40 jaar na historische 4e plaats op WK 1986 blikt Jean-Marie Pfaff terug op zijn wonderjaar 1986: “Die huldiging in Brussel vergeet ik nooit meer”
Dit jaar vindt het WK Voetbal plaats in de VS, Canada en Mexico. In dat laatste land werd er ook 40 jaar geleden gestreden om de wereldbeker. Winnaar dat jaar waren de Argentijnen. La Albiceleste van Diego Maradona won de finale van West-Duitsland. Ook België speelde een grote rol in Mexico. De Rode Duivels werden 4e. Een tot dan toe historisch resultaat op de mondiale. Onze reporter Yannick Van der Weyden trok naar Jean-Marie Pfaff om het met hem over die Wereldbeker te hebben, alsook over Pfaff’s wonderjaar 1986 bij Bayern München, waar hij de dubbel pakte dat jaar
Jean Marie, dat jullie 4e werden op het WK weet zo goed als iedereen in België. Maar jij pakte zelf ook nog de beker en de titel in Duitsland. Was 1986 het beste jaar in jouw carrière?
Dat was een fantastisch jaar. Al die prijzen waren prachtige beloningen. Vooral als je ziet waar ik stond enkele maanden ervoor. Ik blesseerde mij zwaar in de wedstrijd Nederland-België. Toen heb ik tot maart niet meer gespeeld. Een periode van 5 maanden aan de kant staan was zeker niet leuk. Ik heb mezelf toen in allerijl moeten klaarstomen voor zowel de titelstrijd met Bayern als het WK. Het waren enorme inspanningen, maar het heeft toch geloond. Als je dan ziet dat ik tussen maart en mei nog supergoed heb staan keepen, dan kan je alleen maar besluiten dat ik sterker uit die blessure ben teruggekomen.
Het WK startte stroef, jullie verloren de openingsmatch van dat WK tegen Mexico. Voelden jullie dan al dat het moeilijk ging worden?
We speelden inderdaad de openingsmatch tegen het gastland. In Mexico-Stad was dat. Het werd meteen een lastige match. De kans was vooraf al zeer groot dat we gingen verliezen, want het was zeker niet de minste tegenstander. We gaan daar met 2-1 de mist in. De Mexicanen kwamen nog 2-0 voor, dankzij onder meer Hugo Sánchez. Maar wij knokten ons dan nog terug via Vandenbergh. Helaas konden we niet doordrukken.
Jullie eindigden 3e in de groep na winst tegen Irak en gelijkspel tegen Paraguay. Wanneer werd de klik gemaakt dat jullie alle groten aan konden?
Tegen Irak was het ook geen gemakkelijke match. Niemand kende hen, laat staan dat iemand wist hoe ze speelden. Die match wisten we wel te winnen. Tegen Paraguay was het met het mes tussen de tanden. Gelukkig spelen we met 2-2 tegen hen gelijk, waardoor we ons als 3e toch wisten te plaatsen voor de volgende ronde. Dat was wel uniek voor die generatie. Wij waren toen wel echt op ons best. Ook mede door de verdienste van Guy Thys, die in 1976 bondscoach geworden was.
De match tegen de Sovjet-Unie was een van jullie beste wedstrijden op dat WK. Zie jij dat ook zo?
Dat vind ik ook. Maar zij hadden toen met Oleg Blokhin, Rinat Dasaev en Igor Belanov ook wel echt een zeer sterk team. Het was formidabel dat we zo’n land konden verslaan. Ondanks dat Belanov daar een wereldprestatie neerzet, door een hattrick te scoren, lieten wij ons niet aan hen vangen en antwoordden wij ook iedere keer.
Jullie kloppen dan Spanje na penalty’s. Hoe groot was de vreugde toen?
Wist je dat we na die match de ploeg waren die het meest aantal matchen gewonnen na verlengingen? Dat was het geval tegen de Sovjets, maar ook tegen Spanje. De match tussen Spanje en Denemarken (die uitdraaide op 5-1 voor de Spanjaarden, red.) heb ik moeten volgen vanuit bed, omdat ik toen de turista had. Ik ben daar toen 2 dagen echt enorm ziek van geweest en ook veel gewicht verloren. In het begin van die match voelde ik dat nog wel. In de laatste minuten van de wedstrijd incasseren we de 1-1 waardoor we weer aangewezen waren op verlengingen. Er wordt daar niet meer gescoord, waardoor we dus naar penalty’s gingen. Voor de Belgische supporters is dat dan heel spannend. Het is dan ook heel plezant als je dat na zo’n match kan afwerken en winnen.
