29/03/2026

Lobke Vermeulen (23), fitnesscoach, bikini-atlete en ex-anorexiapatiënte: “Anorexia was een gevangenis. Alleen zat de cipier in mijn eigen hoofd.”

Vijf jaar geleden kon Lobke Vermeulen (23) amper een trap oplopen zonder duizelig te worden. Ze woog 30 kilo, draaide zich weg van spiegels en hoorde dagelijks een stem die haar vertelde dat ze niet goed genoeg was. “Mijn dag begon met een getal en eindigde met een getal”, zegt ze. Vandaag leidt ze een leven dat toen onmogelijk leek, al voelt die weg ernaartoe nog altijd onwerkelijk.

Meerdere keren per week staat Lobke als fitnesscoach bij KD Sports in een zaal vol zwetende, hijgende mensen. Haar aanwezigheid is rustig en doelgericht, alsof ze precies weet wat ze doet. Haar bruine haren zitten strak in een staart, haar bewegingen zijn krachtig, haar lach is aanstekelijk. Op het eerste gezicht lijkt ze volledig in haar element. Maar dat beeld vertelt niet het hele verhaal.

Lobke Vermeulen (23) is nu fitnesscoach bij KD Sports, maar haar leven zag er vijf jaar geleden compleet anders uit. De weg ernaartoe voelt nog altijd onwerkelijk. © Lobke Vermeulen

“Mijn leven werd steeds kleiner”

DANAË Hoe veranderde anorexia jouw leven?

LOBKE Mijn wereld werd steeds kleiner. Ik trok me overal terug, want er was overal eten. En alles waar eten bij kwam kijken, werd moeilijk. Op restaurant gaan, met vrienden afspreken, feestjes. Ik begon steeds vaker af te zeggen uit angst voor situaties waarin ik geen controle had over wat ik moest eten.

Er zat een stemmetje in mijn hoofd: moet ik hiervan eten? Gaan mensen naar me kijken? Zouden ze het raar vinden dat ik zoveel eet? Ik zei dus overal ‘nee’ tegen, want eten zat altijd in de weg. Daardoor verloor ik ook veel vrienden.

DANAË Waarom kon je niet eten?

LOBKE Eten was mijn grootste angst. Het werd een fobie, mijn grootste vijand.

DANAË Mensen zeggen dan vaak: “Eet gewoon”.

LOBKE Klopt. Mensen zeiden vaak dat ik gewoon moest eten. Dat vond ik niet fijn, want dat was de kern van het probleem niet. De kern was mijn angst, dat stemmetje in mijn hoofd. Naarmate de tijd vorderde, reageerde ik er niet meer op. Het bleef toch altijd terugkomen.

Thuis ontstond er ook veel ruzie. Mijn ouders begrepen het niet, maar zij hebben veel gelezen en zijn met iemand gaan praten. Dat hielp. Ik voelde meer begrip.

DANAË Wanneer besloot je hulp te zoeken?

LOBKE Mijn omgeving maakte zich al enige tijd zorgen, maar uiteindelijk besefte ik zelf dat het niet meer ging. Ik zocht hulp en kwam op een wachtlijst terecht van zes maanden voor de eetstoorniskliniek in Gasthuisberg in Leuven.

Na drie maanden zat ik op een dieptepunt. Elke dag voelde zwaar en ik had het gevoel dat ik vastzat in mijn eigen hoofd. Drie maanden later kwam er een telefoontje, op een vrijdagavond in 2020. Ik kon maandag starten. Vanaf dat moment ging alles heel snel.

DANAË Dat weekend moet zwaar geweest zijn.

LOBKE Het weekend gaf me afleiding. Ik moest inpakken, veel inpakken. Ik verhuisde tijdelijk mijn hele leven naar een plek die ik niet kende. Maandag was ik bang en verdrietig, ik moest thuis alles achterlaten. Je weet op voorhand ook niet hoe lang je zal blijven. Minstens drie maanden, maar het kan langer duren, afhankelijk van je vooruitgang.

De kliniek

“Sommige meisjes zaten elkaars armen, benen en buik te vergelijken aan tafel.”

DANAË Hoe was het om daar binnen te stappen?

LOBKE Ik moest thuis achterlaten. Een nieuwe omgeving, nieuwe afspraken, mensen die je niet kent en die ook een eetstoornis hebben. Dat is een confrontatie op zich. Maar wat ik moeilijk vond, was dat ik dacht dat ik niet zo erg was als de anderen. Ik zag hen en dacht: die zien er echt uit als mensen met een eetstoornis. Bij mezelf zag ik dat niet. Dus ik vroeg me af: waarom zit ik hier nu?

