Waarom gaat schoolbusongeval in klein dorp viraal tot in Amerika?
Op 26 mei rond 8u stond de Oost-Vlaamse gemeente, Buggenhout, stil. Aan een gesloten spooroverweg werd een schoolbusje geraakt door een trein. Vier mensen kwamen daarbij om het leven. Een klein dorp, een klein land, een klein dodenaantal. En toch werd het internationaal nieuws, hoe kan dat?
Van Japan tot in Amerika
“Een collega van mij die op weg naar het werk voorbij het ongeval reed, kwam onder de indruk het gemeentehuis van Buggenhout binnen en zei: ‘Ik heb een schoolbusje gezien en er werd gereanimeerd.’”, vertelt Sofie Wielandts, coördinator van het onthaalteam van de gemeente. Vanaf dan wist ze dat er iets gaande was.
Nog geen uur later werd het gemeentelijk rampenplan afgekondigd en het telefooninformatiecentrum opgestart. “Wij moesten zonder enige ervaring de vragen van bellers beantwoorden via de noodtelefoon”, legt ze uit. “Het was hallucinant. Wij hadden nooit verwacht dat we Japanse, Zweedse, Amerikaanse en nog veel andere internationale journalisten aan de lijn gingen krijgen.”
Ook VTM NIEUWS-journalist Jeroen van Der Auwera stond die ochtend aan de spoorweg. Hij zag buitenlandse journalisten uit onder meer Duitsland, Frankrijk, Spanje en het Verenigd Koninkrijk toestromen. “Ik had niet verwacht dat die media-aandacht zo extreem zou zijn”, zegt hij.
Media-aandacht op afstand
Waarom buitenlandse media zo snel aandacht hadden voor het ongeval, heeft volgens verschillende experts ook te maken met de manier waarop nieuws werkt.
“Vlaamse media zouden het omgekeerd ook brengen”, zegt professor journalistiek Baldwin Van Gorp. “Stel dat er een bus in een ravijn stort, al is dat in Zuid-Amerika, dan komt dat hier ook in de media.” Volgens Van Gorp volgt de pers wat leeft bij hun publiek. Ook Yves Stevens, woordvoerder van het Nationaal Crisiscentrum, ziet dat zo. “De media is de vinger aan de pols van wat er leeft in de samenleving.”
Toch ziet Van Der Auwera dat anders. “Wij hebben ook een correspondent in Amerika”, vertelt hij. “Onze nieuwsredactie laat dit soort ongevallen daar wel links liggen.”
Volgens hem speelt afstand een belangrijke rol in die journalistieke keuzes. “Als een internationale correspondent in Brussel zit en die moet België coveren, dan vallen de afstanden goed mee. Maar beeld je in dat je in Rio bent en je moet in een andere, verwegliggende stad in Brazilië zijn. Dan kun je daar niet naartoe, je geraakt daar praktisch gezien nooit op tijd.”
Ook Stevens wijst op de bijzondere positie van België. “In Brussel heb je een internationale hub waar heel veel buitenlandse correspondenten zitten. Daardoor kunnen zij binnen een halfuur in Buggenhout staan.”
“Schoolbus, spooroverweg, ongeval”
Naast de bereikbaarheid van Buggenhout speelde ook de aard van het ongeval een rol. Volgens Van Gorp gaat het om een uitzonderlijk type ongeval dat wereldwijd herkenbaar is.
“Zo’n ongelukken komen wereldwijd niet vaak voor”, zegt hij. “Iedereen kent een spooroverweg, een trein en een schoolbus. Bovendien zie je het deel van het busje dat weggecatapulteerd is waardoor het nieuws heel makkelijk opgepikt wordt.”
Ook Van Der Auwera ziet dat als een belangrijke verklaring. “Als je de woorden schoolbus, ongeval en spooroverweg hoort, denk je meteen aan kinderen. Dat maakt het verhaal superherkenbaar voor alle mensen over de hele wereld.”
