Live vanop het VNOJ-congres: Gen Z ziet het zo
Docenten en hun eigen werk: inspiratiebron of tijdsverspilling?
Cyril Snijders besprak tijdens zijn workshop ‘Praten over eigen werk: dansen op een dun koordje’ de lastige balans tussen opschepperig spreken over eigen werk (om het ego te strelen) en het inzetten van datzelfde werk als waardevol leermateriaal.
Snijders is docent media-innovatie en freelance journalist. Voor hij het onderwijs in ging, werkte hij als journalist gespecialiseerd in innovatie. De overstap naar lesgeven ervoer hij als merkwaardig: “Plots had ik geen autoriteit meer en ontbrak de waardering van studenten.”
De dialoog over dit onderwerp leverde de deelnemers nieuwe en verfrissende inzichten op. Zo blijkt het begeleiden van het journalistieke proces van studenten niet evident. Als docent is het vaak effectiever om kritische vragen te stellen dan zelf met concrete verbeteringsvoorstellen te komen.
Omringd door docenten stelde ik mezelf de vraag: wat vinden studenten hiervan? Ik nam de proef op de som en sprak studenten van Thomas More aan tijdens hun lunchpauze.
Wat vind je ervan als leerkrachten over hun eigen werk of werkervaring praten?
Clarissa (22) – International Journalism:
“I think it’s very interesting when they give examples of real-life work experience. Also, I like to see what the teachers have made or done in the past, so I can start imagining what I can do with this degree. Sometimes they cross the line and start bragging about their work. That’s what needs to stop.”
Nitana (21) – Immobiliën en Verzekeringen
“Ik vind het interessant wanneer ze over hun eigen werk praten. Dat is eens iets anders dan een saaie theorieles. Als ze spreken over hun job naast het lesgeven, zal ik hen ook serieuzer nemen, omdat ik dan weet dat ze ervaring hebben in het vak.”
Chiara (20) – Journalistiek
“Ik vind het interessant, maar het mag geen ego-boosting worden. Als docent kan je voorbeelden van je eigen werk geven, maar het moet relevant blijven voor studenten. Het is ook fijn om te zien wat je in de toekomst kan doen als job.”
Eline (20) – Journalistiek
“Het komt soms wat ‘dikke-nekkerig’ of stoeferig over. Voor mij hangt het af van de manier waarop ze voorbeelden van hun eigen werk gebruiken.”
Zelfstandig op studiereis: de ultieme test voor toekomstige journalisten
Stuur je studenten zelfstandig op studiereis om een journalistiek product te creëren, of kies je beter voor een groepsreis onder begeleiding van docenten? Die vraag stond centraal tijdens de workshop ‘Gen Z Crossing Borders’ op de VNOJ-dag, waar onder anderen Bram Peeters en Imke van Hoorn (Hogeschool Utrecht) en Ilse Mestdagh (Howest) hun inzichten deelden.
Een zelfstandige studiereis klinkt voor veel studenten als een droom: zelf een bestemming kiezen, eigen journalistieke ideeën uitwerken en op eigen houtje verslag uitbrengen vanuit het buitenland. Op het eerste gezicht lijkt het bijna te mooi om waar te zijn: studeren en reizen tegelijk. Maar schijn bedriegt.
Want vrijheid vraagt verantwoordelijkheid. Zonder sterke motivatie dreigt het gevaar dat studenten hun tijd in het buitenland half als vakantie beschouwen en slechts oppervlakkig aan hun journalistiek werk besteden. Het risico? Producties zonder diepgang, of erger nog: werk dat simpelweg ondermaats is.
Toch wegen de voordelen van zelfstandige studiereizen zwaarder door. Voor gemotiveerde studenten vormt zo’n ervaring een enorme meerwaarde binnen hun opleiding. Ze worden gedwongen initiatief te nemen, zelfstandig keuzes te maken en creatief om te gaan met onverwachte situaties: precies de vaardigheden die essentieel zijn in het journalistieke werkveld.
Voorwaarde is wel dat studenten niet onvoorbereid vertrekken. Een stevige basis is cruciaal voordat ze “in het diepe” worden gegooid. Pas dan kan een zelfstandige studiereis echt zijn vruchten afwerpen.
