“Ik wil dat mensen even stilstaan”: in gesprek met Juliette Van Dessel

Onze afspraak is in Bar Eduard, het café naast het station van Hove, gerund door haar vader en gelegen in haar geboortedorp. Als ze niet in haar atelier te vinden is, spendeert ze het merendeel van haar tijd hier met familie en vrienden. Ze kwam binnen in een goedlachse bui. Eenmaal op haar gemak is Juliette een sociale ratelslang: vol passie vertelt ze over de kunst waarmee ze opstaat en gaat slapen. Haar energie werkt aanstekelijk, en het is meteen duidelijk dat kunst geen bezigheid is, maar een manier van leven.
Juliette volgt momenteel een autonome master schilderkunst aan Sint-Lucas in Antwerpen. Hoewel haar master focust op schilderkunst, zoekt ze het ook in andere hoeken: ze combineert schilderkunst met collage, kalligrafische inkt, druktechnieken, marouflage, keramiek en poëzie. Tijdens deze master krijgt ze de kans om heel zelfstandig aan het werk te gaan. Je krijgt natuurlijk begeleiding, maar die is beperkt tot coachingsmomenten één keer per week, wat veel ruimte laat voor eigen interpretatie en experiment.
Wat is het grootste verschil tussen je vroegere werk en je huidige werk?
“Vroeger lag de nadruk vooral op esthetiek en perfectie. Ik maakte mooie beelden, zoals bloemen of portretten van mijn mama, maar zonder diepere betekenis. Het was technisch goed, maar conceptueel vrij leeg. Vandaag werk ik veel conceptueler en met meer diepgang. Thema’s zoals leven en dood spelen een belangrijke rol in mijn werk op dit moment. We leven in een snelle en overhaaste wereld, waarin we overspoeld worden door beelden. Ik wil het tegenovergestelde bereiken: dat mensen even stilstaan bij het leven als ze naar een van mijn werken kijken. Dat mag ook confronterend of ongemakkelijk aanvoelen, zolang het maar iets losmaakt. Mijn werk blijft visueel aantrekkelijk, maar bevat nu meer symboliek, karakter en inhoud.”
“Naast het inhoudelijke is mijn techniek ook sterk geëvolueerd. In het begin werkte ik heel klassiek en realistisch met verf en kwasten. Ik wilde voortdurend tonen dat ik technisch sterk was. Dat maakte mijn werken ‘afgelikt’. Op een bepaald moment voelde dit echter te beperkend en kwam het besef dat ik meer in mijn mars had. Nu werk ik veel meer met collage en verschillende materialen. Door dingen samen te plakken en in verschillende lagen te werken, kan ik mijzelf volledig smijten op het doek en de perfectie loslaten.”
Hoe vertaal je dat concreet in je werk?
“Ik werk met metaforen en symboliek. Verwelkte bloemen staan bijvoorbeeld symbool voor de vergankelijkheid van het leven. Of ik gebruik bepaalde elementen die op het eerste gezicht gewoon esthetisch lijken, maar die eigenlijk een veel diepere betekenis dragen. Ik verstop bijvoorbeeld vaak kleine olifantjes in mijn werken. Dit is een verwijzing naar mijn opa die 2 jaar geleden overleden is en waar ik een sterke band mee had. Ik wil dat het publiek stilstaat en zelf op zoek gaat naar die diepere betekenis. Het proces van het zoeken naar betekenis is voor mij belangrijker dan het effectief vinden ervan.”
Heb je dat conceptuele denken op school geleerd?
“Gedeeltelijk wel. De jury’s spelen daarin een belangrijke rol. In het tweede jaar aan Sint-Lucas had ik een minder goede jury. Een jurylid vroeg: ‘Waarom hangt dat hier?’. Maandenlang zwoegen en zweten wordt op één moment volledig in vraag gesteld en afgekraakt. Dan voel je je heel klein. Ik zakte bijna door de grond. Je wordt geconfronteerd met kritische vragen zoals: waarom maak je dit? Wat wil je zeggen? Wat betekent dit werk? Deze vragen dwingen je om na te denken over je werk. Dat is niet altijd gemakkelijk, maar achteraf gezien zijn dat wel de momenten waar je het meest uit leert. Het heeft me geholpen om meer te reflecteren en bewuster te werken.”
“Mijn eindproject in het 6e middelbaar heeft mij de motivatie gegeven om met kunst verder te gaan.”
Hoe ga je om met zulke kritiek?
“In het begin is dat moeilijk. Je neemt veel persoonlijk. Maar na een tijdje leer je het onderscheid maken tussen nuttige kritiek die je helpt en kritiek die je naast je neerlegt. Voor mij heeft die kritiek uiteindelijk positieve vruchten afgeworpen. Het heeft geleid tot meer zelfreflectie. Daardoor ben ik heel streng en kritisch geworden en stel ik mezelf nu veel vaker de vraag waarom ik iets maak.”
Je maakte in het middelbaar de overstap van ASO naar KSO. Hoe verliep dat?
