De Challenger Pro League: van volkscompetitie tot speeltuin van de grote clubs
Flashback naar 17 april. Het doek valt over de reguliere competitie van de Challenger Pro League. De stijgers en de zakkers zijn bekend. SK Beveren en KV Kortrijk komen vanaf volgend seizoen uit in de Jupiler Pro League. Onderaan het klassement degradeert Olympic Charleroi na een jaartje terug naar de amateurreeksen. De tweede ploeg die zakt is niet de voorlaatste in het klassement. Ook niet de op twee na laatste en zelfs niet de op drie of vier na laatste. Het is RWDM, de nummer dertien in de rangschikking, die twaalf punten boven een degradatieplaats staat maar door een dwaze regeling toch zakt naar het derde niveau. Waarom? Omdat drie van de vier ploegen onder RWDM jeugdploegen zijn van topclubs als Anderlecht, Club Brugge en Racing Genk, die verankerd zijn in de Challenger Pro League. Met andere woorden: ze kunnen en mogen niet degraderen. Dat was toch het geval tot een paar dagen geleden. Want vorige week kwam er plots een wending in heel deze zaak.
Het nieuws sijpelde binnen dat die verankering op de schop zou gaan. De Belgische Mededingingsautoriteit schorst de invoering van het quotum voor U23-ploegen in de Challenger Pro League. Eindelijk, dacht ik. Want als deze regel behouden blijft, is dit het failliet van de Challenger Pro League. Een competitie waar mijn eerste voetbalherinneringen liggen en waar zelfs een jonge voetbalfan al met heimwee naar kan terugkijken.
Context
Eerst even kort wat context schetsen. Voor het afgelopen seizoen gold er een quotum dat er minstens vier beloftenploegen in de tweede klasse moesten zitten. Wat wil zeggen dat de vier U23-teams die nu in de reeks zaten (Jong Gent, Jong Genk, RSCA Futures en Club NXT) niet konden degraderen. Deze regel werd tijdens het vorige seizoen gewijzigd. Van de ene op de andere dag kon Jong Genk, die toen op de degradatieplaats stond, niet meer zakken naar de hoogste amateurreeks. Complete waanzin. En dat terwijl het gevoel van een echte degradatiestrijd net datgene is wat jonge spelers ook doet groeien.
Een jaar later gaan die regels nu terug op de schop. Een voorstander van het quotum was ik zeker niet. Maar een ploeg een heel seizoen laten afwerken met de zekerheid dat ze niet kan zakken, om ze dan via een juridische beslissing toch te laten degraderen. Dat voelt evenmin correct aan. Maar ik moet eerlijk zijn, ik ben hier heel tevreden mee. De beslissing om het quotum in te voeren was nog tienmaal gekker en fouter dan deze beslissing.
Maar de vraag is nu natuurlijk: wat doet Club NXT nu? Wel, ik voorspel u dat deze soap nog niet gedaan is. Club NXT zal in beroep gaan tegen deze beslissing en ik acht de kans ook zeer groot dat ze volgend jaar opnieuw gewoon in de Challenger Pro League mogen starten. Of het nu door het faillissement van RWDM komt of door een beslissing van een rechtbank. De essentie van heel deze zaak is dat de Pro League zichzelf steeds dieper in een put graaft. En door al deze juridische geschillen dreigt die put nog dieper te worden.
Je merkt het al, deze competitie hangt met haken en ogen aan elkaar. Ik geef u dan ook graag mee waarom de ooit zo leuke Belgische tweede klasse zijn charme is verloren.
Competitievervalsing
Het eerste punt. De aanwezigheid van de U23-teams van Anderlecht, Genk, Gent en Club Brugge. Deze teams kunnen dure jonge buitenlandse spelers aantrekken en stallen in hun beloftenploeg. Daarnaast mogen ze ook jonge spelers opstellen die al het hele seizoen deel uitmaken van de A-kern. Zo speelde Jong Genk enkele maanden geleden tegen RFC Luik met vijf basisspelers die al heel het seizoen in de A-kern van Racing Genk zaten. Sattlberger, Erabi, Adededji-Sternberg, Bangoura en Kongolo. Vijf spelers met een gezamenlijke transferwaarde van om en bij de 20 miljoen euro.