Bovendien biedt deze formule studenten de kans om een bestemming te kiezen die aansluit bij hun eigen interesses én budget. Dat verhoogt niet alleen de betrokkenheid, maar ook de relevantie van hun werk. Een interessant voorstel dat tijdens de workshop werd voorgesteld, komt van een docent uit Zwolle: laat studenten hun reis (deels) terugverdienen door hun journalistieke producties te verkopen. Zo leren ze meteen hoe ze hun werk kunnen vermarkten – een vaardigheid die in de hedendaagse mediasector steeds belangrijker wordt.
Aan de andere kant hebben groepsreizen hun eigen troeven. De groepsdynamiek kan studenten stimuleren: minder gemotiveerde deelnemers worden vaak meegetrokken door ambitieuzere groepsleden en tillen zo hun werk naar een hoger niveau.
Toch wringt daar ook iets. Journalistiek is in essentie een vak dat vaak individueel wordt uitgeoefend. Reporters staan er meestal alleen voor, zeker in het buitenland. Juist daarom is een zelfstandige studiereis waardevoller: ze vormt een realistische voorbereiding op de praktijk.
Meer vrijheid betekent meer verantwoordelijkheid, maar ook meer groei. En net die uitdaging maakt van een studiereis geen uitstap, maar een echte leerschool.
- Charlotte Wellens
Workshop creatieve storytelling: “Creativiteit ten dienste van journalistiek”

Journalistiek evolueert voortdurend, maar hoe kan je nog iets nieuws brengen binnen die brede waaier aan formats? Erasmushogeschool Brussel en Hogeschool Windesheim bieden gerichte lessen aan om de creativiteit van hun journalistiekstudenten te stimuleren.
Erasmushogeschool Brussel biedt sinds vorig jaar de cursus Creatieve Storytelling aan. Met deze les wil de hogeschool haar journalistiekstudenten leren omgaan met de vernieuwing binnen media en nieuws. Het idee ontstond “na inspiratie uit een presentatie op het VNOJ-Congres van Thomas More”, vertelt Kim Ponsaerts.
De Brusselse studenten volgen deze praktijkgerichte cursus gedurende een semester. Studenten produceren in groep een mini-documentaire van 1,5 tot 2,5 minuten. Daarmee wil de hogeschool zowel de ontwikkeling als de onderzoeksvaardigheden van haar studenten versterken. Essentiële competenties binnen de journalistiek.
Het onderwerp van de documentaire mag geen humaninterestverhaal zijn, maar moet vertrekken vanuit een maatschappelijk vraagstuk. Tijdens het project leren studenten onderzoek voeren, hun idee pitchen en een productiedossier opstellen. Dat dossier wordt vervolgens grondig geanalyseerd. “We begeleiden onze studenten tijdens het hele proces en geven feedback over hun project om te zien of het wel werkelijk is of niet”, vertelt Laure Verbruggen, verantwoordelijk voor project-, financieel, communicatie- en internationaal netwerkbeheer.
Aan de andere kant van de grens pakken ze het anders aan. Bij Hogeschool Windesheim staat een andere benadering van creativiteit centraal. Tijdens de workshop gaf docent Media Innovation en Onderzoek Amanda Brouwers een eenvoudig voorbeeld: ze vroeg wat je nodig hebt om een cake te bakken, en vervolgens welke verschillende mogelijkheden er bestaan met dezelfde of niet alle ingrediënten. Die denkwijze vormt de basis van hun aanpak. “Begin met wat er al bestaat en vraag je af wat je ermee kan doen”, benadrukt Brouwers. Volgens hen heeft journalistiek nood aan innovatie, maar wel binnen een duurzame visie.
In tegenstelling tot Erasmushogeschool moedigt Windesheim studenten aan om een niet-digitaal eindwerk te maken. Volgens Hans Voortman, programmamaker en conceptontwikkelaar, leveren digitale tools vaak gelijkaardige ideeën op. Door beperkingen op te leggen, ontstaan verrassende resultaten: een vernieuwde versie van Monopoly waarin je geen huizen koopt maar huurt, of vlaggententoonstellingen die groter of kleiner zijn, afhankelijk van de economische impact van het land op het Eurovisiesongfestival. De Nederlandse school plaatst studenten bewust in crisissituaties om hun creativiteit en probleemoplossend vermogen te stimuleren. Zo kan een student bijvoorbeeld de rol van burgemeester krijgen tijdens een brand in zijn dorp, waarbij hij snel creatieve oplossingen moet bedenken.