“Ik begon in het ASO, waar ik twee jaar Latijn volgde en daarna een richting met een sterke focus op wiskunde. Mijn punten waren niet slecht, maar ik voelde me totaal niet op mijn plaats. Het interesseerde me simpelweg niet. Ik was iets aan het doen waar ik zelf totaal niet achter stond. Mijn vriendinnen die ik in het ASO had, zijn nog steeds mijn allerbeste vriendinnen. Ik heb het privilege om een omgeving te hebben die mij onvoorwaardelijk steunt en ondersteunt.”
“De switch van ASO naar KSO was een sprong in het onbekende maar is uiteindelijk mijn redding geweest.”
Was die overstap bevrijdend of eerder beangstigend?
“In eerste instantie was het vooral een sprong in het onbekende. Ik heb vrij impulsief beslist om naar kso over te stappen, letterlijk een week op voorhand. Ik kende niemand op mijn nieuwe school. Ik stond er plots helemaal alleen voor en wist niet wat ik kon verwachten. Achteraf gezien is het een van de beste beslissingen ooit geweest. Het was een redding. Het heeft mij gevormd tot de persoon die ik vandaag ben. Ik heb mezelf daar leren kennen op een manier die waarschijnlijk niet gebeurd zou zijn als ik in het aso was gebleven.”
Hoe reageerden je ouders en je omgeving op die keuze?
“Mijn mama, Barbare Serien, heeft mij daar enorm in gesteund. Zij zag ook dat ik niet gelukkig was in mijn vorige richting. Het was zelfs mijn mama die het initiatief nam en mij heeft gepusht om naar de opendeurdag te gaan. Mijn vriendinnen reageerden ook positief. Natuurlijk werden er af en toe grapjes gemaakt, maar dat was nooit negatief bedoeld. De mensen die dicht bij mij stonden wisten dat kunst een passie van mij is, dus het kwam niet totaal onverwacht.”
Wanneer besefte je dat schilderen (in de brede zin van het woord) meer was dan een hobby?
“Schilderen is altijd al een deel van mij geweest, zolang ik het mij kan herinneren. Rond mijn twaalfde à dertiende jaar ben ik even gestopt. Dat was zo’n typische puberfase waarin je denkt dat bepaalde dingen niet meer “cool” zijn. In die periode zat ik ook in de knoop met mezelf, zoals veel tienermeisjes van die leeftijd. Lang heeft dat niet geduurd, want ik heb het snel weer opgepikt. Toen voelde ik vrij snel dat schilderen hetgene was waaruit ik mijn geluk en voldoening haalde. Ik besefte ook dat het meer was dan gewoon iets dat ik leuk vond om te doen. Ik kon mij voor de eerste keer volledig smijten voor iets. Vanaf dat moment begon het serieuzer te worden.”
Je hebt al verschillende expo’s gedaan. Diegene met het grootste bereik was een maand geleden in het Antwerpse hotel Yust. Hoe is dat balletje beginnen rollen?
“Mijn eerste expo buiten school heb ik zelf georganiseerd, samen met mijn beste vriendin Alexandra. Zij zat bij mij in de klas op het middelbaar. Er was een ruimte beschikbaar met prachtig natuurlijk licht. We dachten: waarom proberen we het niet gewoon? Die expo was een belangrijke stap in het verdere verloop van mijn traject. Later heb ik ook deelgenomen aan andere projecten, waaronder meer commerciële opdrachten. Daar heb ik even over getwijfeld, omdat het misschien niet helemaal aansloot bij mijn idee van kunst. Kunst draait voor mij niet om succes, verkoop of geld, maar om het brengen van een unieke boodschap. Uiteindelijk heb ik die kans toch aangenomen. Ik wilde mijn ego opzij zetten en besefte dat zo’n kans grote voordelen heeft. Het bereik is groter, je wordt door meer mensen gezien en je legt nieuwe contacten die belangrijk kunnen zijn voor je toekomst.”
“Dat is effectief ook zo uitgedraaid. Door de zichtbaarheid van mijn eerste solo-expo is er een artikel verschenen in ELLE. Dat heeft deuren geopend die anders misschien gesloten waren gebleven.”
“Netwerken is heel belangrijk. Ik begin daar nu pas aan, wat eigenlijk veel te laat is.”
Hoe belangrijk zijn connecties in de kunstwereld?
“Enorm. Het is veel belangrijker dan veel mensen denken. Je kan goed werk maken, maar zonder netwerk geraak je moeilijk verder. Ik heb dat in het begin onderschat. Ik had vooral vrienden buiten de school en bouwde weinig connecties op binnen de kunstwereld. Maar je merkt snel dat dat een beperking kan zijn. Er zijn kunstenaars met talent die niet zichtbaar worden omdat ze geen netwerk hebben. Zelf heb ik in het begin vooral verkocht aan familie en vrienden. Tijdens mijn expo bij Yust was het een mix van familie, vrienden en onbekenden. Dat is fijn, maar dat blijft niet duren. Op een bepaald moment moet je verder kijken.”
