28/05/2026

Je draait mee als werknemer, maar blijft stagiair: roep om betaalde stages klinkt luider

Stages zijn voor veel jongeren de eerste stap richting de arbeidsmarkt, maar steeds vaker voelt die opstap als volwaardig werk zonder een volwaardige vergoeding. Van verpleegkunde tot economie: studenten nemen verantwoordelijkheden op, draaien mee in bedrijven en zorginstellingen, maar krijgen daar niet altijd iets voor terug. 

Voor Jef Baeten (23) uit Nijlen, student verpleegkunde, vormden stages een groot deel van zijn opleiding. Doorheen de jaren liep hij stage op verschillende afdelingen, van intensieve zorg tot spoed en geriatrie. Die ervaringen waren volgens hem meestal positief, al beschrijft hij de stages ook als erg intensief. “Sommige stages lagen mij meer dan andere, en dan gaat de tijd natuurlijk sneller.” Vooral tijdens zijn eindstage op geriatrie, een medische zorg voor kwetsbare ouderen, voelde hij hoe de grens tussen stagiair en werknemer begon te vervagen. “Daar draaide ik echt mee als volwaardige verpleegkundige. Je behandelt je eigen patiënten en neemt veel verantwoordelijkheid op.”

“In de opleiding verpleegkunde doe je enorm veel stages, in het eerste jaar zijn dat al vier weken.
In het vierde jaar zijn dat 22 weken. Dat is wel heftig.”

Vooral stages op de intensieve zorg waren zwaar. “Je moet aan heel veel denken en sommige casussen zijn heftig. Als vierdejaarsstudent sta je ineens tussen patiënten die zware operaties hebben ondergaan. Dat is vermoeiend, want uiteindelijk zijn we nog altijd studenten die moeten bijleren. Als je onzeker bent over iets, zijn verantwoordelijkheden eng.”

In tegenstelling tot veel andere opleidingen kreeg Jef tijdens zijn eindstages een vergoeding van 1000 euro. Toch veranderde dat weinig aan hoe hij zijn stage ervaarde.

“We wisten pas achteraf dat we een vergoeding zouden krijgen”

Volgens Jef is een vergoeding vooral terecht tijdens langere eindstages, wanneer studenten bijna volledig meedraaien in het werkveld. “In het vierde jaar doe je echt die job voor een lange periode. Dan vind ik het logisch dat daar iets tegenover staat.” Voor kortere stages in de eerste jaren vindt hij een vergoeding minder noodzakelijk, al merkt hij op dat studenten zelfs maaltijden tijdens hun stage vaak zelf moeten betalen.

“De stages hebben mij wel klaargestoomd voor het praktijkveld. Ik ben nog gaan bijstuderen, om verder te gaan in een specifieke richting. Maar mijn medestudenten die meteen begonnen zijn, waren er ook klaar voor.”

“Ze wisten duidelijk niet wat ze moesten doen met mij.”

Arne Roscam (24 jaar) uit Hove studeert Economie, zijn zoektocht naar een stage liep moeizaam. Bedrijven zochten geen stagaires of gebruikten geen stages. Uiteindelijk vond hij een stageplek in een logistieke sector. “In het begin was het niet duidelijk wat ik moest doen, mijn taken hoorden niet bij mijn stagepakket. Het bedrijf wist niet wat ze mij moesten geven van taken. Er werd ook nooit duidelijk gecommuniceerd over hoe laat ik op kantoor moest zijn. Een vergoeding heb ik ook nooit gekregen spijtig genoeg.”

“Ik wist vaak niet wat ik moest doen en werd niet echt begeleid. De regels van het bedrijf heb ik nooit meegekregen. Ze wisten duidelijk niet wat ze moesten doen met mij. Ze hadden niet veel ervaring met stagiaires. Mijn universiteit, KuLeuven, mocht sneller ingrijpen.”

Leren, presteren en herbeginnen

Stages spelen een belangrijke rol in de overgang van onderwijs naar de arbeidsmarkt. Voor veel jongeren vormen ze een eerste kennismaking met het werkveld, ze geven de kans om theorie om te zetten in praktijk. Tijdens een stage leren studenten niet alleen vaardigheden, maar ook hoe een professionele omgeving werkt. Ze leren omgaan met deadlines, samenwerken met collega’s en verantwoordelijkheid opnemen binnen een organisatie.