De workshop werd afgesloten met een groepsopdracht. In groepjes van drie kregen deelnemers een creatieve uitdaging. Zelf mocht ik ook deelnemen. We kozen eerst een lokaal nieuwsonderwerp, waarna we kaarten trokken met specifieke voorwaarden: een doelpubliek, een setting en bepaalde omstandigheden. Die mix zorgde voor verrassende invalshoeken en een sterke groepsdynamiek. Een mooie illustratie van hoe verschillende generaties binnen één team voor creatieve chemie kunnen zorgen. Een bewijs dat creativiteit geen grenzen kent, ongeacht leeftijd, geslacht of afkomst. – Robin Seynaeve
‘Het masker van AI’: aan problemen geen gebrek, aan concrete oplossingen wel

Het gesprek in ’t kort: Wim Casteels (AP Hogeschool) sloot de dag af met de minst bezochte AI-talk. Jammer, want hij bracht tijdens ‘Het masker van AI’ enkele prangende pijnpunten naar voor die bij AI-gebruik komen kijken.
De standpunten: Casteels categoriseerde de problematische, vaak vergeten AI-problemen in drie groepen: aarde, bias en misleiding. Hij vertelde dat, ondanks vermoedens van gigantisch elektriciteits- en waterverbruik, AI-bedrijven zelden transparant zijn over hun milieu-impact. Nog een hindernis die we volgens hem moeten onthouden: AI is allesbehalve centraal. Zo censureert de Chinese overheid actief AI-tools, maar ook Elon Musk stuurt AI-assistent Grok op politiek vlak. Tot slot toonde Casteels hoe oplichters AI actief inzetten om mensen af te troggelen. Via artificiële intelligentie vormen ze bestaande geluidsopnames om tot misleidende phishing-telefoontjes.
De opvallendste uitspraak: Moeilijk, want de lezing zat tjokvol schrijnende voorbeelden van hoe AI meerdere steekjes laat vallen. Een AI-overzicht op Google dat suggereert kaas op pizza vast te kleven zodat hij er niet afglijdt? ChatGPT die aanraadt dat het gezond is om dagelijks één steen te eten? Nee, doe dan toch maar het onderzoek naar generatieve AI-afbeeldingen. Onderzoekers typten namelijk een beroep in en lieten AI op basis van bestaande afbeeldingen een AI-persoon creëren die bij de functie zou passen. Hoge beroepen als CEO’s leverden afbeeldingen op van uitsluitend witte mannen; bij minder goed betaalde beroepen als kassiers waren er dan weer enkel vrouwen van kleur te zien.
Het Gen Z-oordeel: Interessante talk, al mocht het soms iets meer zijn. We misten namelijk concrete oplossingen in het onderwijs op maat van Gen Z: hoe kunnen journalisten in spe deze valkuilen vermijden? Welke rol speelt het onderwijs daarin? Nu kwam het geheel niet veel verder dan een droge opsomming van problemen. Onze suggestie: had Casteels mee laten aanschuiven aan het eerste panelgesprek over de rol van AI in het onderwijs. Dat zou voor gevarieerdere en betere discussies hebben gezorgd.
-Kobe Rombouts
Dit leerden docenten bij “Naar de les komen? Nee, hoeft niet”
Een docent die zegt dat je niet naar de les hoeft te komen: het staat op de wishlist van elke student. Vandaag nam Jasper Wouters (Arteveldehogeschool) docenten mee in zijn workshop: “Naar de les komen? Nee, hoeft niet.” Daarin liet hij zien hoe hij zijn lessen helemaal “vrijblijvend” maakt en deelt hij slimme, praktische tips voor docenten. Wij van de redactie zijn benieuwd: heeft deze workshop de kijk van docenten op dit onderwerp veranderd en wat leerden ze bij?
Hilde, studentenbegeleider: “Ik kwam naar deze workshop omdat ik vaak zag dat studenten hun afspraken niet nakomen. Wat ik vooral onthoud, is dat ik het niet persoonlijk moet nemen.”
