11/04/2026

“Misschien had ik in een parallelleven al een kind gehad” – Manon Cop (29) over het leven achter een strafpleitster

Manon Cop is één van de gezichten van het televisieprogramma “Justice for All” én schreef nog maar net haar allernieuwste boek “Eens dader, altijd dader?”. Maar Cop voldoet niet aan het ideaalbeeld van een advocaat. Manon is onzeker, heeft een TikTok-verslaving en wil gewoon op zondag in haar pyjama naar de bakker.

Trippelende pootjes weerklinken in de vergaderzaal van het advocatenkantoor. Ik maak kennis met Pjotr, de ‘furbaby’ van Jonge Leeuw Manon Cop (29). “Heb je schrik van honden?” hoor ik haar vragen van op een afstand. Wat een onverwachte eerste kennismaking met een strafpleitster die dagelijks zedenzaken behandelt.

Hoe voelt het voor jou om op televisie te verschijnen?

MANON: Dat is heel spannend. Ik heb daar sowieso eerst wel over getwijfeld omdat ik vond dat het eerste seizoen niet was hoe ik op tv zou willen komen. Maar ik heb dan met Peter Boeckx, de journalist van het tv-programma, wel goede gesprekken gehad. Ik wou écht meedoen om die zedenzaken juist in beeld te brengen dus ik zei dat de focus moest liggen op de dossiers en niet op mijn privéleven.

Daarnaast zit je ook in een wereld waar er nogal veel kritiek is en waar ook heel mondige mensen zijn. Je stelt je kwetsbaar op, zeker ook naar de andere advocaten toe. En uiteraard, als je jezelf op zo’n manier profileert, dan weet je ook dat er over jou gebabbeld en gesproken wordt. Maar in mijn gezicht heb ik over mijn stukken in het programma al heel veel positieve commentaar ontvangen.

Je bent blij dat je ‘ja’ zei.

MANON: Op zich ben ik wel blij, maar je denkt aan heel veel dingen. Je denkt bijvoorbeeld ook na over hoeveel mensen er dan naar jou kijken. De cliënten vonden de weg naar mij, als advocaat, ervoor wel al omdat ik al in heel veel grote zedendossiers zit. Maar de vraag is (denkt na) ja, ik wil ook wel gewoon nog op zondag in mijn pyjama naar de bakker kunnen gaan zonder dat ik herkend word.

Is dat nu niet meer het geval?

MANON: Jawel jawel, of ik merk het niet (lacht). Dus zeker wel, maar het is niet mijn ambitie om echt een bv te worden. Je wilt ook dat zo’n delicaat thema, die zedenzaken, juist in beeld wordt gebracht. Dat ze daar respect voor hebben. Er heersen ook heel veel mythes en taboes rond dus ik dacht dat het een mooie kans was om het juist te doen als je zo’n platform krijgt. 

Daarom dat ik het uiteindelijk ook gedaan heb. Die opnames hebben twee jaar en half geduurd dus het is wel lang spannend geweest om te zien wat het eindresultaat was.

 

Twijfelkind

Kan je je een moment herinneren waar je als kind al streed voor die rechtvaardigheid?

MANON: Goh, ik ben niet zo de typische advocaat die zegt dat ze dat al van kleins af aan wilde worden. Mijn droom was vroeger waarschijnlijk prinses worden. Ik heb nooit echt gedacht dat ik dat sowieso wilde doen. Maar als ik zag dat iemand gepest werd, heb ik daar ook altijd wel iets van gezegd. Dat heeft wel altijd al in mij gezeten.

Hoe kwam je dan op het idee om rechten te studeren?

MANON: Ik wist niet wat ik moest gaan doen na mijn middelbaar. Ik heb altijd heel veel faalangst gehad, een beetje belachelijk zelfs want ik ben altijd de beste van mijn klas geweest. Dus ik durfde eigenlijk geen rechten te gaan doen, waarop mijn klastitularis toen zei: “Als jij rechten niet gaat kunnen, wie dan wel? Dus stop met jezelf in twijfel te trekken en probeer het gewoon.”

In mijn eerste jaar was ik dan op alles geslaagd, maar ik vond het eigenlijk niet zo interessant (lacht). Dan dacht ik: nu ga ik niet stoppen want ik ben er in mijn eerste universitaire jaar al volledig door. Daarna kreeg ik voor de eerste keer strafrecht en dan was ik wél onmiddellijk verkocht. Toen dacht ik: ik vind dees zot interessant.

“Ik hoop dat hij het toch ergens ziet, maar je weet natuurlijk niet wat er allemaal komt na de dood.”

Weet je waar die faalangst vandaan kwam?