DANAË Hoe zag een typische dag in de kliniek eruit?

LOBKE Een dag in de kliniek was strak georganiseerd. Zes keer per dag eten, altijd aan tafel en altijd een uur blijven zitten daarna. Tussen de maaltijden door hadden we therapiesessies: solo, in groep en spiegeltherapie.

Bij die spiegeltherapie sta je in een washokje met gesloten gordijnen voor een spiegel, terwijl een begeleider lichaamsdelen opnoemt die je moet aanraken en bekijken. Eerlijk gezegd deed ik hier niet echt aan mee. Vaak draaide ik me gewoon om. De confrontatie met mezelf in de spiegel was te moeilijk op dat moment, ook al kreeg ik veel tips en begeleiding.

DANAË Hoe voelde je je in de kliniek?

LOBKE Heel gevangen. Ik miste de buitenlucht en op sociale media zag ik hoe mijn vrienden dingen deden waar ik niet bij kon zijn. Naar huis mogen was een privilege dat je moest verdienen met gewichtstoename. Ik deed vaak mijn best, maar als het getal niet steeg, mocht ik niet naar huis. Dat voelde elke keer als een teleurstelling.

Toch was er ook iets positiefs. In de groepssessies voelde ik voor het eerst echt begrip. Je zit dan met mensen die hetzelfde denken als jij, die begrijpen wat je meemaakt. Dat had ik daarvoor nog nooit gehad.

DANAË Heb je er vrienden kunnen maken?

LOBKE Eén echte vriendschap, met mijn kamergenote. Maar er heerste ook een toxische sfeer. Sommige meisjes zaten elkaars armen, benen en buik te vergelijken aan tafel. Ik ben blij dat ik daar nooit in mee ben gegaan.

DANAË Dat klinkt heftig. Hoe lang heb je in de kliniek gezeten?

LOBKE Vijf maanden in totaal. Elke twee weken was er een evaluatie, waarbij ze keken naar mijn motivatie en progressie. Na vijf maanden zeiden ze dat ik klaar was.

De kliniek heeft me geleerd dat ik sterk ben. Dat ik altijd mijn best doe. En daar is ook mijn motivatie ontstaan: de motivatie om beter te worden, om de oude ik terug te krijgen en dat stemmetje in mijn hoofd klein te maken.

Het gevecht in je hoofd

“Het is zoals achtergrondruis: het is er af en toe nog, maar het bepaalt mijn keuzes niet meer.”

DANAË Is dat stemmetje na de kliniek weggegaan?

LOBKE Niet volledig. Veel mensen die herstellen, zullen dat herkennen. De kliniek heeft me gestabiliseerd, maar het stemmetje is soms nog aanwezig. Het is zoals achtergrondruis: af en toe merk je het, maar het bepaalt mijn keuzes niet meer.

Het herstel van mijn eetstoornis is geen rechte lijn, maar een weg met veel hoogtes en laagtes. Soms gaat het beter in mijn hoofd, soms minder. Het kan willekeurig terugkomen. Of als ik iets eet, wat ik al lang niet meer gegeten heb, dan kan de angst weer opkomen.

Een nieuw lichaam

DANAË Wat betekent gezond zijn vandaag voor jou?

LOBKE Voor mij betekent gezond zijn dat je je sterk voelt, zowel fysiek als mentaal. Het gaat niet meer om zo dun mogelijk zijn, maar om energie hebben, goed kunnen bewegen en je lichaam respecteren.

Daarom hecht ik zoveel belang aan fitness. Het is het moment waarop ik die controle heb, over mijn lichaam én mijn geest.

DANAË Fitness was jouw geneesmiddel.

LOBKE Ja. Na de kliniek wou ik mentaal sterker worden en verder genezen van mijn eetstoornis. Zo ben ik via Instagram op een bodybuildingcoach gestoten, Team Henno. Ik begon niet met de bedoeling om ooit als bikini-atlete op een podium te staan. Ik wilde sterker worden en genezen. Mijn coach heeft me veel geleerd over voeding. Nu begrijp ik dat ik voeding nodig heb voor energie en om beter te worden in mijn passie. Ik besef dat ik niet bang hoef te zijn voor eten.