De mening van andere docenten werd juist bevestigd. Docent Jessy: “Ik was er al een tijdje van overtuigd dat het nuttig kan zijn om bijvoorbeeld na de les nog een video te hebben die studenten kunnen herbekijken en zo toch aan zelfstudie te doen.” Maar hij waardeerde ook de interactie tijdens de workshop: “Er zaten hier mensen van verschillende leeftijden en met uiteenlopende meningen en visies op onderwijs. Dat vond ik erg interessant om te horen.”
Ten slotte benadrukt Nick het belang van aanwezigheid in de les: “Studenten stellen vaak slimme vragen waarvan ik zelf ook kan leren. Daar hebben toekomstige studenten veel aan. Ik leer elke dag bij van mijn studenten, en dat is een groot voordeel van naar de les komen.”
Wij van de redactie onthouden vooral dat een combinatie van fysiek en afstandsonderwijs goed kan werken. Tegelijk merkten we dat het voor onze docenten toch ook fijn is om af en toe live in de les aanwezig te zijn. En lieve docenten, vergeet vooral niet om het niet persoonlijk te nemen als studenten niet altijd komen. – Paulien Van Borm
Docenten genieten volop van het zonnetje op de Malinas 3
De aanlegsteiger aan Campus De Vest staat goed vol voor een boottocht over de Mechelse wateren. Onze redactie stapt mee aan boord en legt de vaart vast in een fotoreportage. Beleef hier de gezellige sfeer van deze zonnige boottocht!








“Ik vertrouw Instagram meer dan het journaal”: zijn sociale media het nieuwe journaal?
De workshop ‘Tiktok als nieuwsbron’ is niet doorgegaan door afwezigheid van de gastspreker. Plan B: wij trokken de straat op en vroegen aan Gen Z’ers, Gen Alpha’s, Gen X’ers en millennials naar hun mening over nieuws op sociale media.
Jongeren halen hun nieuws steeds vaker van sociale media zoals TikTok en Instagram. Zo zegt Gen Alpha’er Aliya, geboren in 2014, dat ze nieuws daar handig vindt “omdat ik toch dagelijks op die app zit”. Lina (2011) voegt toe dat ze haar nieuws ook liever zo ziet, “want ik zou zelf nooit het nieuws kijken, dat is keisaai.”
Toch zijn er verschillen: Gen Z’er Lena (2008) ziet “heel weinig” nieuws en vindt dat jammer. Daarnaast is er ook twijfel over de betrouwbaarheid. Gen Alpha’er Inara, geboren in 2008, merkt op dat er “soms ook fake nieuws” is en vertrouwt Instagram meer “omdat daar meer volwassenen op zitten”.
De meeste jongeren vinden dat nieuws sterker aanwezig moet zijn op sociale media. Volgens Lena moet nieuws “overal gebracht worden”, en Gen Alpha’er Rikke (2011) benadrukt dat dit logisch is “want daar zitten meer jongeren dan op tv”.
Ook bij oudere generaties is er steun. Millennial Alisa (1992) vindt dat nieuws zeker op TikTok thuishoort: “Het is tegenwoordig de enige manier om jongeren op de hoogte te houden van de actualiteit.” Gen X’er Jan (1976) ziet het als een goede oplossing, op voorwaarde dat het afkomstig is van een betrouwbaar medium zoals VRT NWS, VTM of nws.nws.nws.
Gen Z’er Ian, geboren in 2002, merkt op dat “mensen momenteel moeilijk te bereiken zijn via longforms, dus kort en snel nieuws komt beter aan bij jongeren”. Thorben (2006) daarentegen blijft kritisch: “Ik heb zelf geen TikTok, maar ik zou alles dubbelchecken; zonder betrouwbare bron zou ik het niet geloven.”
– Imke Krüger
Een opinie over opinies: Spilnieuws
In een tijd waarin nieuws vaak afstandelijk en onpersoonlijk voelt, komt Spilnieuws met een frisse blik. Het Nederlandse nieuwsplatform laat zien dat je nieuws kan brengen voor elke generatie en daarbij de traditionele journalistieke methoden van tafel mag vegen. De journalisten representeren duidelijk het nieuwsmerk en mogen hun eigen mening gebruiken in de video’s die ze posten. Voor Gen Z is dat precies wat telt: duidelijkheid in een wereld waar iedereen zijn mening mag delen.