MANON: Nee, want mijn ouders zijn altijd heel ondersteunend geweest. Mijn papa was ook altijd supertrots op mij. Hij was cafébaas en als ik een goed rapport had, liet hij dat ook altijd aan iedereen zien. Ik denk dat ik het gewoon oprecht goed en altijd maar beter wil doen.

Een beetje perfectionistisch. 

MANON: Ja, ik heb dat nu nog altijd een beetje, het impostor syndrome. Hierdoor geloof ik niet dat ik de dingen kan die ik kan, ondanks mijn successen. Maar uiteindelijk is het toch altijd goed en ik denk op zich dat dat me ook wel scherp houdt. Het zou voor mijn eigen mentale gezondheid wel aangenaam zijn om af en toe gewoon eens een beetje vertrouwen te hebben.

 

Grootste supporter

MANON: Mijn ouders zijn gescheiden toen ik zes was. Er was een groot leeftijdsverschil, mijn papa was 24 jaar ouder dan mijn mama. Maar ze bleven wel altijd hele goede vrienden, dus er was wel een soort van co-ouderschap, maar dat was niet zo vast omlijnd.

Ik heb een halfbroertje en een halfzusje, maar ik beschouw hen als mijn volledige broer en zus. Zij zijn veel jonger dan mij, mijn zusje is twintig en mijn broertje is achttien. Wij wonen ondertussen niet meer samen, ik vind het wel jammer dat ik hen veel minder zie.

We gingen vroeger met z’n allen nog samen op vakantie. Maar toen ik net mijn eerste jaar stagiaire was, werd mijn papa zieker. Hij was al langer ziek, maar toen hij dan echt heel ziek werd, ben ik lang mantelzorger geweest. Ik moest even stoppen met mijn stage omdat het me te veel werd. Maar in corona overleed mijn papa plots, sneller dan verwacht. Ik stortte mij terug op mijn werk.

Heeft het overlijden een grote impact op jou gehad?

MANON: Ja, ik denk nog altijd wel. Hij was echt mijn beste vriend en mijn allergrootste supporter. Ik vind het wel heel erg dat er nu zoveel mooie dingen aan het gebeuren zijn en dat hij daar niet bij kan zijn.

Zoals bijvoorbeeld vorige week had ik een boekvoorstelling, ik vind het super jammer dat ik die mooie momenten niet met hem kan delen. Ik hoop dat hij het toch ergens ziet, maar je weet natuurlijk niet wat er allemaal komt na de dood. Papa was een fervente HUMO-lezer, hij had mijn interview zo waanzinnig gevonden, zijn dochter in de HUMO.

 

Zelfzorg op plaats één

Wordt het jou dan nooit eens te veel?
MANON: Ik heb een heel goed team, waar ik echt op kan bouwen, ik vind dat echt heel belangrijk. Dat helpt mij sowieso heel veel. Ik krijg ook heel veel ondersteuning van het kantoor dat al mijn projecten ook altijd wel steunt. Dus ik kan ook zeggen op een bepaald moment van: “nu stoppen we even met dossiers aan te nemen”, maar dat gebeurt niet vaak. Je wilt wel alle mensen die naar je toe komen, helpen.

Wat is jouw guilty pleasure om te kunnen ontspannen?

MANON: Ik ga heel graag iets gaan eten, dat vind ik het allerleukste. Echt zo een goei stuk vlees met een goei glas rode wijn. Maar door die guilty pleasure ga ik wel iets té vaak op restaurant. Ik doe ook elke dinsdagavond yoga omdat ik merk dat dat mij qua stress wel heel hard helpt. Ik probeer dat soms twee keer in de week te doen, maar ja, drukke agenda (lacht). En ik ga ook één keer per maand naar de wellness. Dat is een hele dag dat mijn gsm echt weg ligt, dat ik even van de wereld ben. Dat doet ook wel heel goed.

Is sociale media iets waar je vaak mee bezig bent?

MANON: Ja, ik heb echt een TikTok-verslaving. Elke avond voor ik ga slapen, dan kijk ik nog even naar TikToks. Nu is het heel veel Punch, het aapje waar mijn hart dan soms van breekt. Op Instagram heb ik wel een privé-account waarmee ik ook enkel mensen aanvaard die ik ken. Momenteel krijg ik heel veel volgverzoeken en dan denk ik: nee, ik wil mijn Instagram wel privé houden.

Ik deel wel graag leuke foto’s van mijn leven en met mijn hondje, maar dat moet niet heel de wereld zien. Het is op zich ook wel fijn om naar de posts van andere mensen te kijken om zo te zien van: dat ziet er een tof restaurant uit of dat ziet er leuk uit. Dus ik vind dat op zich wel gemakkelijk. Ook als ik op reis ga, vind ik TikTok supergemakkelijk om goede spots te vinden.

