25/10/2026

RECENSIE – The Uprising: Andrew Garfield, lichtpunt in emotieloze middeleeuwse Jason Bourne-film

Het is 1381 en Engeland probeert te herstellen van de pest, die de helft van de bevolking heeft weggevaagd. Net dan besluiten de koning en zijn adel de belastingen te verhogen, vooral voor de armsten. In The Uprising van regisseur Paul Greengrass leidt dat tot een volksopstand die uitgroeit tot een mars naar Londen.

Garfield speelt Ploughman, een boer die als eerste in opstand komt tegen de belastinginners. Al snel sluiten ook oud-soldaat Wat Tyler (Cosmo Jarvis) en radicale priester John Ball (Jamie Bell) zich aan. Naarmate de groep groeit, lopen de meningen over het doel en de middelen uiteen. Dat is het interessantste deel van de film: de personages worden gedwongen na te denken over hoe ver ze willen gaan, en The Uprising toont dat een volk in opstand niet automatisch aan de goede kant staat. Jammer genoeg blijft het bij aanzetten.

Opstand zonder context

Het grootste probleem is dat de opstand zelf onvoldoende wordt onderbouwd. Nadat de adel aankondigt dat de boeren meer belasting moeten betalen, is er slechts één scène waarin het volk hardhandig wordt aangepakt. Verder zien we de bevolking nauwelijks lijden onder de verhoging. Het voelt daardoor vreemd aan dat een heel land plots in opstand komt: de woede wordt benoemd, maar nauwelijks getoond.

Onvoldoende personageontwikkeling

Al vroeg in de film komen we te weten dat Ploughman zijn familie aan de pest heeft verloren, maar daar blijft het qua achtergrondinformatie bij. Een aantal flashbacks had perfect geweest om te tonen wat hij precies verloren heeft en waarom hij bereid is alles te riskeren. Door die beperkte uitwerking laat de film, ondanks zijn zware verdriet, je emotioneel koud.

Garfields personage blijft van begin tot eind grotendeels dezelfde man. Bovendien is hij moeilijk te geloven: een eenvoudige boer schakelt moeiteloos drie getrainde ridders tegelijk uit. Zulke scènes maken van hem eerder een actieheld dan een simpele, gebroken boer. Koning Richard II (Woody Norman) maakt daarentegen wel een serieuze evolutie door, waardoor hij soms het hoofdpersonage lijkt: van een makkelijk beïnvloedbare koning groeit hij uit tot een zelfzekere koning die “hoog op zijn paard” zit.

Voorspelbare opbouw

Het verhaal zelf is evenmin slim opgebouwd. Al na ongeveer een uur is de opstand geslaagd, terwijl de film nog lang niet voorbij is. Daardoor ligt het voor de hand dat er nog een wending op komst is, en precies dat maakt het verloop voorspelbaar.

Sterke acteurs, stevige beelden

Aan de acteurs ligt het niet. Garfield speelt met een ingehouden woede die perfect past bij een man die door verdriet wordt gedreven, en Jarvis en Bell geven de opstand de nodige energie. Ook technisch heeft de film wat sterke momenten. De CGI (via de computer gegenereerd beeldmateriaal), massascènes en landschappen geven het verhaal visueel een realistisch gevoel, en de gevechten voelen grotendeels rauw aan. Alleen Ploughmans vechtscènes overtuigen niet.

Middeleeuwse Jason Bourne

Minder geslaagd is Greengrass’ iconische camerastijl. De regisseur staat bekend om zijn constante werk zonder statief, maar in een film die zich in de veertiende eeuw afspeelt zorgt dat voor een vreemd gevoel. Het leek soms alsof we een typische Jason Bourne-film in de middeleeuwen zagen. Tijdens de gevechten leidt de wiebelige camera af, en in de rustigere scènes voelt ze vooral vermoeiend.

Sterk onderwerp, zwakke uitwerking

Met zo’n onderwerp en zulke acteurs had dit veel meer kunnen zijn, maar door de beperkte uitwerking blijft de kijker aan de zijlijn staan. The Uprising slaat de bal mis met een score van 2,5/5.

Tekst: Samuel Pluquin

Foto: Wikimedia Commons