In de halve finale spelen jullie voor meer dan 100.000 man in het Aztekenstadion tegen het grote Argentinië van Maradona. Hoe overweldigend is dat om voor zoveel volk te spelen?
Het was een goeie match voor ons. Als de scheidsrechter die beide kansen van Danny Veyt niet fluit voor buitenspel, komen wij op voorsprong. Dan hadden we Argentinië het knap lastig gemaakt. Net zoals op het WK van 1982 in Spanje. Maar dat was nu helaas niet het geval. We mogen wel best fier zijn op hoe ver we gekomen zijn.
Om voor zo veel volk te spelen was ik al gewoon van in Bayern, want daar kwamen dikwijls 70.000 mensen kijken. Toen ik bij Beveren speelde, gingen Carmen en ik geregeld met Urbain Braems en zijn vrouw naar matchen van Mönchengladbach kijken. Wij reden dan met 40 à 50 man naar Düsseldorf met een bus om naar pakweg Real Madrid – Borussia Mönchengladbach te gaan kijken. Want Gladbach speelde toen in het Rheinstadion in Düsseldorf. Voorafgaand aan de match was het altijd een enorm levendige sfeer buiten het stadion. Wat zich dan ook weerspiegelde tijdens de wedstrijd. Maar 100.000 man, dat had ik nog nooit meegemaakt.
Is Maradona de beste speler waar je ooit tegen gespeeld hebt?
Ik heb de eer gehad om zowel een aantal keer tegen als met hem te mogen spelen in jubileummatchen. Ik spreek altijd over generaties. En die hebben altijd hun sterspelers gehad. Ik denk meteen aan mannen zoals Pelé, George Best, Franz Beckenbauer, Bobby Charlton. Spelers van mijn generatie, waaronder ikzelf in mijn periode bij Beveren, moesten indertijd nog gewoon ’s ochtends gaan werken en dan ’s avonds naar de training. Ook de was moest je zelf doen enzovoort. Maradona was ook van gewone komaf. Maar die is dan op het slechte pad geraakt door met slechte personen in contact te komen. Hij was een fenomenale mens. Ik ben dan ook blij dat ik hem als vriend had. We belden elkaar geregeld in onze taal. Een mix van Engels en wat Spaans. Met hem waren het altijd hartelijke ontmoetingen. Ik heb de eer gehad om tegen Cruyff en Maradona te spelen indertijd. Dat waren als mens echt deugddoende momenten om met zo’n supersterren op het veld te mogen staan.
Hoe werd die 4e plaats onthaald in Brussel?
Dat was net zoals Eddy Merckx terugkwam uit Mexico, toen die het werelduurrecord fietste. Het was een uniek moment voor België. Dat werd overal uitgezonden, zowel op nationale tv als in Duitsland. Er zijn beelden gemaakt van dat moment. Op de luchthaven toekomen en begroet worden door de koning en koningin, op dat podium staan op het Brusselse stadhuis, zoiets vergeet je nooit meer. Het was een prestatie van de spelers, maar ook voor de supporters. Zij zijn ons in de jaren voordien altijd blijven steunen.
Net voor het WK pakte je nog de dubbel met Bayern, waaronder de titel op de laatste speeldag, hoe kijk je terug op dat seizoen 1985-86?
Dat was zeer speciaal. Ik heb zes jaar bij Bayern gespeeld, waarin ik drie keer de titel pakte, tweemaal de beker en een keer de Champions League verloor. Achteraf bekeken was dat wel spijtig dat ik de toenmalige UEFA Cup niet heb kunnen winnen. Maar die dubbel van ’86 was het speciaalst.
Bij Bayern speelden een hoop grote namen zoals Dieter Hoeneß, Lothar Matthäus, Søren Lerby, Klaus Augenthaler en Hansi Flick. Wat maakte die ploeg zo sterk?
De wil en de samenhorigheid van die ploeg was enorm sterk. In tegenstelling tot wat je tegenwoordig ziet. Nu hebben ze allemaal twee of drie elftallen ter beschikking. In geval van een blessure bij de A-ploeg, kunnen ze gewoon beroep doen op een andere speler. Dat was in mijn tijd niet. Niet iedereen in Bayern had dezelfde kwaliteiten. Flick was bijvoorbeeld niet de grootste technicus, maar die kon wel als geen ander zijn tegenstander dekken. Die voelde ook aan wat de moves van zijn tegenstander gingen zijn. Dat is wat hem zo goed maakte als speler.