In zijn bureau hingen veel foto’s van bodybuilders en bikini-atleten. Ik keek er altijd naar met veel bewondering. En zo sloeg in 2024 de vonk uiteindelijk over. Ik wilde het zelf proberen.

“Trainen als bikini-atlete betekent afvallen, wel op een gezonde manier. Maar dat was spannend, ook voor mijn ouders.”

DANAË Hoe was dat, trainen als bikini-atlete?

LOBKE Aanvankelijk heel eng. Trainen als bikini-atlete betekent afvallen, wel op een gezonde manier. Maar dat was spannend, ook voor mijn ouders. Door een strikt schema te volgen en alles verantwoord aan te pakken, is het toch gelukt.

Ik heb in totaal twaalf maanden getraind. Het was zwaar, maar toen ik eenmaal op dat podium van mijn eerste wedstrijd in Nederland stond, was ik enorm trots. Ik denk dat Lobke van enkele jaren geleden met veel verwondering naar zichzelf had gekeken. Ik ben blij dat ik gezond ben en mijn lichaam heb leren waarderen.

DANAË Ik vind de naam bikini-atlete eerlijk gezegd wel grappig en apart.

LOBKE Haha, daar heb ik nog nooit bij stilgestaan. Ik vind het wel een mooie en passende naam. Ik zou het niet veranderen.

DANAË Vertel eens over je eerste wedstrijd als bikini-atlete.

LOBKE Die eerste wedstrijd was memorabel. Toen ik anorexia had, viel ik ook af, maar op een ongezonde manier door mijn angst voor eten. Nu was ik afgevallen op een gezonde manier: door te blijven eten, door te trainen, door lief voor mezelf te zijn. Op dat podium besefte ik dat afvallen niet ongezond hoeft te zijn. Ik had misschien niet gewonnen, maar het voelde wel als een grote overwinning.

Of ik het nog een keer zou doen, weet ik niet. Ik ben blij met de ervaring en wie weet doe ik het in de toekomst nog eens.

Lobkes als bikini-atlete op haar eerste wedstrijd in Hoogeveen, Nederland. Oorspronkelijk was dat niet haar doel, maar ze werd geïnspireerd door haar coach bij Team Henno. Of ze nog wedstrijden doet, weet ze niet, maar ze is enorm trots op wat ze heeft bereikt. © Lobke Vermeulen

Het coachen van anderen 

DANAË Je bent nu ook fitnesscoach. Hoe lang doe je dit al?

LOBKE Ik doe dit nu al twee jaar, maar eigenlijk begon het al eerder. Als ik vroeger in de fitness merkte dat iemand een oefening verkeerd uitvoerde, ging ik helpen. Ik kon het gewoon niet laten. Dit is echt mijn passie.

DANAË Merk je dat veel mensen die je coacht worstelen met hun gewicht?

LOBKE Ja, heel vaak. Veel vrouwen zeggen dat ze pas gelukkig gaan zijn als ze een bepaald getal op de weegschaal zien. Dan probeer ik uit te leggen dat dat niets zegt. Twee mensen kunnen exact hetzelfde wegen en er totaal anders uitzien.

Ik probeer mijn klanten een andere focus te geven: “Kijk naar hoe sterk je bent geworden, hoe goed je je voelt, hoeveel energie je hebt. Dat zijn veel belangrijkere dingen dan een getal.”

DANAË Wat wil je hen mentaal meegeven?

LOBKE Dat je je lichaam pas mooi kunt vinden als je jezelf van binnen mooi vindt. Je weerspiegelt hoe je je intern voelt. Ik had niet van mijn eetstoornis kunnen afkomen als ik mentaal niet sterker was geworden. In je hoofd begint het, de rest volgt vanzelf.

“Ik ben gewoon een sportief meisje”

DANAË Wie is Lobke Vermeulen los van haar verleden en beroep?

LOBKE Ik ben gewoon een sportief meisje. Ik ben 23 en werk in een fitness waar ik groepslessen geef en mensen coach. Ik ben een bezige bij. Sport is een groot deel van mijn leven geworden sinds mijn zestiende. Maar daarnaast spreek ik ook graag met vrienden af, kom ik graag buiten en vind ik het belangrijk om me goed te voelen in mijn eigen lichaam.

DANAË Vanwaar komt dat sportieve meisje? In wat voor gezin ben je opgegroeid?