Daarnaast kunnen stages jongeren helpen om te ontdekken wat ze graag doen en welke richting ze later uit willen. Ook voor werkgevers zijn stages belangrijk. Ze bieden bedrijven de kans om jong talent te begeleiden en toekomstige werknemers te leren kennen. In sommige sectoren zijn stages zelfs bijna onmisbaar geworden om een eerste netwerk op te bouwen en toegang te krijgen tot de arbeidsmarkt.

Voor steeds meer jongeren voelt een stage niet langer als een korte opstap naar werk, maar als een tussenfase zonder duidelijk einde. Ze bouwen ervaring op, draaien mee in bedrijven en nemen verantwoordelijkheden op, maar blijven tegelijk hangen in tijdelijke en vaak onzekere statuten.

Volgens het Europees Jeugdforum werd in België slechts 18 procent van de stages betaald, het laagste aandeel binnen de Europese Unie. De organisatie waarschuwt al jaren dat onbetaalde stages niet alleen jongeren financieel onder druk zetten, maar ook ongelijkheid versterken. Want wie zich kan veroorloven om gratis te werken, krijgt meer kansen dan wie dat niet kan.

Volgens cijfers van Statbel wordt geschat dat in 2025 ongeveer 9,8 procent van de jongeren tussen 15 en 29 jaar niet werkt en ook geen opleiding volgt. Die jongeren worden vaak “NEET-jongeren” genoemd, een Engelse afkorting voor Not in Employment, Education or Training. Dat cijfer blijft bijna hetzelfde als in 2024, toen het op 9,9 procent lag. Toch is er een duidelijke daling tegenover 2000, toen nog 17,2 procent van de jongeren tot die groep behoorde.

Waarom betalende stage?

De gevolgen van de stagecultuur gaan verder dan alleen werkervaring opdoen. Voor veel jongeren brengt het vooral onzekerheid met zich mee. Omdat stages vaak slecht betaald of onbetaald zijn, blijven veel jongeren financieel afhankelijk van hun ouders en stellen ze belangrijke stappen, zoals alleen wonen, uit. Werkervaring opbouwen lukt daardoor vaak sneller dan financiële stabiliteit.

De stagecultuur versterkt ook ongelijkheid. Niet iedereen kan zich permitteren om maandenlang onbetaald te werken. Jongeren die financiële steun van thuis krijgen, hebben daardoor vaak meer kansen om ervaring op te bouwen dan jongeren die meteen inkomen nodig hebben.

“Ik vind dat stages eigenlijk niet betaald moeten zijn.”

Erinn Liessens (24 jaar) uit Wellen studeert dit jaar af, met een diploma Educatieve master Maatschappijwetenschappen. Ze studeerde zeven jaar en liep stages bij drie verschillende bedrijven. Voor haar eerste richting, journalistiek, liep ze stage bij een kleinschalig magazine in Brussel, Maison Slash. Daarna stond ze in het onderwijs voor haar educatieve master.


Erinn op haar proclamatie Journalistiek

“Ik ben erg blij dat ik fijne stages heb mogen doen tijdens mijn studentenperiode. Er zijn vriendinnen in mijn omgeving die slechte ervaringen hebben gehad tijdens hun stageperiode. Ze kregen stomme taakjes en moesten taken uitvoeren die niet bij hun opleidingspakket zitten.”

“Ik begrijp wel dat jongeren kritisch zijn tegenover de stagecultuur. Je hoort verhalen dat jongeren lange uren moeten doen zonder vergoeding. Ik vind dat stages niet betaald moeten zijn, bedrijven helpen jou en geven jou een kans. Kleine onkosten zoals benzine, daar vind ik wel dat ze mogen tussenkomen.”

Over het algemeen heeft Erinn een positieve ervaring gehad doorheen haar stageperiodes. “Bij de stage voor mijn richting journalistiek, werkte ik voor een kleinschaliger magazine in Brussel. Daar kon ik erg veel vragen stellen. Ik kreeg niet heel veel verantwoordelijkheden, waardoor ik fouten kon maken, en als ik een fout maakte was dat geen probleem.”

Ook over de toekomst is Erinn positief: “Op het einde van mijn stage in het onderwijs, was mijn mentor erg tevreden en vroeg ze meteen mijn cv door te sturen. Ze heeft mij ook aanbevolen bij de directie. Ik kon daar misschien niet meteen aan de slag, maar het brengt me wel dichter bij een job vinden.”

 

Tekst: Laura Peeters
Foto: Foto door Vitaly Gariev