De bobo’s uit de ivoren toren van de G5-clubs trekken zich weinig aan van de Challenger Pro League, zolang hun jongerenploegjes maar een plekje krijgen.
RFC Luik was dan ook terecht misnoegd. Maar aangezien het bondsreglement werd nageleefd, had Luik geen been om op te staan. Is het dan niet hoog tijd om dat bondsreglement te herzien? Blijkbaar niet. De bobo’s uit de ivoren toren van de G5-clubs trekken zich weinig aan van de Challenger Pro League, zolang hun jongerenploegjes maar een plekje krijgen. Ondertussen is het al het vijfde seizoen dat er beloftenploegen meedoen in de tweede klasse. Maar nog steeds slaagt men er niet in om hier duidelijke en strikte regels rond te maken zodat dergelijke zaken niet meer kunnen voorvallen.
Daarnaast hebben deze ploegen geen supporters bij en zelfs in thuismatchen zit er geen kat in de tribunes. Je waant jezelf als het ware terug in het corona-voetbaltijdperk. De supporters van Anderlecht, Genk, Gent en Club Brugge doen blijkbaar niet de moeite om naar het stadion te gaan om te supporteren voor hun eigen jeugd.
Financiële doping
Een ander groot probleem in onze Belgische tweede klasse is de financiële doping. Clubs zoals Lommel en RWDM pompen jaar na jaar miljoenen in hun club. Bedragen die soms twintig keer hoger liggen dan wat een financieel nuchtere voorzitter kan investeren. Neem nu Lierse SK als voorbeeld. Een club die op een gezonde manier probeert te leven, zonder veel schulden te maken, zonder compleet buitensporige salarissen voor buitenlandse (vaak derderangs-)voetballers. Ze proberen hun schulden onder controle te houden en proberen financieel slim te werk te gaan. Toch zijn ze elk seizoen genoodzaakt om hun beste spelers te verkopen. Om zo toch maar de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Zij moeten elke kans aangrijpen om zichzelf op een alternatieve manier te financieren. Elk jaar zijn ze bij de betere in de klas wanneer de financiële rapporten worden uitgedeeld in het profvoetbal. Wat krijgen ze er sportief gezien voor terug? Niks. Want een club die geen steenrijke buitenlandse eigenaar heeft moet vandaag de dag tevreden zijn met een plekje in de middenmoot.
Grootheidswaanzin
Miljoenen investeren, weinig inkomsten genereren en niet presteren. Dat kan enkel maar leiden tot grote problemen, vraag dat maar aan RWDM. Het is de volgende ploeg in het lijstje van Deinze, Oostende, Moeskroen, Roeselare en Lierse die afstevent op een faillissement. Ook Olympic Charleroi zit, amper een jaar na promotie, al in zware financiële problemen. Wat hebben deze clubs gemeen? Het zijn allemaal clubs die werden vernield door een bestuur of voorzitter met grootheidswaanzin.
Clubs als Patro Eisden Maasmechelen, Lommel SK en Eupen. Zonder promotie binnen dit en pakweg vijf jaar is het gedaan met die clubs.
Wanneer meerdere clubs structureel boven hun stand leven om toch maar die ene promotieplaats naar 1A te bemachtigen, is het onvermijdelijk dat het vroeg of laat misloopt. Het is alsof je bij vrienden een som geld leent, om toch maar mee te spelen in het casino. Stel dat je dan niks wint, zit je met schulden. Schulden die je aan je vrienden misschien nog over langere tijd kan terugbetalen. Maar in het profvoetbal krijg je die tijd niet. De geldkraan gaat dicht, lonen worden niet meer betaald en niet veel later zijn de supporters hun club kwijt. Clubs als Patro Eisden Maasmechelen, Lommel SK en Eupen. Zonder promotie binnen dit en pakweg vijf jaar is het gedaan met die clubs. Dan worden zij de volgende in het lijstje der sneuvelaars van de Belgische tweede klasse.