Sylvie Van Ginneken, Mediahuis, legde bij de start van haar workshop een opmerkelijk cijfer op tafel: 79 procent van de jongeren vindt het moeilijk om een eigen mening te vormen bij het nieuws dat ze zien. Volgens de redactie van Spilnieuws komt dit omdat jongeren zó veel informatie binnenkrijgen dat ze niet meer weten wat ze wel of niet moeten geloven. “Ze zijn niet op zoek naar partijdigheid of sensatie, maar naar duidelijke stemmen in een wereld vol desinformatie. Ze vormen hun eigen mening op basis van die van anderen.”

Tijdens de workshop kwam er een kritische discussie op gang over de nieuwswaarde van het platform: ben je nog journalistiek correct bezig als je een opinie laat doorschijnen? Gaan we jongeren niet beïnvloeden? En zal de geschreven pers verdwijnen?
Van Ginneken maakte hier de kritische opmerking dat als je jongeren wil bereiken, je dit op hun manier en niveau zal moeten doen: “Enkele tijd geleden maakten we ons jongerenabonnement gratis als reactie op andere nieuwsmedia die dat ook deden. Nochtans kostte het hiervoor slechts één euro per maand, evenveel als je Snapchat-icoontje van kleur kunnen veranderen.”
Opmerkelijk was dat deze discussie werd gevoerd door Millennials, Gen X’ers en Boomers. Kan je een discussie over een nieuwsplatform voor Gen Z voeren zonder hen te betrekken? Het voelde als Trumps vergadering over vrouwenrechten die wordt voorgezeten door enkel mannen. Al kwam er een mooie conclusie naar voren: nieuws maak je voor een generatie en als de sector daardoor mee moet met zijn tijd, dan moet dat.
-Linne Van Aelst
Fontys Journalistiek Tilburg maakt indruk met haar AI-benadering

Het gesprek in ’t kort: Geen panelgesprek deze keer, wel bezoek van onze noorderburen. Jessy de Cooker en Jelle Klipp van Fontys Journalistiek Tilburg presenteerden hoe AI op hun hogeschool wordt ingezet. Dat gebeurt via allerlei journalistieke challenges en zelfgemaakte AI-tools.
De standpunten: Hun visie over AI werd netjes in vier puntjes samengevat. Kritische en nieuwsgierige houding, transparantie, … : eventjes leek het alsof we met een hoop usual suspects te maken hadden. De praktijk bleek gelukkig een stuk interessanter. Zo moeten studenten een journalistiek project doorlopen waarbij de maatschappelijke impact van de werking van algoritmes centraal staat. Op het einde van de rit maken de studenten een journalistiek eindproduct naar keuze over hun bevindingen.
De opvallendste quote: Geen quote als blikvanger, maar een AI-hulpproduct. De hogeschool biedt namelijk vier AI-tools op Copilot aan die de studenten kunnen inzetten. Zo kunnen studenten een gemaakt artikel invoegen in een tool die is getraind op het bepalen van nieuwswaarde en bronnenkwaliteit. Na een kritische afweging geeft de tool ook nog vijf reflectievragen mee aan de student.
Het Gen Z-oordeel: Oké, het gras is niet altijd groener aan de overkant, maar de AI-benadering van onze noorderburen was wel érg sterk. Fontys Journalistiek zet met haar aanpak studenten kritisch aan het werk met AI. Zo genereren hun Copilot-tools geen informatie à la ChatGPT, maar bouwen ze voort op door studenten ingegeven input. AI kritisch benaderen, gebruiken en erover reflecteren: exáct wat we hier ook kunnen gebruiken.
– Kobe Rombouts
Nieuws maken of nieuws verkopen? Over het gebruik van het User Needs Model binnen de journalistiek
Journalisten zijn massaal op zoek naar manieren om meer lezers, kijkers én luisteraars naar hun nieuws te lokken. Dalende klikcijfers en vergrijzing van nieuwsconsumenten schreeuwen om een andere aanpak. Gen X’er Henk Jan Karsten gaat back to the basics en wil nieuws afstemmen op de noden van de nieuwsconsument. En dat is wat ik, als Gen Z’er, anders zie.