We leven nu eenmaal in de wereld van sociale media. Ik kijk ook heel veel nieuws via sociale media. Dus ja, ik ben er misschien wel iets te veel op.

“Ik zat toen echt niet goed in mijn vel en ik voelde mij toen ook helemaal niet zo mooi. Dan denk ik nu ook: goh, ‘verdekke’.”

Vind je het mentaal zwaar om altijd op sociale media te zitten?

MANON: Goh, nee. Maar ik vind het soms wel heel confronterend. Bijvoorbeeld, als ik een zaak heb en ik weet niet op voorhand of er persfotografen gaan zijn. Soms weet ik dat wel natuurlijk, dan kan ik dat wel inschatten. Maar zeker niet altijd. Zo is het dus een paar keer gebeurd, dat zo’n fotograaf van HLN (lacht) mij heeft gefotografeerd op een moment dat ik echt super onflatterend uit de lift stap aan het gerechtsgebouw. Ja, zij gebruiken die foto’s ook gewoon, ze overleggen dat niet met mij. Dat is anders dan de foto’s die getrokken worden voor een echte shoot, daar heb ik dan wel een beetje inspraak in. Gelukkig.

Dat is gewoon niet zo’n fijn gevoel, dat je jezelf dan zo ziet in een krant met honderdduizenden lezers met een foto dat je denkt: oh, maar zie ik er zo uit? Maar bon, ik heb natuurlijk ook goede foto’s, dus dat moet ik ook altijd wel wat relativeren.

Zo krijg je wel een slecht zelfbeeld.

MANON: Ja, ik ben wel wat afgevallen sinds die opnames van ‘Justice For All’ dus het is wel confronterend om dat dan ook terug te zien. Nu zit ik écht goed in mijn vel en heb ik ook meer mijn evenwicht teruggevonden met hard werken, gezond eten en toch sporten. Dat is moeilijk in het begin als stagiair om dat evenwicht een beetje te vinden, maar ook als jonge advocate.

Ik stelde mijn prioriteiten dan als laatste bij mezelf en bij zelfzorg. Ik heb ondertussen dus geleerd dat dat beter in evenwicht moet zijn. Ik zat toen echt niet goed in mijn vel en ik voelde mij toen ook helemaal niet zo mooi. Dan denk ik nu ook: goh, ‘verdekke’.

Welke stappen heb je genomen om te werken aan die zelfzorg?

MANON: Meer afbakenen. Ik probeer in de weekends echt leuke dingen in te plannen. Als ik op maandag pleit, moet ik natuurlijk zondag voorbereiden, maar dan weet ik dat op voorhand. Ik werk liever in de week langer door zodat ik mijn weekends vrij heb.

 

Tol van zedenzaken

Hoe voelt het voor jou om je constant te verdiepen in zedenzaken? Is dat ook niet heel heftig? 

MANON: Ik vind dat juist superinteressant want elk dossier is ook weer anders en je wil die mensen echt heel hard helpen. Maar die zaken hebben sowieso wel een invloed op hoe ik de wereld zie. Ik moet er mij dus ook wel bewust van zijn dat ik elke dag heel veel lelijke dossiers zie en dat dat niet is hoe de realiteit is. Er gebeuren ook elke dag heel veel mooie dingen. 

Ik vind het fijn om mij te specialiseren omdat ik dan echt het gevoel heb dat ik écht iets ken over een bepaald thema en dat ik de mensen zo het beste kan helpen. Momenteel wil ik het dus nog niet terug breder gaan trekken, maar misschien ooit wel.

“Op dat moment zien die daders mij echt als hun laatste reddingsboei.”

Je schreef al een aantal boeken waarin je ook vaak inzichten en context biedt aan de lezers. Waarom?

MANON: Ik erger me gewoon heel hard als ik online verkeerde dingen over mijn passie en zedenzaken lees. Ik wil dan altijd met die mensen in debat gaan, maar dat gaat natuurlijk niet want dan begin je zo’n internetoorlog waarvan ik mij zeker ver weg ga houden (lacht). 

Ik vind dat het altijd gemakkelijk is om kritiek te geven op justitie of op de pers omdat ze te weinig of verkeerd communiceren. Dus nu heb ik een bepaald bereik waaraan ik mijn eigen bijdrage ook kan leveren. In oktober komt mijn boek over daders en hun stereotypen uit, dat is echt voor het brede publiek. Hierin bespreek ik de meest voorkomende mythes die wij tegenkomen, maar ook: wat is daar de juiste uitleg voor.

Ben je zelf nooit bang voor daders die naar jou komen?