Hoe probeer je dat nu te verbeteren?
“Door bewuster contacten te leggen. Ik ga vaker naar expo’s, zet mijn verlegenheid aan de kant en stap op mensen af. Samen iets gaan drinken, gesprekken aangaan… Dat klinkt misschien eenvoudig, maar het maakt een groot verschil. Ik merk dat ik nu meer kennissen heb binnen de kunstwereld en dat opent nieuwe mogelijkheden.”
Hoe ga je om met de druk om veel werk te produceren voor expo’s?
“Dat is een moeilijke balans. Ik heb mezelf altijd belooft dat ik vanuit vrije wil en goesting ga schilderen, en niet omdat het ‘moet’. Ik ben geen kunstfabriek. Enerzijds wil je kansen grijpen en aanwezig zijn om een groot publiek te bereiken. Anderzijds wil je trouw blijven aan je eigen tempo en kwaliteiten. Ik moet geen nieuwe werken maken voor elke nieuwe expo, maar ik leg mezelf dat wel op. Dat zorgt vaak voor stress. Ik wil niet in een situatie terechtkomen waarin ik gewoon produceer om te produceren. Mijn werk heeft tijd nodig.”
Als je veel moet produceren op een korte tijd, ervaar je soms een creatieve burn-out?
“Ja, zeker. Dat hoort erbij. Op zulke momenten probeer ik niets te forceren. Als ik voor het doek sta en weet even niet hoe ik eraan moet beginnen, dan start ik eerst met iets anders. Dan ga ik aan de slag met keramiek of druktechnieken of kalligrafische inkt. Het is eender wat. Als iets niet lukt, stap ik over naar iets anders. Die afwisseling help mij opnieuw in beweging te komen. Zodra ik met kunst bezig ben, zonder druk, komt de inspiratie vanzelf.”
Werk je graag samen met andere kunstenaars?
“Ik heb het nog nooit gedaan, maar sta er zeker voor open. Het is niet evident en vanzelfsprekend denk ik. Ik heb het vroeger ooit eens geprobeerd met Alexandra, mijn beste vriendin, maar dat voelde niet helemaal juist. In de toekomst lijkt me dat wel interessant, bijvoorbeeld met andere vrouwelijke kunstenaars. Ik was onlangs naar een expo gegaan van Sophie Van de Velde. Zij is een meesteres in haar kunde: ondernemen en kunstwerken in 1 ruimte op die manier positioneren dat het een visueel verhaal wordt.”

Denk internationaal, levend, dood. Alles is mogelijk. Met wie zou je ooit willen samenwerken?
“Dat is een moeilijke vraag. Ik zou dan voor een echte legend kiezen. Iemand zoals Basquiat of Frida Kahlo lijkt mij ontzettend interessant. Dat zijn natuurlijk grote namen, maar gewoon om te zien hoe zij dachten en werkten.”
Hoe zie je jezelf binnen 5 jaar?
“Zonder burn-out hopelijk (hahah). Ik probeer daar niet te strak over na te denken. Natuurlijk hoop ik dat ik succesvol wordt, maar ik wil niet dat dat de focus wordt. Het belangrijkste is dat ik plezier blijf hebben in wat ik doe en maak. Ik wil ook vermijden dat ik opgebrand raak. Daarmee bedoel ik dat al mijn energie en werklust al verloren is gegaan in de startjaren van mijn carrière. Daarom probeer ik realistisch te blijven en niet te veel druk op mezelf te leggen. Na mijn master wil ik ook nog een educatieve opleiding doen, zodat ik eventueel les kan geven. Dat geeft een zekere stabiliteit.”
Hoe ga je om met de financiële onzekerheid van het kunstenaarschap?
“Dat is iets waar ik liefst niet aan denk, maar wel aan moet denken. Het blijft een uitdaging, want moijn inkomsten zijn heel wisselend. De ene maand verdien ik 15 000 euro, en dan de komende zes maanden niets. Zo gaat dat. Dat maakt het ingewikkeld om ver vooruit te plannen. De verre toekomst is altijd onzeker. Ik probeer daarom ook bewust om te gaan met mijn geld. Met de nadruk op proberen. Ik blijf een meisje van 21 jaar. Als er plots een som van 15 000 op je rekening staat, dan ga je toch even goed shoppen. Maar ik probeer ook te investeren in goede materialen, in kwaliteitsvolle canvassen bijvoorbeeld. Maar het blijft een onzekere sector. Dat wist ik op voorhand en dat hoort er nu eenmaal bij.”
Wat is je motivatie om dit te blijven doen, ondanks die onzekerheid?
“Ik kan eigenlijk niet anders. Kunst is iets dat in mij zit. Het is geen rationele keuze geweest, het is iets dat spontaan is gegroeid. En uiteindelijk is dat ook wat mij motiveert: het gevoel dat ik iets kan maken dat mensen raakt, dat hen even doet stilstaan. Dat is voor mij het belangrijkste.”



