02/05/2026

“Soms bestel ik afschuwelijk eten in de hoop dat het een fucked up goeie foto oplevert”: de wereld door de lens van Jente Waerzeggers (27)

Wie grasduint in het werk van audiovisueel artiest Jente Waerzeggers komt zowel overbelichte foto’s van cervela’s als naar Cara Pils geurende emorap tegen. Die artistieke veelzijdigheid, zijn rol als spilfiguur binnen diverse scenes en een oeuvre dat doordrenkt is van de Gen Z-tijdsgeest: redenen genoeg om te vermoeden dat Waerzeggers zomaar eens een Hele Grote zou kunnen worden. “Wat ik heb geleerd uit mijn fotowerk? Dat mensen raar zijn.”

“Boulet Pandora is hier mijn favoriet, echt het meest gestoorde broodje ooit: boulet, ui, aardappelsla én augurken”, vertelt Jente me terwijl hij voor ons interview nog even lunch scoort. Voor de goede orde: het is een klassieke smos met kaas en hesp geworden. Op weg naar zijn atelier in de residentieruimte Cas-co trakteert hij me op een diepte-analyse van de wereld van Leuvense broodjeszaken. Broodjes, uitbaters én het interieur van de zaak: werkelijk alle parameters legt hij in de weegschaal. Bijna vergeet ik dat ik praat met iemand die op de site van het Leuvens kunstencentrum STUK wordt omschreven als “een begrip binnen de Leuvense en Brusselse undergroundscene.”

Waerzeggers: Voor alle duidelijkheid: dat heb ik niet zelf geschreven (lacht).

Weet ik.

Waerzeggers: Maar “begrip” is wel crazy, dan lijkt het alsof ik precies al vijftig jaar ben! Maar ik vind het zeker charmant en fijn om te horen. Het is een teken dat mijn werk mensen niet koud laat en daar ben ik dankbaar voor.

Je hebt er ook hard voor gewerkt lijkt me. Je maakt onder meer muziek, bent actief als dj, fotografeert opkomende en gevestigde artiesten en je werkt mee aan het muziekmagazine Not So Difficult. Rijst de vraag: hoe krijg je dat allemaal gebolwerkt?

Waerzeggers: Het is inderdaad veel, maar ik doe de meeste dingen niet alleen. Het magazine run ik bijvoorbeeld met andere mensen. In die context ben ik meer de persoon die zoveel mogelijk in gang zet en dat dan opvolgt. Met muziek is dat hetzelfde: alleen zou ik weinig kunnen doen, maar door de hulp van anderen kan er veel meer. Ik vind die manier van samen iets creëren met anderen een heel nice vorm van sociaal contact.  Mijn fotowerk doe ik wel alleen, da’s mijn hoofdinkomen. Ik fotografeer voor evenementen, cultuurorganisaties en artiesten. Daarnaast heb ik mijn eigen, op zichzelf staand fotowerk. In de toekomst hoop ik meer te kunen focussen op dat laatste in plaats van in opracht van anderen te werken. Pas op, ik vind die zeker fijn om te doen, maar veel kleine opdrachten combineren is organisatorisch heel vermoeiend.

Wanneer is die drang om te maken juist begonnen?

 Waerzeggers: Op mijn zeventiende begon ik te dj’en op feestjes die ik samen met vrienden op de Oude Markt in Leuven organiseerde. Dat was toen in ‘t Gewelf, een zaal die je destijds voor slechts €75 kon huren. Daar ben ik begonnen met draaien en foto’s nemen van die feestjes. Door die te organiseren en promo te maken heb ik veel mensen leren kennen in Leuven, waar later veel andere projecten zijn uit vertrokken. Eigenlijk is alles wat ik nu doe een ontspoorde versie van wat ik als kind deed.

Je wilde dus altijd al iets artistieks doen?