Nieuwsredacties en hun journalisten hebben een uitzonderlijk belangrijke functie in een wereld met een overvloed aan informatie. Onderscheiden wat belangrijk is en wat niet, is een van de meest herkenbare uitdagingen die ik als journalist in spe ken. “Kill your darlings” is een uitspraak die we dagelijks te horen krijgen van onze docenten, maar al snel stelde ik mezelf de vraag “Hoe kan ík nu weten wat mijn lezer wil weten over dit onderwerp?”
Wel, Gen X’er Henk Jan Karsten introduceerde in zijn workshop het User Needs Model. Hiermee wil hij bouwen aan constructieve journalistiek. “Het gaat niet enkel om het platte nieuws”, zegt hij tijdens de workshop. Het model toont aan dat nadenken over de ‘consumentenbehoeften’ noodzakelijk is om nieuwscontent te creëren. Journalistiek krijgt volgens hem meerdere lagen, want naast mensen op de hoogte brengen, kan journalistiek ook perspectieven en inspiratie bieden aan nieuwsgebruikers.
Hoewel analyses kunnen helpen bij het creëren van nieuwe inzichten over nieuwsconsumptie denk ik als Gen Z’er dat het vooral belangrijk is om menselijkheid niet kwijt te raken. We zijn tenslotte allemaal mensen, weliswaar met andere interesses naargelang leeftijd en achtergrond. Waarom verplaatsen we ons niet in de leefwereld van de ander? En waarom zoeken we binnen één nieuwstopic steeds naar zogenaamd ‘hoopvol nieuws’, terwijl andere invalshoeken ook perspectief bieden?
Bovendien houdt de mens van samenhorigheid. Daardoor ontstaan steeds meer nichegroepen die elk geïnteresseerd en gespecialiseerd zijn in één onderwerp. Als je er even bij stilstaat, zijn ook de mediamerken hierop afgestemd. Er is voor ieder wat wils. Heb je zin in de roddels van de dag? Neem een Dag Allemaal in de wachtzaal bij de dokter. Toch meer nood aan een portie kritische humor? Ga op zoek naar het TikTok-account van HUMO. Nieuws heet van de naald? VRTnws voorziet je van live-updates. Dit zijn slechts enkele voorbeelden die meteen aantonen dat nieuwsmedia in elke vorm toegankelijk zijn voor iedereen. De lezer, kijker of luisteraar moet zélf op zoek naar de nichemediagroep waarvan zij informatie willen.
Vergeet niet dat wij als journalisten de taak hebben om een spiegel van de wereld te zijn. Journalistiek is informatie publiceren, geen producten maken. Kies zelf relevante nieuwsonderwerpen die de werkelijkheid tonen. Analyseer binnen jouw redactie jullie doelgroep en ontdek hun leefwereld om invalshoeken te vinden die hen boeien. Maar laat de noden van lezers niet het nieuws bepalen.
-Alix Smets
De mening van de fijnproevers van onze redactie

Linne: surimi
Verse belegde broodjes tijdens de lunchpauze, zalig toch? Een toog aan keuze en heerlijke drankjes stond op ons te wachten tijdens deze drukke dag. Ik nam het broodje surimi en werd aangenaam verrast. De verpakking was een ingenieus idee met slechte uitvoering, maar na dit avontuur wachtte een lekker krokant broodje. Goed belegd en frisse groentjes. 8/10
Robin: lentesalade
Mijn broodje was goed gevuld, maar er zat wel erg veel mayonaise op. Ik had gekozen voor een lentesalade omdat ik zin had in een gezondere en frisse optie. Helaas was de hoeveelheid mayonaise te groot, waardoor het geheel zwaar op de maag lag. Gelukkig zorgde het zuur van de kleine uitjes voor wat contrast met het vette gevoel. Het witte stokbrood was niet voldoende afgebakken; het was daardoor te zacht en compact. Alles was wel netjes verpakt in een handige verpakking. 4/10
Imke: smos hesp
Het broodje was lekker krokant, alleen de maanzaadbroodjes voelden iets te “gezond”. De verpakking was gemakkelijk open te doen, maar voelde maar goedkoop aan. Een beetje te weinig mayonaise, maar voor de rest lekker smikkelen! 7/10
Pauline: smos kaas en hesp
In tegenstelling tot sommige anderen vond ik het broodje best top! Het was krokant en royaal belegd met alles wat op een goede smos aanwezig moet zijn. Wat niet royaal aanwezig was, was mayonaise. Moet je bij een smos niet aan de ene kant bijten zodat de mayonaise er aan de andere kant uitsmost? 8/10
Alix: smos kaas
Mijn broodje kaas viel eerlijk gezegd een beetje tegen. De verpakking was totaal niet praktisch waardoor er overal kruimels op de grond belandden. De sla had een raar smaakje en er zat nét te weinig mayo op. De kaas was wel heel lekker en de andere groentjes waren ook prima. De tomaatjes vielen wat tegen, maar het gezelschap maakte het middagmaal geweldig. 6,5/10
Generatieverschillen -gelijkenissen





Hoe kunnen we AI intelligent omarmen? Op die vraag kwam er weinig antwoord tijdens een (te) braaf openingsgesprek

Het gesprek in ‘t kort: Hoe kunnen journalisten AI gebruiken zonder hun kritische zin te verliezen en hoe geven we studenten journalistiek die kritische zin mee? Met die vraag opende Maurane Proost, Karrewiet-host én Thomas More-docente, het eerste AI-panelgesprek van de dag. Haar panel, een gezelschap van docenten en onderzoekers, hamerde op transparante journalistiek en inclusie van AI in de opleiding journalistiek.