Daarnaast zegt Barbara Schneemann, adjunct-hoofdredacteur van de Nederlandse redactie van het AD, dat hun lezers dit verhaal vooral lezen vanwege de gelijkenissen met het ongeval in de stad Oss. Volgens VRT NWS gebeurde dat ongeval in 2018 rond hetzelfde tijdstip als in Buggenhout, rond 8 uur, aan een bewaakte spoorwegovergang. In de elektrische bolderkar zaten kinderen van een kinderdagverblijf die, net als in Buggenhout, onderweg waren naar school, aldus VRT NWS.
Universele emoties
Volgens Van Gorp spelen ook de mechanismen van online nieuws een rol. “Mensen herkennen zichzelf in de personen die het incident meegemaakt hebben en daar spelen media op in”, legt Van Gorp uit. “Voor de veiligheid kiezen ouders ervoor om hun kind op een schoolbus te zetten. Liever dat, dan hun kind met de fiets naar school laten gaan. Maar dit verhaal creëert een soort universele angst”, stelt Van Gorp.
Bovendien trekken verhalen waarin kinderen betrokken zijn, wereldwijd lezers aan volgens Van Gorp. “Als een kind in zo’n banaal verkeersongeval sterft, dan raakt ons dat enorm”, voegt woordvoerder Stevens eraan toe. Volgens de professor journalistiek worden dit soort nieuwsberichten graag aangeklikt en zijn ze ook nog eens erg makkelijk en efficiënt om te schrijven. “Je moet geen journalist op pad sturen, je volgt gewoon de internationale media en alles wat je tegenkomt en denkt: dat kan onze lezer ook interesseren. Daar maak je snel een berichtje over”, vertelt Van Gorp.
Daarnaast kunnen nieuwsredacties bij dit soort ongelukken gebruikmaken van liveblogs. Zo hadden verschillende Belgische nieuwswebsites zoals HLN een livesheet, maar ook The Guardian, een bekend Brits dagblad, had een live updateplatform op hun site.
“Zo’n blog wordt geopend voor groot nieuws waarbij nog niet alles geweten is”, vertelt de professor journalistiek. “Een reporter, die meestal ter plekke is, volgt dat op. Als er nieuws is, kan die de liveblog updaten en er een kort tekstje bijplaatsen.” Redacties doen dit volgens hem omdat er gewoon mensen zijn, net zoals hijzelf, die willen weten wie die slachtoffers zijn en het daarom doorheen de dag blijven opvolgen.
Dit sluit aan bij wat het Vlaams Vredesinstituut al in 2011 beschreef als “domesticatie” in het nieuws. Buitenlands nieuws wordt hierbij verteld vanuit een herkenbare, lokale invalshoek voor het eigen publiek. In dit geval gebeurt dat mechanisme eigenlijk al meteen internationaal. Het ongeval in Buggenhout wordt niet enkel als een ver-van-mijn-bed-gebeurtenis gebracht, maar net vertaald naar iets wat overal herkenbaar is.
Die universele herkenbaarheid maakt het mogelijk om het incident in verschillende landen te “vertalen” naar het eigen publiek, waardoor het sneller opgepikt en verspreid wordt. Zo versterkt domesticatie net de wereldwijde verspreiding van dit soort nieuws in plaats van die te beperken tot één land.
Tot slot voegt VTMNieuws-journalist Jeroen van Der Auwera toe dat er op 26 mei, de dag van het ongeval, geen grote events in Brussel waren. “Als er bijvoorbeeld grote Europese tops zijn, manifestaties of betogingen dan blijven die correspondenten wel in Brussel.” Hij legt uit dat internationale correspondenten elke dag nieuws moeten aanleveren voor hun redactie. “Op zulke dagen durven ze Brussel te verlaten en naar het ommeland komen.”
Het internationale bereik van het nieuwsverhaal werd zo niet alleen bepaald door het ongeval zelf, maar ook door de omstandigheden errond die maakten dat het net op dat moment wereldwijd werd opgepikt.