Waerzeggers: Ja, ook al heb ik vroeger “gewoon” aso gedaan. Op zich vind ik dat ook best een open en brede richting. Ik heb Latijn-Grieks gedaan en daar leerde je heel veel over cultuur, literatuur en geschiedenis. Die vakken prikkelden de meer creatieve kant van mijn brein. Mijn ouders zijn niet openlijk creatief, maar maken wel kunstgebitten, wat ik best een creatief beroep vind. Neem mijn vader: hij maakt elke dag afdrukken van iemands gebit en moet dat gebit dan met zijn handen, neptanden en was reconstrueren. Ze hebben me wel altijd in de richting van het deeltijds kunstonderwijs geduwd. Ik heb daardoor lang teken- en toneelles gevolgd en speelde er klassieke gitaar. Sinds ik klein ben, liep ik ook al te experimenteren met een cameraatje.

 

“Alles wat ik nu doe, is een ontspoorde versie van wat ik als kind deed.”

 

Even terug naar de beschrijving van het STUK. Daarin valt de term ‘underground’, maar hoop je ooit de ‘mainstream’ te bereiken?

Waerzeggers: Met bepaalde dingen wel. Mijn fotografie zou ik zeker in meer toegankelijke en belangrijke kunstplekken willen tentoonstellen. Muziek is dan weer een ander verhaal. Ik ben de huisfotograaf en deel van het artistiek team achter Nicky Du Soleil (Vlaams schlagerfenomeen, KR). Hij is nu getekend bij het major label Universal en ik begin nu wel te begrijpen waarom de muziekindustrie een “industrie” wordt genoemd. Ik heb dus zeker mijn bedenkingen bij die wereld, maar dat sluit niet uit dat ik een groter bereik wel fijn zou vinden. Een elitaire houding tegenover de mainstream koester ik zeker niet.

© 2025 Jente Waerzeggers

In de muziekindustrie lijkt AI momenteel de olifant in de kamer. In 2025 brachten 1 000 Britse artiesten, waaronder Damon Albarn en Kate Bush, een album vol stilte uit als protest tegen versoepelende copyright-maatregelen voor AI-bedrijven. Tegelijkertijd gebruikt een band als The Strokes dan weer AI-beelden als albumcover.

Waerzeggers: Ik ben vrij hard tegen AI. Als kunst over technologie of AI gaat begrijp ik dat je AI gebruikt in het maakproces. De inhoud en uitvoering vallen dan samen, waardoor het een conceptueel karakter krijgt. Over het algemeen vind ik het wel spijtig dat AI-technologie als alternatief voor bijvoorbeeld echte fotografen wordt ingezet. Laatst was ik op een conferentie van Stad Leuven over hoe kunst en zorg hand in hand gaan. Tijdens een panelgesprek kwam aan bod dat er vroeger voor alles een job was. Automaten, misschien wel de simpelste vorm van technologie, bestonden niet, waardoor mensen met een beperking die rol konden uitoefenen. Gevolg: zij werkten, waren gelukkig en de samenleving had minder problemen met een plaatstekort in zorginstellingen. Door de komst van technologie werden zulke posities binnen geen tijd vervangen. AI brengt dat proces in een stroomversnelling in mijn ogen, wat ik fucking jammer vind. (Wijst naar ons beiden) Wij hebben AI niet nodig. Ziektes opsporen en bestrijden: dáár kan AI zeker nuttig voor zijn. Maar om brainrot-shit te genereren? In het begin was dat ergens nog wel grappig, nu allang niet meer.

Je bevindt je het meest in Leuven en Brussel. Wat is je band met beide steden?

Waerzeggers: Leuven is echt mijn thuisstad. Ik ben er opgegroeid en maakte er mijn eerste vrienden. In Brussel heb ik fotografie gestuurd aan LUCA, maar tijdens die studie ben ik gewoon in Leuven blijven wonen. Leuven is een plek die me altijd veel kansen heeft gegeven en hoe langer ik er blijf, hoe meer kansen er zich aanbieden. Veel jonge mensen uit mijn omgeving trokken naar Brussel. Doordat ik hier in Leuven bleef, leerde ik al snel mensen kennen die wat ouder waren en al werkten in de Leuvense cultuursector. Met hen kon ik het al snel vinden en dat leidde op een organische manier tot fijne samenwerkingen. Zo heb ik vorig jaar een fotoreeks gemaakt voor Stad Leuven over de regio, wat een heel vrije en open opdracht was. Tijdens mijn opdrachten werd ik ook inhoudelijk betrokken: dan vroegen ze me mijn mening over bepaalde projecten. Dat vind ik heel tof, want dan voel ik me een geëangageerde, creatieve burger. In Brussel heb ik veel leuke mensen leren kennen en kom er daarom continu kennissen tegen. Tegelijkertijd is dat misschien de reden dat ik mezelf niet direct in Brussel zie wonen. Ik ben wel een sociaal persoon, maar ben ook snel uitgeput op dat vlak. Leuven geeft me op dat vlak de nodige rust.