Hoe belangrijk was de steun van Carmen en de kinderen voor jou dat jaar?
Ik heb heel veel gehad aan de kinderen en Carmen in mijn tijd bij Bayern. De kinderen hebben altijd goed meegewerkt. Ze gingen soms mee naar interviews of gaan skiën. Af en toe weenden ze ook wel eens omdat ze met hun vrienden wilden spelen. Ze hebben dat uiteindelijk wel goed opgepakt. En nu spreken ze nog dikwijls over die goeie tijd in Duitsland. De kleinkinderen hebben van hen ook verhalen meegekregen uit die periode. Maar mijn grootste steun en toeverlaat was toch wel Carmen. Zij heeft mij gesteund in alles wat ik deed. Carmen was diegene die mij overtuigd heeft om bij Bayern te tekenen. Omdat ze vond dat ik dan nog ‘ne grotere’ ging worden, dan ik al was. Aan haar heb ik veel te danken, net als aan mijn ouders, schoonouders, kinderen en de rest van mijn familie. Heel mijn gezin is één blok. Wat er ook gebeurt, welke problemen er ook zijn, we vinden altijd wel een oplossing. Altijd.
Hoe kijk jij naar het Bayern van nu en meer bepaald de prestaties van Vincent Kompany?
Ik vind het spijtig dat het bestuur van Anderlecht hem op straat heeft gezet. Ik denk dat ze toen niet beseften wat voor een grote fout ze gingen begaan. Vincent is een groot voorbeeld voor velen. Hij is altijd zichzelf gebleven. Hij heeft zijn successen gekend in zijn carrière. Kompany organiseert zijn ploeg heel goed. Daarnaast creëert hij ook een enorme sfeer rondom Bayern. Hij heeft ook de mogelijkheden om zoveel succes te hebben. Kijk maar naar het budget, de kern en de staf in München. In het begin gaven ze hem in Bayern slechts een contract van 2 jaar. Maar ik geloofde meteen in hem. Hij heeft zijn duidelijke visie. En zijn stafleden geloven erg in hem. Dus ik zie hem nog wel ver geraken. Hij zou zelfs naar Real Madrid, Barcelona of Manchester City kunnen later. Momenteel zit hij wel goed bij Bayern.
Wat denk je van de huidige generatie Rode Duivels?
Ze zijn zich terug aan het herpakken na een wat moeilijkere periode. We hebben individuele kwaliteit, maar ze zijn nog niet 100% op elkaar ingespeeld, zoals dat enkele jaren geleden wel het geval was. Het is nog wat wankel, maar dat komt wel terug. Het is nu alleen zo dat ze soms verspreid staan over het veld en maar wat doen. Het is nu een kwestie van tijd vooraleer dat is opgelost en ze elkaar terug blindelings vinden.
Wat verwacht je van de Belgen op het WK?
De groepsfase doorkomen moet toch zeker wel lukken. Met deze kern moet dat haalbaar zijn. Zeker met die tegenstanders. Egypte heeft wel een aantal goeie spelers, zoals Mohamed Salah van Liverpool, maar zij missen bijvoorbeeld wel wat ervaring op de grote toernooien. Normaal loop ik niet zo graag vooruit op de zaken. De eerste ronde is voor iedereen moeilijk. Er kunnen altijd grote namen sneuvelen. Vroeger zei ik altijd dat als je de eerste ronde kunt doorkomen, je ver kan geraken.
Nog één slotvraagje, Jean-Marie. Als we over 50 jaar terugkijken op Jean-Marie Pfaff in 1986, wat zou jij dan graag hebben dat er over jou in de geschiedenisboeken staat?
Mensen die met mij samengewerkt hebben, kennen de echte Jean-Marie. Als je ziet dat al die grote voetballers in Duitsland een standbeeld krijgen. Je moet dan wel dood zijn, ik wil graag nog wat leven. (lacht) Maar de namen van die stadions in Duitsland hebben allemaal een naam. Dat hoeft allemaal voor mij niet. Ik heb alles altijd graag gedaan. De mensen die mij kennen, weten dat ik dat allemaal niet nodig heb. Maar ik zou vooral willen dat ik iemand was die veel had aan vriendschap en eerlijkheid. En dat ik ook een man ben die veel belang hecht aan zijn familie.
Met deze mooie woorden sluiten we af. Jean-Marie, bedankt voor je tijd en veel plezier met alles wat je de komende tijd nog gaat doen.
Tekst: Yannick Van der Weyden
Video: Yannick Van der Weyden
Foto: © Yannick Van der Weyden



