vindevogel. 

Dit is het verhaal van een heropstanding. Maar vooral: van een andere manier van denken. “Dat faillissement was een mokerslag voor iedereen met een hart voor KVO”, zegt operationeel manager Bram Keirsebilck, die jarenlang voor KV Oostende aan de slag was en nu de dagdagelijkse lijnen in het nieuwe verhaal mee uitzet.

Van provinciale ambitie naar nieuw project aan de kust

Claude Vindevogel is geen onbekende in het West-Vlaamse voetbal. Vijfentwintig jaar was hij bestuurder bij KSV Diksmuide, een club die in 2016 nog in derde provinciale speelde. “We zijn daar op zeven jaar tijd twee keer gepromoveerd. Op het moment dat dit verhaal op tafel lag, waren we net met twintig punten voorsprong kampioen geworden in eerste provinciale.”

Die sportieve klim was geen toeval, maar het resultaat van een doordachte werking. Toen het faillissement van KV Oostende werd uitgesproken, lag er in Diksmuide een club klaar die net nationaal voetbal had bereikt. In Oostende lag een stadion met 8.000 zitplaatsen, een professionele omkadering en honderden jeugdspelers zonder toekomst.

De doorstart kwam er razendsnel nadat het faillissement van KV Oostende op 3 juni 2024 werd uitgesproken door de ondernemingsrechtbank in Brugge. Tijd was achteraf bekeken het grootste obstakel. Maar daags na de uitspraak was er al een mondeling akkoord met Diksmuide. “Op een zondagmiddag tijdens de federale verkiezingen zaten we met veertig stakeholders in het stadhuis: supporters, sponsors, ex-spelers, bestuursleden. De plannen lagen op tafel. De vraag was dus simpel: staan jullie hierachter? Het antwoord was unaniem positief”, blikt Keirsebilck terug.

Zo werd KVDO geboren: een fusie, geen klassieke overname. “Wij hebben KSV Diksmuide versterkt met infrastructuur en mensen uit Oostende. Mensen die niets te maken hadden met het noodlottige faillissement maar wel de ziel van Oostende hoog in het vaandel droegen”, zegt Vindevogel. 

Bram Keirsebilck (links) en Claude Vindevogel (rechts) zetten de nieuwe lijnen uit van KVDO.

Een breuk met het verleden, niet met de ziel

Dat faillissement droeg een duidelijke stempel. Na jaren van sportieve schommelingen kwam toenmalige eersteklasser KV Oostende in handen van buitenlandse investeerders. De club werd onderdeel van een internationale constructie rond Pacific Media Group onder leiding van de Amerikaans-Canadese investeerder Paul Conway. Die op zijn beurt via verschillende vennootschappen meerdere clubs controleerde. Oostende werd daarbij gelinkt aan onder meer de Franse zusterclub en tweedeklasser AS Nancy-Lorraine.

Het model was duidelijk: multi-club ownership. Hierbij functioneren clubs binnen één netwerk. Spelers worden doorgeschoven, licenties in verschillende landen creëren handelsmogelijkheden. Transfers en waardestijging van spelers vormen het economische hart van het systeem. “De club voelde niet langer als een echte familieclub maar als een schakel in een ketting. Je kan boeken schrijven over wat hier gebeurd is”, blikt Keirsebilck terug. 

Wat op papier schaalvoordelen en internationale slagkracht moest opleveren, mondde in Oostende uit in financiële instabiliteit. Schulden stapelden zich op, licentieproblemen volgden. Sinds Paul Conway het roer overnam bij KV Oostende was het een kwestie van tijd vooraleer het schip zou zinken. 

Toch weigeren Keirsebilck en Vindevogel vandaag het verleden te verloochenen in het nieuwe verhaal. “Het stomste wat je in voetbal kan doen, is je geschiedenis niet erkennen. De ziel van KVO hangt hier nog altijd”, zegt Keirsebilck.

Die ziel respecteren zonder in het verleden te blijven hangen, is een delicate evenwichtsoefening. Sommige supporters hebben het moeilijk met de nieuwe naam of met de blauwe kleur uit Diksmuide. “Je kan dat niet forceren”, zegt Vindevogel. “Je kan niet met een hakmes zeggen: dit is het en niet anders. Dan speel je morgen maar voor 400 supporters.”

Daarom kiest KVDO voor een organische transitie. Een nieuw clublied waarin zowel Diksmuide als Oostende bezongen worden. Een identiteit die samengevat wordt als ‘de IJzer en de Zee.’ En vooral: dankbaarheid voor wie is gebleven.

Een profclub in het amateurvoetbal

Wie vandaag door het Batimont Solar Park wandelt, merkt snel dat KVDO geen doorsnee amateurclub is. “Door de omstandigheden zijn wij eigenlijk een profclub die in het amateurvoetbal speelt”, zegt Keirsebilck.

De clubstructuur telt een bijzondere verscheidenheid aan afdelingen. Er is een hr-afdeling, een financieel directeur, een sportieve cel, een jeugdacademie en een operationeel team. De club investeert in businessruimtes en evenementen. “We hebben hier een zaal waar duizend mensen kunnen feesten. Een erfstuk van onze ex-voorzitter Marc Coucke. Onze kalender voor de komende maanden zit al goed vol, dat zorgt voor een heleboel extra inkomsten”, zegt Vindevogel.

Die professionalisering is bewust. “Als je een grotere omzet draait met VIP-catering en businessactiviteiten, dan klopt het niet meer om alles in een vzw te steken.” Daarom schakelt de club over naar een coöperatieve vennootschap (CV). 