Sporting Hasselt
Verder zijn er maar een paar ploegen uit de hoogste Vlaamse en Waalse amateurreeksen die een licentie durven aanvragen voor de Challenger Pro League. In de Vlaamse reeks zijn dat Sporting Hasselt en SK Roeselare. In de Waalse reeks RAEC Mons, Tubize-Braine en RE Virton. Drie van de vijf clubs kregen groen licht voor het profvoetbal. Sporting Hasselt niet, zij moeten in beroep hun licentie zien af te dwingen.
Sporting Hasselt kan de Challenger Pro League terug een klein beetje meer aandacht geven.
Om de competitie aantrekkelijker te maken zou de promotie van Sporting Hasselt zeer interessant zijn. Het is een club die als een magneet werkt voor de media. Niet verwonderlijk met Rik Verheye en Sam Kerkhofs als voorzitters. De vraag is wel: blijven al die supporters ook massaal komen? Een publiek dat nu al drie jaar bovenaan meestrijdt voor de prijzen, maar in de Challenger Pro League mogelijks in de grijze middenmoot zal terechtkomen. Een doorsnee club verliest die gelegenheidssupporters even snel als ze ze had gevonden. Maar een club als Sporting Hasselt met een uitgekiemde marketingstrategie moet ook in staat zijn om deze supporters op een druilerige vrijdagavond tegen Seraing naar het stadion te lokken. Sporting Hasselt kan de Challenger Pro League terug een klein beetje meer aandacht geven. Iets wat absoluut welkom is.
De (nostalgische) oplossing
Ik hoor u nu al denken. Makkelijk om kritiek te geven zonder oplossingen te geven. Klopt, het is heel makkelijk om kritiek te geven op een competitie die met haken en ogen aan elkaar hangt.
Daarom mijn voorstel: maak de licentie-eisen soepeler of zet de Challenger Pro League terug open voor semiprofclubs. Hoewel ik nog vrij jong ben, herinner ik me die periode nog goed. Sterker nog, mijn eerste voetbalherinneringen dateren van die periode. De tijd van de ‘Exqi-League’. Zo’n zestien jaar geleden noemde de tweede klasse nog zo. Met commentaar van Jeroen Roppe en met ploegen zoals KFC Turnhout, VW Hamme, Standaard Wetteren, KSK Ronse, Red Star Waasland, RFC Doornik… Misschien niet de meest sexy ploegen. Maar wel ploegen die door een sprookjesachtige promotie of sportieve prestaties op dat niveau zijn geraakt.
Vandaag moeten clubs die promoveren van het amateurvoetbal naar het profvoetbal in hun licentieaanvraag tonen dat hun budget zal stijgen. Waarom is dat nodig? Als een club met een bescheiden budget promoveert en datzelfde budget wil behouden om het eerste seizoen door te komen, waarom zou dat niet mogen? Er is geen enkele reden om dat niet toe te staan. Op die manier creëer je een klimaat waarin buitenlandse investeerders vrij spel krijgen om onze voetbalclubs op te kopen.
Ik besef maar al te goed dat we nooit meer zo’n competitie zoals zestien jaar geleden gaan krijgen. Die tijd is voorbij. Dat deze competitie mét jongerenploegen beter is voor de ontwikkeling van die jonge spelers of voor het Belgische voetbal? Het zal allemaal wel. Maar konden we de tijd maar terugdraaien naar een periode waarin beloftenploegen nog hun eigen competitie hadden, waarin een ploeg zoals Vigor Wuitens Hamme nog kon dromen van een stunt en waarin we nog zonder combiregeling naar een voetbalwedstrijd konden gaan…
Created by the poor, stolen by the rich.
Tekst: Tibo Verhoft
Foto: Bicanski (CCO) via Pixnio