 

“Op school zei een docent ooit dat mijn foto’s “heel seksueel” waren, ook al maak ik geen expliciet seksuele beelden.”

 

Bevreemdende paté

Je doet heel veel, maar is er een rode draad in je werk?

Waerzeggers: Het valt allemaal wel terug te brengen naar muziek. In mijn foto’s fotografeer ik vaak de muziekwereld, daar word ik vaak naartoe gezogen. Ik probeer vooral mijn goesting te doen eigenlijk, misschien is dat wel de beste samenvatting van mijn werk (lacht). Het is moeilijk om alles wat ik doe in één woord samen te vatten.

Als je wat opzoekwerk doet naar je werk kom je nochtans vaak het sleutelwoord ‘nostalgie’ tegen.

Waerzeggers: Ja, ik ben wel redelijk nostalgisch. Dat voel je wel in de esthetiek van mijn foto’s en muziek.

Waarom trekt dat gevoel je zo aan?

Waerzeggers: Iedereen wordt gevormd door bepaalde dingen in zijn kindertijd en die blijven je op een manier altijd bij. Ook bij mij was dat het geval: toen ik ongeveer negen jaar was, had ik mijn eerste echte aanrakingen met het internet. YouTube, muziek, online games, Netlog: allemaal dingen waar ik rond die leeftijd een hyperfixatie op had. Dat was een heel kleurrijke en leerrijke periode. De verwondering en dat geluk van die levensfase probeer ik onbewust terug op te zoeken. Het feit dat ik bijvoorbeeld een magazine uitgeef is ook al iets nostalgisch: het is voor veel mensen een medium uit een vervlogen tijdperk.

Gen Z wordt getekend door een grote hang naar nostalgie. Kan jij die collectieve weemoed verklaren?

Waerzeggers: Goeie vraag. Wat denk jij?

Als ik een nieuwsapp open, begrijp ik wel waarom mensen verlangen naar de periode waar pakweg de Gangnam Style het hoogtepunt van je dag was.

Waerzeggers: Maar negatief nieuws is toch van alle tijden?

Daar heb je gelijk in. Misschien dat die overvloed aan slecht nieuws ons gewoon veel sneller bereikt via sociale media.

Waerzeggers: Misschien dat Gen Z daarom verlangt naar een periode waar sociale media nog niet zo’n grote rol hadden. Maar nogmaals: ik denk er allemaal niet zo bewust over na als ik werk. Mijn werk is wel heel Gen Z-getint.

En daarmee bedoel je dat…?

Waerzeggers: …Ik bijvoorbeeld niet één ding kan doen: héél Gen Z (lacht). Maar evengoed mijn betrokkenheid bij Kiosk Radio (radiozender in het Brusselse Warandepark waar Waerzeggers vaak te gast is, KR) en Stelplaats (Leuvense uitvalsbasis voor jongerencultuur, KR) en de foto’s die ik maak zijn heel Gen Z.

Over je foto’s gesproken: ik moest meermaals denken aan de pas overleden Britse fotograaf Martin Parr. Net als hem fotografeer jij de bizarre, soms lelijke kanten van de alledag.

