De Vogelenmarkt: waar cava vogels vervangt
Tussen dierenkramen en glazen cava, kledingstandjes en Marokkaanse pannenkoeken speelt zich elke zondag op de Vogelenmarkt een stille strijd af. Niet luidruchtig, maar zichtbaar in wat verkocht wordt, wie er komt en wat langzaam verdwijnt. Sinds het verbod op dierenverkoop begin 2026 is de markt definitief veranderd. De Vogelenmarkt, al meer dan vier eeuwen een begrip in Antwerpen, staat daarmee op een kruispunt.
Het is acht uur op een zondagochtend in Antwerpen. Het Theaterplein ontwaakt langzaam, terwijl de geur van versgebakken wafels zich vermengt met de frisse ochtenddauw die nog tussen de kasseien hangt. Marktkramers sjouwen dozen, begroeten hun eerste klanten en vullen zakken. De zon kruipt voorzichtig over de daken en werpt een warme, gouden gloed over het plein. Maar wie goed luistert, hoort wat er ontbreekt. Geen gefladder. Geen gekwetter. Geen kooien. De vogels zijn weg. Alleen de naam Vogelenmarkt bleef achter.

Een markt die zichzelf heruitvindt
Om tien uur ’s ochtends baadt het Theaterplein in zacht zonlicht en komt de Vogelenmarkt op gang. De eerste bezoekers slenteren tussen de kramen, nog zonder haast.
Marijke Peeters (61) wandelt met haar vriendin Danielle De Swert over het plein, zoals ze al meer dan dertig jaar doet. Ze kent elke hoek, elke geur, elke verandering van deze markt. “Vandaag moet je hier hip gekleed zijn”, zegt ze. “Als ik sommige mensen zie rondlopen, denk ik dat ze later nog naar een discotheek gaan. Vroeger kwam ik vaak gewoon in mijn jogging.”
“Je kwam naar de markt omdat het goedkoper en verser was. Echte boeren stonden hier. Mensen met wie je een babbeltje kon slaan. Die marktkramers mis ik wel.” En toch blijft ze komen. “Het is nog altijd gezellig”, zegt ze. “Dat is en blijft de sterkte van de markt. Zelfs als het regent, heeft ze iets warms.”
Vogelenmarkt, geen Vogeltjesmarkt
“De naam Vogelemarkt moet blijven”, zegt Marijke vastberaden. “Die draagt een verleden met zich mee. Dat is de charme van de markt en die voel je nog altijd.” Ze kijkt rond, naar de markt die intussen voller stroomt. “En noem het geen ‘Vogeltjesmarkt’”, voegt ze eraan toe, met een kleine grimas. “Het is Vogelenmarkt.”
Elke Antwerpenaar zal je dit met plezier verbeteren: het is Vogelenmarkt. Vogelen. Een meervoudsvorm uit het Oudnederlands die alleen hier is blijven hangen tussen de kasseien van de stad. Een naam die koppig standhoudt, zoals de Antwerpenaar zelf.
“Ooit was die naam ook letterlijk”, zegt Marijke. “Je had hier vogels, kippen, konijnen… van alles. Dat is nu weg.” Eeuwenlang klopte die omschrijving. Al in de middeleeuwen werden hier dieren verhandeld en dat bleef zo tot 1 januari 2026, toen een definitief verbod op dierenverkoop een einde maakte aan die traditie.
“Dat vind ik jammer”, zegt ze zacht. “Dat hoorde bij de identiteit.” Ze kijkt even naar de drukte. “Maar een markt moet overleven. En de naam blijft. Die pakt niemand ons af.”
De oude garde
Een eind verderop, tussen zakken vogelvoer en hondenriemen, staat Patrick Verlent (59). Zijn feloranje hoodie springt meteen in het oog tussen de andere marktkramen. Met een brede glimlach verwelkomt hij klanten, terwijl achter hem metalen voerbakken rinkelen. Zijn kraam, De Antwerpse Dierenwinkel heeft zich op deze markt genesteld lang voordat Patrick zelf kon lopen. Zijn grootvader begon in 1958, later nam zijn moeder Marie-José Van Oevelen (92) het over. “Ze is nog altijd de baas”, zegt hij glimlachend terwijl hij een zak vogelvoer rechtzet.
Voor Verlent is het verleden van de markt geen geschiedenisboek, maar een familieverhaal. “De eerste keer dat ik meeging, was in 1967. Toen verkochten we nog dieren zoals honden en vogels. Rond Pasen hadden wij altijd paaskuikentjes bij.”
Vandaag verkoopt hij enkel nog voeding en accessoires. De dieren verdwenen, niet uit vrije wil, maar door het verbod. “Als er een verbod had moeten komen, had dat niet op deze manier mogen gebeuren. Sommige mensen doen dit al hun hele leven. En plots… is dat weg.”

