De ontmoetingsplek als remedie tegen eenzaamheid: waarom Gen Z nood heeft aan meer third places
Van zitbankjes die verdwijnen tot koffiezaken die ongewild veranderen in werkplekken: laagdrempelige ontmoetingsplaatsen sterven zienderogen uit. Zulke plekken, in de sociologie third places genoemd, zijn nochtans cruciaal voor onze democratie en sociaal weefsel. En vooral: een tekort aan third places heeft nefaste gevolgen voor het welzijn van Gen Z.
“Ik had er nooit bij stilgestaan dat ik zo een plek zou kunnen gebruiken tot ik binnenwandelde bij Canapé. Toen begon me te dagen dat iedereen zulke plekken nodig heeft”, zegt Emmo De Vliegher (21). Eerder dit jaar liep hij stage bij Canapé, een Brussels kunstcollectief waar community het sleutelwoord is. Artiesten kunnen er gratis ateliers huren en ‘betalen’ met betrokkenheid. Zo kunnen ze helpen op evenementen of workshops geven. Ook opvallend: alle ateliers lopen in mekaar over, waardoor artiesten elkaar continu tegen het lijf lopen. Gevolg: onverwachte momenten van ontmoeting die op laagdrempelige wijze ontstaan.
“Die ontmoeting is de kracht van Canapé”, vertelt Emmo. “Het is misschien een cliché, maar jongeren zitten soms heel de dag op sociale media.” Cliché of niet: er is iets van aan. WHO-onderzoek wees vorig jaar uit dat er per uur zo’n 100 mensen ter wereld aan eenzaamheid sterven. Jongeren zouden het meest lijden onder die zogenaamde eenzaamheidsepidemie. De meest aanwijsbare redenen daarvoor zijn het langdurige isolement van de coronacrisis en, jawel, het onrealistische ideaalbeeld dat sociale media voorschotelen. In zulke sociaal uitdagende tijden is een initiatief als Canapé meer dan welkom. “Er hangt altijd een comfortabele thuissfeer en je kan er gewoon even ‘zijn’”, benadrukt Emmo.
Daarmee is het collectief een schoolvoorbeeld van een third place, een term die stadssocioloog Ray Oldenburg in 1989 lanceerde in zijn boek ‘The Great Good Place’. Hij definieerde een third place als een fysieke plaats die niet je thuisplek (de first place) of werkomgeving (de second place) is. Third places waren volgens Oldenburg onmisbaar in de sociale infrastructuur van een gemeenschap, aangezien ze gemeenschapszin, sociale steun en ontspanning bevorderen. De koffiezaak om de hoek, de plaatselijke bibliotheek of een zitplekje in het park: allemaal third places waar de dagelijkse ratrace even niet van toepassing is.
Alleen: Oldenburg schreef zijn standaardwerk omdat hij zag hoe third places in sneltempo uitstierven. Zijn voorspelling? Dat proces zou in de toekomst alleen maar versnellen, met alle gevolgen van dien voor de sociale cohesie van een democratie. Anno 2026 lijkt die voorspelling te kloppen. Onderzoek van de NIH, de federale gezondheidsorganisatie van de Verenigde Staten, toonde aan dat third places als artistieke recreatieplekken en sociale centrale zienderogen verdwenen. Een zorgwekkende evolutie, want buurten waar zulke plekken minder aanwezig waren, scoorden opmerkelijk slechter op vlak van fysieke én mentale gezondheid.
Sociaal vacüum
VUB-onderzoekster Tulya Su Güven is gespecialiseerd in stedelijke studies en probeert momenteel in kaart te brengen of die crisis ook in België leeft. De grootste uitdaging daarbij: de veranderende invulling van third places. Oldenburg ontwikkelde zijn theorie in een tijd waar mensen zich nog in kleine, hechte gemeenschappen bewogen. Vandaag leven we alsmaar meer in dichtbevolkte, verstedelijkte gebieden. “Op voorhand categorieën opstellen van welke plekken al dan niet third places zijn, heeft geen zin meer”, nuanceert Süven. In plaats daarvan horen we ons af te vragen of third places anders worden ingevuld dan vroeger. Case in point: koffiezaken die de laatste jaren worden geplaagd door mensen die massaal op hun laptop komen werken. Wat ooit een toegankelijke plaats van een samenkomst was, verandert zo in een hoogdrempelige workhub.