Waerzeggers: Ik word nu eenmaal gelukkig van de Vlaamse lelijkheid, ik kan er niets aan doen (lacht). En ja, soms zijn die dingen heel lelijk en trekken ze op niets, maar intuïtief word ik daartoe aangetrokken. Van thuis uit heb ik zowel oervlaamse als “hogere” cultuur meegekregen. Het zou kunnen dat mijn fascinatie uit die tegenstelling voortkomt. Enerzijds is er het hele kitscherige, anderzijds probeer ik dat allemaal in beelden vast te leggen en te categoriseren. Daardoor krijgt het een esthetisch gehalte. Ik geef toe dat ik die lelijkheid expres durf op te zoeken, het is bijna iets provocatiefs (lacht). Op school kreeg ik van een docent ooit de opmerking dat mijn foto’s “heel seksueel” waren. Bizar, want ik toon niets expliciet seksueel in mijn beelden. Wel focus ik me graag op ongewone details van handen of kledij. Nu ben ik bijvoorbeeld bezig aan een fotoreeks over bizarre kledij die mensen tijdens feestjes dragen (toont voorbeelden op computer, waaronder feestgangers met t-shirts van Hannah Montana en opschriften als ‘Blowjobs are real jobs’). Vaak drukken die mensen zich op een hele provocatieve manier uit. Ik vind dat heel fascinerend. Waarom doen ze het op die manier? Wanneer is zo’n expressie grappig of cringe? Die schemerzone probeer ik visueel te onderzoeken. Daardoor krijgt het geheel soms een post-ironisch kantje.

© 2025 Jente Waerzeggers

Niet iedereen die dit leest is chronisch online, dus leg post-ironie maar even uit.

Waerzeggers: Vroeger was je ironisch en was het direct duidelijk dat je het niet meende. Bij post-ironie, weer een typisch Gen Z-begrip, is het verhaal meer genuanceerd. Je lacht enerzijds met iets, maar toont er tegelijkertijd ook een soort van appreciatie voor. Daarom dat die Vlaamse lelijkheid zo centraal staat. Ja, ik vind dat gewoon grappig, maar tegelijkertijd vraag ik me ook oprecht af waarom iemand dit wél mooi zou vinden. Dat tweestrijdige gevoel probeer ik in een selectie foto’s te steken als ik ze bijvoorbeeld op Instagram plaats.

 

“Ik probeer de schemerzone tussen grappig en cringe visueel te onderzoeken.”

 

Ook te zien op je Instagrampagina: véél foto’s van eten. Om het met een understatement te zeggen: smakelijk ziet het er niet altijd uit.

Waerzeggers: Ja, die verzameling foto’s is ineens gebeurd (lacht). Soms zoek ik dat soort voedsel expres op en het is echt afschuwelijk (scrolt door folder van honderden foto’s met onder andere hot dogs in alle maten en soorten). Door dit te zien besef ik what the fuck ik eigenlijk allemaal eet.

Dus even for the record: je eet af en toe opzettelijk bagger in de hoop dat het een goede foto oplevert?

Waerzeggers: Vroeger deed ik dat niet, nu durf ik dat af en toe wel eens te doen. Dan kijk ik op de menukaart en denk ik ‘dit zou een fucked up goeie foto opleveren’.

Wat is het ergste dat je op die manier hebt gegeten?

Waerzeggers: Wacht, ik zag het juist passeren (Schuimt fotofolder af en klikt foto open van een dessertbord met een dame blanche en pannenkoeken). Hier ben ik echt slecht van geweest achteraf, oprecht het ergste wat ik ooit heb gegeten.

Met alle respect, maar je moet toch al goed je best doen zo’n dessertje te verpesten.

Waerzeggers: Het waren echt vuile, sponzige pannenkoeken en ik was juist ziek geweest – op vakantie nota bene. Ik vond dan ook dat ik een ijsje had verdiend en zo geschiedde. Maar we eten vandaag de dag in het algemeen veel bagger als samenleving. Als je een tijdje fotografeert wat je zoal naar binnenspeelt merk je al snel wat daar voor troep tussenzit. Om terug te koppelen aan mijn fotocollectie van feestgangerskledij: dat zegt veel over hoe de mens zich gedroeg tijdens dit tijdsgewricht. Het feit dat mensen bewust kitscherige en, opnieuw, nostalgische elementen in hun kledij verwerken zegt volgens mij veel over onze samenleving. Op die manier krijgen die foto’s iets “sociologisch”.

© 2025 Jente Waerzeggers

Welke sociologische conclusie zou je dan trekken op basis van je voedselfoto’s?