“Zij zitten nu in zak en as”
Hij denkt aan een collega die hem die ochtend nog belde. Een man van 82, die al sinds zijn dertiende met zijn fiets en zijn vogels naar de markt kwam. “Die mensen zitten nu echt in zak en as.” Andere collega’s zitten thuis met honderden vogels en weten niet wat ermee te doen. “Het is niet goed geregeld. Hier mag het niet meer, in Wallonië wel.” Hij schudt zijn hoofd. “Dat wringt.”
Verlent wijst naar achter, waar het Theaterplein gelegen is. Daar waar de mierenhoop van mensen begint vorm te geven tussen de rijen drank- en eetkraampjes. “De markt is gewoon een zuippartij geworden.” Zijn oplossing is duidelijk: splits de markt op. Drank en eten aan de ene kant, traditionele handel aan de andere.
Marijke, die een eindje verderop over de markt loopt, is het daar roerend mee eens. “Om de markt in twee delen op te splitsen is geen vreemde oplossing”, zegt ze. “Soms zoek ik die drukte op. Maar soms wil ik gewoon rustig rondwandelen. Dan moet je vroeg komen.”

De nieuwe energie
Patricks vinger wijst naar het hart van het Theaterplein, waar Tom Janssens (51) met zijn kraam, Kaasmuisje BV, de menigte naar zich toe trekt alsof hij een magneet is. Zelfverzekerd staat hij achter zijn toonbank, voortdurend klanten bedienend terwijl hij met routineuze flair glazen cava inschenkt. Al 33 jaar staat hij hier op dezelfde plek, tussen stapels kazen en klinkende flessen, met de trotse uitstraling van iemand die weet dat zijn kraam tot de vaste waarden van de markt behoort. Kaasmuisje BV straalt uit wat het al jaren is: de koning van de markt.
“Corona was het kantelpunt”, zegt hij. “Mijn publiek verdubbelde, maar vooral de leeftijd halveerde. Jongeren ontdekten de markt, via TikTok, Instagram, via elkaar.”
Waar Verlent verlies ziet, ziet Janssens vernieuwing. “Het dierenverbod? Dat is goed”, zegt hij. “Het haalt misschien wat charme weg, maar je moet niet blijven hangen in het verleden.” Ondanks de voelbare spanningen benadrukt hij zijn goede band met de andere marktkramers. “Iedereen moet er op zijn eigen manier mee omgaan. Dan zal de markt met de marktkramers overleven.”
Over de kritiek van de oude garde, dat de drankkramen van de markt een soort zuipmarkt maken en extra drukte aantrekken, haalt hij simpelweg zijn schouders op. “Alle reclame is goede reclame. Wat nu een hype is, kan binnen tien jaar verdwenen zijn. Je moet meegaan met wat leeft.”

Een mierenhoop aan mensen
Tegen twaalf uur is de rustige ochtend een verre herinnering. Het Theaterplein verandert in een mensenzee: luid, warm en kleurrijk. De lucht ruikt naar kroketten en zonnecrème. Glazen klinken, iemand lacht te luid, een kind trekt aan de mouw van zijn moeder. Vooruitkomen wordt een kwestie van wachten en wringen.
De Vogelenmarkt draait op dat moment volledig op beleving. Mensen drinken cava, eten kroketten en blijven hangen in de zon. Het is geen plek meer waar alleen gekocht wordt, maar waar vooral geleefd wordt. Wat ooit met vogels werd geassocieerd, is vandaag een hotspot voor trends en gezelligheid.
“Wat een drukte, seg”, klinkt het zachtjes op de achtergrond.

De nieuwe garde

Iets verder in de drukte staat Robin Liefveldt (22) bij Kaasmuisje BV, met een glas cava in de hand. Aan een hoge statafel tussen de mensen neemt ze deel aan wat vandaag de toon zet op de markt: een glaasje cava drinken terwijl de drukte voorbij stroomt. Ze kijkt rond, glimlachend en gaat mee in het ritme van de sfeer en de gesprekken om haar heen.
“De markt voelt een beetje als een festival”, zegt ze. “Je komt voor de sfeer, voor het eten, voor een cavaatje.” Voor Robin draait het niet om traditie of geschiedenis, maar om het moment zelf. Dat is voor haar precies wat de markt de moeite waard maakt.

Tussen traditie en gewoontes
Ergens in de drukte mengen Marijke Peeters en haar goede vriendin Danielle De Swert zich tussen de mensen. Twee vriendinnen, al twintig jaar onafscheidelijk, met cava in de hand. Ze laten zich meevoeren door de sfeer, zonder haast, zonder plan.
“Vroeger gingen we na de markt in een oud café iets drinken”, zegt ze. “Nu gebeurt dat gewoon hier, op de markt zelf.” Ze neemt een slok. “Dat is een heel ander gegeven.”

Marijke en Danielle verdwijnen tussen de kramen, Patrick rekent verder af, Tom Janssens vult glazen, Sara en Robin zijn alweer ergens anders in de menigte. De gezichten verschuiven, de stroom blijft dezelfde. En daartussen beweegt de Vogelenmarkt mee met haar tijd.