Die inhoudelijke afbrokkeling treft evengoed de jongeren van Gen Z. Neem Free-54, een protestbeweging die zich in 2023 verzette tegen de privatisering van het Brusselse Sint-Katelijneplein. Wat ooit een plek was voor plaatselijke jongeren om te ontspannen na school, veranderde in een speelterrein voor grote horecaketens. Güven benadrukt het belang van zulke plekken voor Gen Z: “Je bevindt je op een punt in je leven waar je geleidelijk aan school, een plek met veel sociale connectie, inruilt voor het werkveld. Zonder third places val je al snel in een sociaal vacuüm na dat scharniermoment.”
Sabine Miedema, projectcoördinator bij Kind & Samenleving, bevestigt die uitspraak. “Vanaf het middelbaar groeit de drang om een ruimte te creëren die niet je thuis- of schoolomgeving is. Jongeren kunnen tijdens die zoektocht terecht bij third places. Alleen zijn sommige daarvan te hoogdrempelig voor jongeren. Neem een café, een zaak die meer consumptiegericht is en die dus niet altijd toegankelijk is voor hen.”
Volgens Miedema speelt de problematiek van third places zich zowel in dorps- als stadscontext af, al uit het probleem zich op verschillende manieren. In dorpskernen is er vaak wel de ruimte om dat soort plekken vorm te geven, maar is er een tekort aan middelen om dat effectief te doen. In steden is er meestal wel een beter aanbod aan third places, maar die worden door zodanig veel verschillende en diverse groepen bevolkt dat het ontspanningsaspect wegvalt. Denk terug aan het voorbeeld van Free-54, waar jongeren ineens moesten samenhokken met een stortvloed aan horecabezoekers en dagjestoeristen.
Lunchpauze met jazzmuziek
Het mag dus duidelijk zijn dat verdwijnende derde plekken problematisch zijn voor Gen Z. Gelukkig proberen initiatieven zoals Canapé die lacune op te vullen. Hun laagdrempelige atelierwerking werkt niet alleen verbindend, maar ook verrijkend. “Iedereen zit vaak opgesloten in zijn vaste bubbel van vrienden”, aldus Emmo. “Door plekken als Canapé kom je zomaar in contact met totaal andere gemeenschappen. Door die nieuwe contacten leer je bij over compleet nieuwe onderwerpen.”
Güven wijst erop dat dat ontmoetingsaspect belangrijker dan ooit is – voor Gen Z, maar ook voor de bredere democratie. “We leven vaak samen met mensen die op ons lijken. In third places als buurtcentra leren we terug communiceren met mensen die van ons verschillen, bijvoorbeeld migranten. De opmars van extreemrechts en vreemdelingenhaat tonen dat plekken waar die communicatie gebeurt verdwijnen.”
Canapé is actief als vzw en doet beroep op vrijwilligers. Gelukkig denken ook grotere organisaties mee aan oplossingen. Zo proberen 30CC en De Warande, twee cultuurhuizen in respectievelijk Leuven en Turnhout, via hun werking en programmatie third places te faciliteren. “Ik zie het als mijn missie om die community onder jongeren meer aan te wakkeren”, zegt jongerenprojectcoördinator Pierter Pyck (30CC). “We leven in tijden van individualisering en afbrokkelende democratie, een tendens die zich vaker voordoet in plekken met minder derde plekken. Leuven is best een sociale stad met een grote studentenbevolking. De meest jongerenactiviteiten zijn logischerwijs gecentraliseerd rond dat studentikoze, terwijl zeker niet alle jongeren voeling hebben met een studentenvereniging. Daarom proberen we van 30CC een plek te maken waar elke jongere gewoon kan ‘zijn’ zonder dat daar iets verder aan vasthangt.”
Een voorbeeld: Klub3, een project van 30CC in samenwerking met vier studenten sociaal-cultureel werk van hogeschool UCLL. Het doel? De Leuvense stadsschouwburg op allerlei manieren omvormen tot een zijnsplek midden in de stad. Daarbij werden vooral de meest laagdrempelige, ogenschijnlijk banale plekken in de schouwburg onder handen genomen. In de inkomsthal werden bijvoorbeeld zeteltjes en een vrij te bespelen piano geplaatst, zodat mensen zich konden verzamelen rond spontane muzikale interventies. Een ander project is Boterhammen met Jazz, waarbij de foyer van de schouwburg tijdens schoolweken werd opengesteld voor middelbare scholieren. Zij mochten er dan hun lunch opeten tijdens de middagpauze terwijl een live jazzband voor muzikale omkadering zorgde. Aandachtig luisteren of gezellig keuvelen met medestudenten: het mocht er allemaal.