LOBKE Ik ben opgegroeid in een warm gezin en heb een goede band met mijn ouders. Zij hebben me geleerd dat respect voor anderen het allerbelangrijkste is. Daarnaast ben ik echt een mama’s kindje. Mijn mama, Karin van der Flaes, is enorm belangrijk in mijn leven, ze is mijn beste vriendin.

Dat sportieve meisje ontdekte ik pas op mijn zestiende, toen ik begon met crossfit. Na mijn middelbare studies volgde ik de opleiding kinderzorg en werkte ik in een kinderdagverblijf. Een job die ik graag deed, maar die me niet de voldoening gaf die fitness me geeft. Daarom ging ik avondschool in sport doen en maakte ik er uiteindelijk mijn beroep van. Sport is mijn uitlaatklep, mijn manier om mijn hoofd leeg te maken.

“Een stemmetje in mijn hoofd was geboren en saboteerde me.”

DANAË En als je even teruggaat in de tijd: hoe was jij op de middelbare school?

LOBKE Als kind was ik nooit echt onzeker, maar dat veranderde toen ik naar het middelbaar ging. Er was plots meer oordeel van leeftijdsgenoten en tegelijk begon ik een vrouw te worden. Ik kreeg hormonen en mijn lichaam veranderde. Daar had ik best moeite mee.

Mijn lichaamsbeeld daalde in die periode flink. Ik ging er onbewust van uit dat mensen die naar mij keken, oordeelden. Dat ze me niet goed genoeg zouden vinden. Een stemmetje in mijn hoofd was geboren en saboteerde me.

DANAË Had je moeite met sociale media?

LOBKE Ja, sociale media waren een bijkomende factor die ik in de lagere school nog niet had. Er opende zich plots een wereld waarin alles perfect leek. Vrouwen met perfecte lichamen, waarmee ik mezelf begon te vergelijken. Ik was me er toen nog niet van bewust hoe nep dat allemaal kan zijn.

De dunne grens tussen gezond en obsessief

DANAË Kan je me terugnemen naar het begin van je eetstoornis?

LOBKE De oorsprong van mijn anorexia gaat terug naar de start van mijn crossfitavontuur. Ik was zestien en merkte al snel dat sport en voeding hand in hand gaan. Ik begon bewuster op mijn eten te letten om beter te presteren, dat leek toen heel logisch. Maar stilaan werd ik steeds strenger. Ik dacht heel zwart-wit: dit is gezond, dat is ongezond, en ongezond mocht niet meer. Mijn grijze zone verdween volledig, er was geen balans meer.

Het begon met kleine aanpassingen. Minder suiker, gezonder eten, meer controle. Maar na een tijdje werd het een soort systeem in mijn hoofd waarin ik constant bezig was met eten, calorieën en wat wel of niet mocht.

DANAË Drong het tot jezelf door dat het problematisch werd?

LOBKE Niet echt. Dat is het gevaarlijke. In het begin voelt het alsof je iets goed doet. Ik had het zelf niet door, want ik wilde gewoon gezond eten. Maar stilaan merkte ik dat hoe minder ik at, hoe minder ik woog, hoe meer ik afviel. Dat gaf me een kick, een euforie. Elke dag stond ik op de weegschaal. Als mijn gewicht daalde, was het goed. Bleef het stabiel, dan kon het nog net. Maar omhooggaan? Dat mocht niet.

In die periode was ik ook niet gelukkig. Ik was iemand kwijtgeraakt in mijn familie, een relatie was stukgelopen. Allemaal gebeurtenissen die zich in korte tijd snel opstapelden. En dan probeerde ik dat te verwerken door mezelf te willen veranderen.

“Mijn dag begon met een getal en eindigde met een getal.”

DANAË Werd dat getal een obsessie?

LOBKE Ja, ik werd er heel obsessief in. Er ontstond een stemmetje in mijn hoofd dat me vertelde dat ik minder moest eten en dat ik niet goed genoeg was. Hoe meer ik ernaar luisterde, hoe luider het werd. Die constante controle werd een routine: mijn dag begon met een getal en eindigde met een getal.

Dat lage getal gaf een gevoel van energie of in ieder geval het idee ervan. Mijn lichaam had nauwelijks nog kracht, maar de euforie door het zien van een laag getal op de weegschaal liet me niet voelen dat ik te weinig at. Op een gegeven moment woog ik nog maar 30 kilo.

DANAË Wat zag je als je in de spiegel keek?