De standpunten: Janet Takens (Thomas More) pakte niet uit met een sterke mening, maar presenteerde wel interessante cijfers uit een onderzoek naar AI-gebruik door media-tudenten aan Thomas More. Zo zei ze dat een derde van de bijna 300 bevraagden AI dagelijks gebruikte voor schoolwerk, de helft doet dat op wekelijkse basis. Opvallend én pijnlijk cijfer: 27 procent van de bevraagden gebruikte AI uit verveling.
De meest genuanceerde mening kwam van onderzoekster en schrijfster Paola Verhaert (VUB). Zij pleitte voor een transparante vorm van journalistiek waarbij de lezer niet alleen meer te weten komt over waar de journalist AI toepaste, maar ook over het algemene journalistieke proces. Sterke journalistieke fundamenten aanleren blijft key, benadrukte ze.
Dominique Deckmyn (De Standaard/Thomas More) en Tomas Ooms (Arteveldehogeschool) geven beiden les over AI en klonken het meest inclusief als het op AI in schoolcontext aankwam. “AI wordt door studenten én in de sector gebruikt. Doe je er als opleiding niets mee, dan loop je achter”, aldus Ooms. Deckmyn voorspelde dan weer dat de journalistieke focus zal opschuiven door AI: “Door studenten goed met AI te leren werken, zien ze wat AI kan en wat zij kunnen. Zo kan persoonlijke, menselijke journalistiek in de toekomst belangrijker worden.”
De opvallendste uitspraak: “Studenten moeten niet ondergaan wat er op hen afkomt, maar ze kunnen hun technologische toekomst ook zélf vormgeven.” Paolo Verhaert nam het in een zaal vol docenten op voor studenten, die geen passieve toeschouwers zijn in het AI-debat.
Het Gen Z-oordeel: Net dezelfde bedenking als bij mijn chili con carne van gisterenavond: dit kon meer pit gebruiken. Ooms en Deckmyn zaten beiden op dezelfde lijn en heel veel weerstand kwam er niet van Verhaert. Ook werden er enkele elephants in the room niet besproken. Zo werden de ecologische impact en politieke partijdigheid van AI-bedrijven netjes links gelaten. Hopelijk zorgen de volgende AI-gesprekken voor scherpere inzichten.
– Kobe Rombouts
“Onafhankelijk, waardevol en sexy”: hoe Mediahuis Gen Z’ers verleidt

Sylvie Van Ginneken, publieksanalist en ontwikkelaar van nieuwe journalistieke formats en platforms en voormalige journalist bij De Standaard, vertelt hoe dat bij Mediahuis gebeurt.
Zoals in andere media is er een duidelijke problematiek: hoe trek je jongeren aan tot nieuws? De gemiddelde leeftijd van de lezers van De Standaard (een krant van Mediahuis) ligt tussen de 58 en 59 jaar, en dat enkel voor de digitale versie. Van Ginneken probeert verschillende formats aan te bieden om jongeren te tonen dat kranten en nieuws niet enkel op boomers gericht zijn.