MANON: Nee, ik ontvang sowieso altijd enkel mensen hier op kantoor dus ik ben nooit helemaal alleen. En als er nieuwe cliënten langskomen, ontvangen we die ook meestal met twee omdat we hier altijd samen aan één dossier werken. Die mensen plegen natuurlijk heel ernstige feiten, maar dat is ongelooflijk hoeveel respect die hebben voor mij. Ik ben vaak de eerste aan wie dat zij hun verhaal vertellen en op dat moment zien die daders mij echt als hun laatste reddingsboei.

 

Leven op pauze

Zijn er dossiers die jou hebben beïnvloed op jouw persoonlijke leven?

MANON: Ik kan mezelf niet vergelijken met de persoon die ik was als ik deze job niet had gedaan, maar na de breuk van een heel lange relatie, datete ik. En ik merkte wel dat ik wantrouwig was naar mannen die ik niet ken. Ik heb sneller moeite om mensen écht te vertrouwen omdat ik gewoon heel veel, heel erge zaken zie. Dan word je sowieso wel meer achterdochtig, denk ik.

“Mocht er een pauzeknop zijn, dan zou ik nu wel graag op pauze drukken.”

Trek je dan een muur op tijdens het daten? 

MANON: Ik ben op zich wel een heel open persoon, ik zeg gewoon wat ik denk. Dus het is niet zo dat ik niet durf vertellen wie ik ben of hoe ik in het leven sta. Maar ik ben wel wat wantrouwiger naar wie ik bij me heb. Ik vraag me dan af: heeft die misschien een verborgen agenda? Of heeft die een bepaalde parafilie? Maar ik denk nu wel dat iemand die weet van zichzelf dat die bepaalde afwijkende gedachten of gevoelens heeft niet direct met mij zou willen daten. Die zou nogal snel door de mand vallen (lacht).

Maar momenteel woon ik samen met mijn partner en met Pjotr, mijn hond, eigenlijk is hij mijn baby. Mijn ‘furbaby’. Ja, dat is echt mijn kindje (lacht).

Hoe hoop je dat jouw leven nog verder verloopt?

MANON: Ik ben eigenlijk heel blij met hoe het nu is. Er zijn momenteel zoveel leuke dingen en projecten, zoals de boeken, de podcasts en het tv-programma. Elk nieuw dossier is ook elke keer weer zo interessant dus ik kan me niet voorstellen dat ik me ineens zou gaan beginnen vervelen.

Mocht er een pauzeknop zijn, dan zou ik nu wel graag op pauze drukken. Ik weet bijvoorbeeld niet of ik kinderen wil maar ja, 29 is wel zowat de leeftijd waarop je dat moet beginnen weten.

Voel je die druk al?

MANON: Ja, niet per se dat mensen mij onder druk zetten want in mijn omgeving, bij mijn vriendinnen, valt dat ook wel goed mee. Ik denk dat vrouwen sowieso langer studeren, dan beginnen ze ook later met werken. Dus het duurt ook langer voordat je financieel stabiel genoeg bent om een kind op de wereld te kunnen zetten en dat te kunnen combineren met je job.

Biologisch gezien tonen studies dat langer wachten de kans op gezondheidsrisico’s bij een baby verhoogt. Dat geeft wel druk, maar ik denk toch vaak dat ik nog wat tijd heb.

Je weet dus niet of je kinderen wil.

MANON: Dat weet ik nog niet, nee. Ik weet ook niet of mijn job die keuze beïnvloedt. Ik zie wel hoeveel er mis kan gaan. Misschien had ik in een parallelleven al een kind gehad.

Voel je dat deze wereld niet is waarin je jouw kind wil opvoeden?

MANON: Ik maak mij gewoon heel veel zorgen over dat kind. Gaat daar iets mee zijn? Gaat dat kind zelf ooit iets overkomen? Er gebeurt wel heel veel naar kinderen toe of misschien zelfs nog erger: gaat mijn kind misschien een bepaalde afwijking hebben? Mensen kunnen ook niet kiezen welke gevoelens ze hebben, je wordt geboren als wie je bent.

Je kan niet kiezen wat jouw seksuele voorkeur is en dat houdt mij sowieso wel bezig. Hendrik, die samen met mij stage begon destijds en nu echt een heel goede vriend is, werd nog maar net papa. Je merkt dat hij heel moe is, maar die liefde is super schattig om te zien. Ik heb dat normaal niet snel als ik een baby zie van anderen dat ik zo ben van: “oooh”. Maar nu bij hem heb ik dat écht wel.

Maar inderdaad met alles wat er aan het gebeuren is in de wereld, ja, wil je jouw meest kostbare bezit daarin laten leven?