LOBKE Ik zag niet dat ik dunner werd. Ik zag mezelf breed en vol. Terwijl dat totaal niet het geval was, als ik er nu op terugkijk. Die Lobke in de spiegel was niet de echte Lobke. Mijn hoofd loog tegen me.

“Als ik foto’s van toen zie, kan ik bijna niet geloven dat ik dat zelf was.”

LOBKE Anorexia is een gevangenis. Alleen zit de cipier in je eigen hoofd. Dat stemmetje in mijn hoofd is er nog steeds, maar ik laat me er niet langer door beheersen. Ik confronteer het. Ik heb geleerd dat kracht niet altijd zichtbaar is in het lichaam, maar in de manier waarop je terugvecht, stap voor stap.

Vroeger zag Lobke niet hoe dun ze was, maar wanneer ze nu foto’s terugziet, kan ze bijna niet geloven dat ze dat zelf was. © Lobke Vermeulen

De gevangenis achter zich laten

DANAË Hoe is je relatie met eten nu?

LOBKE Beter. Ik heb terug een gezonde balans, een grijze zone. Het is soms zeker nog moeilijk, maar dan denk ik aan mijn progressie. Dat geeft mij kracht.

DANAË Welk advies zou je geven aan mensen die willen herstellen van anorexia?

LOBKE Bekijk het dag per dag. Elke kleine vorm van progressie is een overwinning waar je trots op mag zijn. Maar geloof ook in jezelf, want je bent sterk genoeg om dit te overwinnen. En durf te praten. Krop je gevoelens niet op, deel ze.

Stabiliteit heeft mij enorm geholpen: een job, een vriend, vrienden, mijn ouders. Dat maakt een groot verschil. Maar weet ook: het herstel gaat nog steeds met ups en downs. Het is nooit een rechte lijn. 

DANAË Er is nu ook een programma ‘Liefste Lijf’ van Nathalie Basteyns, een ode aan het imperfecte lichaam. Hier komt ook een vrouw met anorexia aan bod, Hannelore. Denk je dat zulke programma’s patiënten kunnen helpen?

LOBKE Ik ken Hannelore, zij heeft bij mij in de kliniek gezeten. En ja, ik denk zeker dat dit patiënten kan helpen, maar ook hun omgeving. Het kan voor meer begrip zorgen.

Hannelore legt mooi uit wat anorexia betekent: dat het een stem is in je hoofd die je dingen wijsmaakt, dat elke kilo en elke calorie een overwinning is. Maar ook dat het leugens zijn en dat je er afscheid van moet nemen. Dat biedt herkenning voor mensen met een eetstoornis. Ik ben blij dat er zulke programma’s gemaakt worden.

DANAË Mis je dat de politiek genoeg aandacht besteedt aan anorexiapatiënten?

LOBKE Ik volg de politiek niet heel actief, maar de lange wachtlijsten spreken voor zich. Die zes maanden waren, zoals ik al zei, een echt dieptepunt. Ik had toen hulp nodig en die kwam veel te laat. Er mag dus zeker meer aandacht naar komen. Daarom ben ik blij dat programma’s zoals ‘Liefste Lijf’ anorexia in onze maatschappij onder de aandacht brengt.

DANAË Als je iets kon zeggen tegen de Lobke van vijf jaar geleden, wat zou dat zijn?

LOBKE Dat niet alles perfect hoeft te zijn. Dat je niet gelukkig wordt van controle of van zo dun mogelijk zijn. Geluk zit in balans, in vrijheid, in kunnen leven zonder dat eten of een getal je hele dag bepaalt.

DANAË Mocht je leven een titel hebben, als het een boek was, hoe zou je het dan noemen?

LOBKE Iets met… overwinning. Dat is ook mijn grootste kracht: ik weet dat ik het overwonnen heb.

Ze aarzelt even, zoekt een beter woord. Maar het is precies het juiste.

Lobke na het interview, waarin ze de titel van haar leven, “overwinning”, uitstraalt na een emotioneel gesprek. © Danaë Ruyts

Lobke lacht. Niet breed, niet trots. Eerder alsof ze het antwoord zelf nog moet laten landen. Vijf jaar geleden worstelde ze met eten en verloor ze vrienden. Vandaag coacht ze anderen om van hun lichaam te houden en sterker te worden. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal. De stem in haar hoofd zal misschien altijd blijven fluisteren. Maar nu kiest Lobke wie luistert.

Tekst: Danaë Ruyts
Foto: © Lobke Vermeulen