Door het gigantische aanbod aan nieuws komt de relevantie onder druk te staan. Bij Mediahuis proberen ze hun content “onafhankelijk, toegankelijk, waardevol en sexy te maken”, legt Van Ginneken uit. Met deze strategie mikt de redactie van Mediahuis op relevantie, betekenis en vooral verbondenheid. Daarvoor heeft de redactie verschillende strategieën uitgewerkt.
Een belangrijke manier om nieuws relevant te maken voor Gen Z’ers is om het door hen zelf te laten maken. “Video first” is daarbij essentieel: Gen Z’ers informeren zich via korte video’s op sociale media zoals TikTok, Instagram en YouTube. Het is dus noodzakelijk dat traditionele media daar ook aanwezig zijn. Niet alleen internationaal nieuws is belangrijk; Mediahuis zet ook sterk in op lokale storytelling. Met deze strategieën vinkt de redactie de vooropgestelde doelen af.
Niet alleen jonge lezers interesseren Mediahuis, maar ook jonge werknemers. Wanneer Gen Z’ers samen met andere generaties op een redactie werken, zijn aanpassingen nodig. Zij hebben andere verwachtingen dan hun oudere collega’s, zoals gerichte feedback, aandacht voor bijbanen, vertrouwen en toegankelijkheid.
Het leeftijdsverschil kan soms voor spanningen zorgen binnen een redactie, maar iedereen moet begrijpen dat elk onderwerp zijn eigen publiek heeft. “Als een boomer tegen mij zegt dat hij een Gen Z-onderwerp niet relevant vindt, terwijl niemand in de redactie zijn beursnieuws begrijpt, moet je hem laten beseffen dat iedereen aan het woord mag komen”, zegt Sylvie.
De verschillende leeftijdsgroepen moeten zich aanpassen aan nieuwe technologieën, want de regels evolueren voortdurend. Jongeren denken vaak dat ze deze tools al beheersen, maar moeten leren ze correct te gebruiken. Oudere generaties moeten daarentegen vaak vanaf nul beginnen.
De verschillende initiatieven om zowel jonge lezers als werknemers aan te trekken staan centraal bij Mediahuis. Het blijft een belangrijke uitdaging voor redacties binnen verschillende mediagroepen.
– Robin Seynaeve
Vapes, Nokia-bakstenen en “in mijn tijd…”: Boomers en Gen Z volgens AI
Dé focus van vandaag: hoe docenten (lees: grijzende boomers) anno 2026 studenten (lees: Gen Z’ers met een zorgwekkende aandachtsspanne) moeten bereiken. Maar wat definieert beide generaties? Wij stelden de vraag aan AI-programma Copilot en kregen binnen geen tijd twee starter packs voor de voeten geworpen.
Een ouderwetse Nokia-baksteen, een pet om wijkende haarlijnen te verbergen en Facebook als voornaamste sociale media (stel je voor): AI schetst een wel érg stereotiep beeld van de boomer-generatie. Gelukkig hebben we zulke apocalyptische toestanden nog niet in de leslokalen moeten aanschouwen.

Bij het Gen Z-starterpack zijn het dan weer prikkels (TikTok! Vapes!) die de klok slaan. Een bedenkelijke keuze, want de populariteit van digitaal detoxen stijgt de laatste tijd. Wel een goeie vondst: een moeilijk boek om je de slimste persoon van de koffiebar te wanen. Performative reading: misschien is dát wel de plaag van onze tijd.
– Robin Seynaeve en Kobe Rombouts
Meet redactie print (cute version)
Het is misschien moeilijk om te geloven, maar ooit waren de leden van redactie print schattig én onschuldig. De bewijsstukken? Hierzo!







-Kobe Rombouts
De kop is eraf!

Om het met Erik Van Looy te zeggen: het is gebeurd! De gasten stromen massaal toe en de eerste spreker warmt de stembanden op. Sylvie Van Ginneken geeft het startschot met haar talk over hoe mediahuizen Gen Z moeten bereiken.
-Kobe Rombouts
Tijdens de VNOJ Docentendag 2026 komen docenten journalistiek uit Vlaanderen en Nederland samen rond één prikkelend thema: Tussen Boomer en Bèta. Plaats van afspraak? De hogeschool Thomas More in Mechelen, op 18 maart 2026. En wat betekent VNOJ? Heel simpel: Vlaams-Nederlandse opleidingen journalistiek.