Waerzeggers: Gewoon, dat we als mensen… Raar zijn (lacht). (Wijst naar foto van een bord met iets wat paté en groentesla moet voorstellen) Kijk: we eten dit op, maar ergens kan je toch onmogelijk zeggen wát er juist allemaal inzit? Toegegeven: de manier waarop ik het fotografeer maakt het geheel heel ‘plat’ en grafisch. Daardoor voelt het bevreemdend aan. Tegelijkertijd maakt dat ook wel een punt: is dít wat we eten?

 

Verdriet als comfort

Opvallend: je muziek zit tjokvol tienerverdriet. Met je vorige band De Nooit Moede maakte je koudbloedige new wave, nu maak je samen met Gavin Vanaelst lethargische emorap onder de naam Lieve Jongens. Uit ’14’, het tweede nummer op jullie debuutplaat van vorig jaar: “Zij wil met hem zijn/Voor drie punten en een saf/Zeg me wat je denkt van me vanavond/Geef een sigaretje terug vanavond”. Doet me denken aan brakke scoutsfuiven in de plaatselijke parochiezaal.

Waerzeggers: Dat is exact de vibe waar we voor gingen (lacht).

Missie geslaagd in dat geval. Had je als tiener last van teen angst?

Waerzeggers: Zeker. Ik vond het heel moeilijk om puber te zijn. Je brein en lichaam veranderen en school zorgt voor de nodige kopzorgen: geen simpele periode. Er waren wel uitlaatkleppen waar ik op kon terugvallen zoals uitgaan, maar vaak bleef ik een groot verdriet in mij voelen. Na een tijd wordt die melancholie gek genoeg heel comfortabel, je nieuwe normale manier van “zijn”. Veel van de zaken waar Gavin en ik over zingen beheersen gelukkig niet meer ons leven. Die plaat was eerder een manier om al die zaken af te ronden en achter ons te laten. Vroeger luisterde ik veel naar dat soort emo-muziek toen ik met die gevoelens worstelde, wat voor comfort zorgde: ineens werd ik begrepen door een muzikant. Het volgende album van Lieve Jongens heeft zeker nog die sound, maar durft meer uit te zoomen. Gavin is bijvoorbeeld al papa van een kind van vijf. Het gaat meer over zulke meer universele thema’s gaan. Dat vind ik een fijne evolutie, anders voelt het te gimmicky aan.

 

“In het verleden had ik niet altijd door als de balans in een relatie scheef zat.”

 

Op de hoes van het album bedanken jullie “al onze exen”. Wat voor persoon ben je in een relatie?

Waerzeggers: Hangt ervan af wie je tegenover me zet natuurlijk. Ik ben nogal van de anxious attachment. Als je iemand tegenover me zet die mij minder wil dan ik haar, probeer ik alles te doen voor die persoon. In het algemeen ben ik iemand die sowieso veel wil geven. Het is in het verleden al gebeurd dat ik dat deed, maar niet genoeg terugkreeg. Zelf had ik niet op zulke momenten niet altijd door dat die balans scheef zat. In de relatie die ik nu heb is dat gelukkig niet het geval.

Is er iets wat je nog zeker wil bereiken in je carrière?

Waerzeggers: (Denkt na) Nee.

Nee?

Waerzeggers: Nee, ik heb geen super specifieke doelen voor ogen. Misschien een soloplaat maken, da’s zowat de concreetste droom die ik nu kan opnoemen. En voor de rest: manieren vinden om meer mijn eigen ding te doen. Over het algemeen laat ik zo veel mogelijk op mijn pad komen. Daar komen vaak leuke samenwerkingen uit voort.

Allerlaatste vraag: wat mag er op je grafsteen komen te staan?

Waerzeggers: Wow, zieke vraag (denkt lang na). Dat kunnen echt honderdduizend dingen zijn! Onmogelijk om er nu eentje te kiezen.

Een foto van, ik zeg maar iets, een misselijkmakende dame blanche?

Waerzeggers: (lacht) Ja, dan lijkt het alsof ik daaraan ben gestorven. Misschien een tablatuur van ‘Bittersweet Symphony’ van The Verve, een van m’n lievelingsliedjes. Of nee, doe maar bloemen. Véél bloemen. En een tekstje waarop staat dat ik gelukkig ben geweest. Dat mag ook altijd.

 

Tekst: Kobe Rombouts

Beelden: Kobe Rombouts en Jente Waerzeggers