03/05/2026

Recent vredesakkoord in Oost-Congo: waarom vrede zo moeilijk blijft

Het recente vredesakkoord rond het conflict in het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC) lijkt op het eerste gezicht een diplomatieke doorbraak. Maar wie de geschiedenis van deze regio kent, weet dat dergelijke akkoorden zelden het einde betekenen. Integendeel: ze zijn vaak slechts een tijdelijk rustpunt in een conflict dat diep geworteld is in geschiedenis, identiteit en geopolitiek. Om het heden te begrijpen, moeten we dus terug naar het begin. Onze 21bis-reporter sprak met Thierry Rukata uit Goma. 

Een conflict met lange wortels

De spanningen in Oost-Congo gaan niet enkel terug tot de recente opmars van de M23-rebellen. De wortels van het conflict liggen diep in de geschiedenis van de migratie en de vraag wie zich rechtmatig Congolees mag noemen. Tijdens het Belgische koloniale bewind in 1937 werd deze migratie formeel gefaciliteerd om arbeidskrachten voor mijnen en plantages te werven. De politieke instabiliteit in buurland Rwanda in 1959 en de genocide in 1994 zorgden voor verdere golven van vluchtelingen in de regio.

De genocide in Rwanda, ook bekend als de genocide op de Tutsi’s. In een periode van ongeveer honderd dagen werden naar schatting tussen de 500.000 en 1 miljoen Tutsi’s,  ongeveer 70 procent van de Tutsi-bevolking, systematisch vermoord door extremistische Hutu-milities. De massamoorden gingen gepaard met extreem geweld en grootschalig seksueel geweld tegen vrouwen. De genocide kwam voort uit jarenlang oplopende etnische spanningen, die al sinds de Hutu-revolutie van eind jaren 50 tot geweld en vluchtelingenstromen hadden geleid.

Onafhankelijkheid van België en de Congocrisis

De impact van jarenlange kolonisatie mag ook niet vergeten worden. Na de onafhankelijkheid van België in 1960 belandde het land vrijwel meteen in een diepe politieke crisis. Etnische spanningen, regionale machtsstrijd en de zwakke staatsstructuur leidden tot burgeroorlog en afscheidingsbewegingen.

De Verenigde Naties stuurden daarop een vredesmacht naar Congo, in een van de eerste grote VN-operaties in Afrika. Premier Patrice Lumumba werd tijdens de crisis vermoord, terwijl VN-secretaris-generaal Dag Hammarskjöld omkwam bij een vliegtuigcrash tijdens vredesonderhandelingen. Uiteindelijk wist legerleider Joseph Mobutu in 1965 de macht te grijpen, waarmee Congo onder een langdurige autoritaire heerschappij terechtkwam.

Staatsburgerschap ingetrokken

De spanningen bereikten een kookpunt toen het Congolese parlement in 1981 een wet aannam die het staatsburgerschap van veel van deze mensen introk. Deze stateloosheid maakte de Congolese Tutsi-gemeenschap kwetsbaar voor marginalisering en aanvallen, wat uiteindelijk leidde tot de oprichting van zelfverdedigingsmilities zoals de CNDP in 2006.

Thierry Rukata uit Goma omschrijft het zo: “Mensen leven hier al generaties, maar worden nog steeds behandeld alsof ze hier niet thuishoren.” Die spanning rond identiteit vormt tot vandaag een kernprobleem.

De opkomst van M23

De directe voorloper van het huidige conflict is de opkomst van de M23-rebellenbeweging. Deze groep ontstond in 2012 uit voormalige strijders van de CNDP, die zich hadden geïntegreerd in het Congolese leger na een vredesakkoord in 2009.

Toen dat akkoord volgens hen niet werd nageleefd, met name op het vlak van bescherming en integratie, kwamen ze opnieuw in opstand. De naam “M23” verwijst expliciet naar die mislukte overeenkomst van 23 maart 2009.

Sindsdien is de cyclus herkenbaar: gewapende opstand, internationale druk, onderhandelingen, en vervolgens opnieuw geweld. In 2012 namen M23-rebellen al eens de stad Goma in, en ook recent wisten ze opnieuw belangrijke steden te veroveren, met enorme humanitaire gevolgen.

“Het voelt soms alsof we leven in een oorlog die nooit echt stopt, alleen van vorm verandert,” merkt Rukata op.

Meer dan alleen lokale spanningen

Hoewel M23 haar strijd legitimeert met verwijzingen naar discriminatie van Tutsi’s, speelt er veel meer. De regio is rijk aan grondstoffen zoals coltan, essentieel voor elektronische apparaten. Die economische factor trekt externe actoren aan en voedt een complexe oorlogseconomie.

Daarnaast is er de rol van buurlanden. Verschillende rapporten wijzen op steun van Rwanda aan M23, wat het conflict een uitgesproken geopolitieke dimensie geeft. Tegelijk blijft de aanwezigheid van gewapende groepen zoals de FDLR een argument voor die inmenging.

Voor inwoners van Goma vertaalt die complexiteit zich in dagelijkse onzekerheid. Rukata beschrijft het nuchter: “Voor de buitenwereld gaat het over strategie en politiek. Voor ons gaat het gewoon over overleven.”


Waarom vrede zo moeilijk blijft

Het recente vredesakkoord past in een lange reeks pogingen om stabiliteit te brengen. Maar één probleem keert telkens terug: de uitvoering. Veel eerdere akkoorden mislukten omdat afspraken niet werden nageleefd, wat opnieuw wantrouwen en geweld voedde.

Zonder structurele oplossingen, zoals duidelijke burgerrechten, hervorming van het leger en controle op buitenlandse inmenging, blijft elk akkoord fragiel. Of zoals Rukata het samenvat: “We hebben al vaker ‘vrede’ gehad op papier. Maar hier merk je dat pas als het echt stil blijft.”

Terug naar het heden

Het huidige vredesakkoord moet dus bekeken worden in dat bredere historische kader. Het is geen beginpunt, maar een zoveelste poging om een conflict te beheersen dat al decennia aansleept.

Het conflict heeft een grote impact op de lokale bevolking. Volgens Thierry is de toegang tot drinkwater ondertussen beter maar veel banken zijn gesloten en er zijn problemen met de connectie en verbinding. Hij gaat verder: “de publieke autoriteiten zijn nog aanwezig, maar hun werking is beperkt. Over het algemeen hangt er een grimmige sfeer, mensen gaan met de verkeerde groepen om en er onstaat veel criminaliteit.”

Thierry vat het treffend samen: “De situatie blijft complex en hangt sterk af van de tijd.”

Tekst: Ella Vertommen
Beeld: Al Jazeera English (CC BY-SA 2.0)