Maar zelfs met die nieuwe bedrijfsstructuur loert het verleden om de hoek. “Niemand kan meer dan tien procent van de aandelen bezitten. Niemand kan een miljoen inpompen en dan beslissen wat er gebeurt. Dit principe is heilig”, benadrukt CEO Vindevogel. 

De spelersgroep van KVDO bestaat uit jonge talenten uit de wijde omtrek. – © Eli Inghelbrecht

Lokale jeugd als ruggengraat

Sportief staat KVDO bovenaan in tweede amateur, het vierde niveau in België. Op het veld lopen nog steeds spelers die in eerste provinciale meegroei­den. Daarnaast zijn er tal van spelers met een verleden in de jeugd van het oude KV Oostende zoals Milan Beuckels en Jasper Vandenschrick. “Die lokale verankering is écht een doelbewuste strategie”, geven beide heren aan. 

Volgens Keirsebilck bewijst dat één ding: “Er loopt enorm veel talent rond in de lagere reeksen. Maar door makelaars halen clubs liever derderangs-buitenlanders. Dat kan écht wel anders en wij bewijzen het hier in Oostende.”

De sportieve ambitie reikt weliswaar verder dan tweede amateur. Eerste amateur is de volgende stap. Op termijn lonkt dan de poort naar 1B, het laagste professionele niveau in ons land. Maar niet tegen elke prijs. “Als we binnen twee jaar per se naar 1B willen, krijgen we een boemerang pal in ons gezicht”, waarschuwt Vindevogel.

Sportief succes is essentieel, maar het niveau is relatief. “Mensen komen voor een positieve flow”, zegt Vindevogel. “Of dat nu in 1B of eerste amateur is, maakt minder uit dan je denkt. We moeten als club groeien, stap voor stap, jaar na jaar. We zien wel waar het schip zal stranden, maar ambitie moet je wel hebben als club.”

Een pleidooi voor structurele hervorming

Het nieuwe verhaal in de badstad botst soms ook op haar limieten binnen het huidige voetballandschap. Vindevogel pleit voor strengere licentievoorwaarden en meer lokale verankering. “Als je in België een club hebt, moet die Belgisch zijn. Niet uit Dubai, Jamaica, de Verenigde Staten of een belastingparadijs.”

Keirsbilck gaat hierop verder: “In de statuten zou moeten staan dat de stad een verankering heeft. Dat ze een veto kan stellen. Een voetbalclub is geen gewoon bedrijf, het is een community. Dat vergeten veel clubbestuurders uit ons Belgisch voetbal.”

Voor KVDO is de samenwerking met stad, sponsors en supporters een hoeksteen. “Je speelt in infrastructuur waar belastinggeld in zit”, zegt Vindevogel. 

Dankbaarheid als brandstof

Wat hen persoonlijk drijft in dit hele verhaal? Het antwoord komt zonder aarzeling bij beide heren.

“De liefde voor de club. Je kan in voetbal werken om je zakken te vullen. Of je kan het doen vanuit liefde. Ik steek zonder aarzelen en met veel plezier mijn tijd in dit verhaal. Dat deed ik al bij Diksmuide en nu met nog meer passie bij KVDO”, zegt Vindevogel resoluut.

Keirsbilck knikt en vult aan: “Ik stond hier vroeger zelf in de tribune met mijn vrienden. Ik was jeugdspeler. Ik werkte jarenlang voor de club van mijn stad. Toen het faillissement kwam, wilde ik absoluut meewerken aan een doorstart. Of ik hier fulltime kon blijven of niet, dat was bijzaak.”

De dankbaarheid in Oostende werkt als brandstof voor het hele team dat zich achter het nieuwe project wil scharen. “Het voetbalgevoel is hier duizend keer groter dan in Diksmuide. Logisch ergens, maar die warmte en verbondenheid motiveren ons wel enorm”, zegt Vindevogel. 

Toch blijven ze nuchter. “Het is hier niet elke dag pais en vree. Hoe hoger je speelt, hoe moeilijker het wordt om iedereen in het gareel te houden. Ego’s zijn iets gevaarlijks in de voetbalwereld. Je moet er een paar hebben, maar je moet ze allemaal tevreden houden. Je kan nooit je eigen mening als de enige waarheid poneren. Maar we toetsen alles continu af bij verschillende partners in de club”, is Vindevogel ook realistisch. 

De IJzer en de Zee smelten samen tot een nieuw verhaal

Wat hopen ze dat mensen meenemen uit dit hele verhaal? “Dat er een mooie toekomst is”, antwoordt Keirsebilck meteen.

Voor Vindevogel gaat het breder: “Voetbal moet een familiaal gebeuren zijn en dat vooral blijven. Vriendschap en amusement binnen een gezonde structuur. Liefst met zoveel mogelijk eigen jeugd.”

KVDO is nog maar twee jaar oud. Sportief staat de club op een kruispunt. Structureel timmert ze aan een model dat haaks staat op de uitspattingen van het recente verleden.

Tussen de IJzer en de Zee groeit een club die herrezen is uit faillissement, maar weigert haar ziel te verkopen. Misschien is dat wel de grootste overwinning.

Supporters vinden opnieuw de weg naar het Batimont Solar Park, de thuishaven van de kustclub. – © Eli Inghelbrecht

Tekst: Sander Scheers
Foto’s: © Sander Scheers, © Ruben Okens & © Eli Inghelbrecht