Ook de Warande in Turnhout mikt men op sterkere verbinding tussen jongeren. Soms kan dat gewoon door een toegankelijke ruimte open te stellen: in hun benedenverdieping, die vlak tegenover een middelbare school ligt, staan enkele houten blokken als zitplekken. Iedereen is er welkom. Bijgevolg zit de verdieping elke ochtend vlak voor schooltijd stampvol met studenten. “Het is er warm, er is wifi en je bent er welkom om gewoon even te ‘zijn’”, licht projectorcoördinator Filip Baeyens toe. “Sommige jongeren maken er TikTok-filmpjes, andere eten er hun lunch op, terwijl een ander groepje aan een schooltaak werkt. Ik hoorde laatst dat Turnhout in de toekomst de centrumstad met de jongste bevolking zal worden. Met zo’n veranderende bevolkingspiramide zijn zulke toegankelijke plekken belangrijker dan ooit.”
Trial and error
De intentie en initiatieven om meer third places te voorzien zijn legio, en dat geldt helaas ook voor de uitdagingen. Middelen en plaats zijn voor de hand liggende obstakels, maar maatschappelijke aspecten spelen evenzeer een rol. Zo merkt Güven dat gemeenschapszin geen vanzelfsprekendheid meer is. “Hoe meer we ons in geïndividualiseerde, neoliberale samenlevingen bewegen, hoe minder we leren echt samen te leven. In het Brusselse gemeenschapscafé Boom geldt er een pay-what-you-can-principe en werken enkel vrijwilligers. Er passeren dagelijks dak- en thuislozen over de vloer. Het is dus perfect mogelijk om zulke initiatieven te runnen, alleen zijn we geconditioneerd te denken dat die mensen zo’n plek niet verdienen.”
Miedema benadrukt nog een ander pijnpunt: de evenwichtsoefening tussen openheid en doelpubliek. Onderzoek wijst uit dat jongens vaker rondhangen bij voetbalpleintjes terwijl meisjes eerder plekken rond winkelstraten- en centra verkiezen om te ontspannen. In theorie zijn third places er dus voor iedereen, maar in de praktijk blijkt een afbakening van doelpubliek aangewezen – zeker als de plek in kwestie een thuishaven voor jongeren moet zijn. Een spanningsveld dat men ook in De Warande voelt: in hun benedenverdieping moeten studenten, thuislozen en mensen die in alle rust een koffietje willen drinken allemaal zien samen te leven. Niet onlogisch dat er in dat soort setting al snel klachten van overlast weerklinken.
In 30CC probeert men ook nog steeds om third places écht toegankelijk en divers te maken. Een pasklaar antwoord op die kwestie is er zeker nog niet. Al zet het Leuvense cultuurhuis sterk in op omstanderstraining, zodat personeel snel kan inpikken op microagressies die een ruimte minder toegankelijk maken. “Het is een riskante evenwichtsoefening, want in third place laat je voor een groot deel de controle los”, geeft Pyck toe. “Maar het lijkt me een te belangrijk onderwerp om die oefening niet te maken. We kunnen alleen maar door trial and error streven naar betere en meer third places.”
Uiteraard kan de overheid haar steentje bijdragen door meer middelen en plaatsen vrij te maken om nieuwe ontmoetingsplekken voor jongeren uit de grond te stampen. Al is het de vraag wanneer en hóe dat gebeurt: inspraak van Gen Z blijft een essentiële voorwaarde in dat proces. In tussentijd roeien initiatieven als Canapé verder. “Vroeger werkten we nog met een soort credits-systeem om bij te houden hoeveel iemand juist bijdroeg aan de werking”, zegt Emmo. “Maar je wilt ook niet dat het schools gaat aanvoelen, dus dat systeem hebben we laten vallen.” Hoe de organisatie vandaag de dag haar third place dan vrijwaart? Volgens De Vliegher kan dat momenteel maar via één manier: vertrouwen in de ander.
Tekst: Kobe Rombouts
Beeld: uh_yeah_20101995, via Pixabay



