25/10/2026

RECENSIE – ‘The Other Side of The Sun’ maakt de horror van de Sednaya-gevangenis op nuchtere doch pertinente wijze tastbaar

Amper twee jaar na de val van het Assad-regime onderzoekt regisseur Tawfik Sabouni de verwoestende impact van de notoire Sednaya-gevangenis in ‘The Other Side of The Sun’. Het resultaat is een beklijvende documentaire die ook teder uit de hoek durft komen en zodoende een poging doet om een traumatiserend verleden te helen.

“De angst om te vergeten, de angst om te herinneren”, zegt Belgisch-Syrisch regisseur Tawfik Sabouni in de openingsscène van ‘The Other Side of The Sun’. Nauwgezet volgt de camera hoe zijn handen voorzichtig de laatste elementen van een maquette in mekaar steken. Neen, het betreft hier geen miniversie van een toekomstige droomwoning, maar wel een reconstructie van de Sednaya-gevangenis waar Sabouni jarenlang vastzat. Althans: een poging tot reconstructie. Door een permanent gebrek aan licht baadde de gevangenis bijna altijd in duisternis, waardoor Sabouni beroep moest doen op zijn getraumatiseerd geheugen en dat van andere gevangenen.

De Sednaya-gevangenis staat namelijk symbool voor het gruwelijke regime van president Assad, die Syrië van 2000 tot 2024 met ijzeren hand bestuurde. Honderdduizenden politieke gevangenen, maar evengoed onschuldige mannen, vrouwen en kinderen: allemaal ondergingen ze er helse folteringen, al dan niet met de dood tot gevolg. Geen wonder dat Sednaya bekendstond als ‘het slachthuis van Assad’. Toen Assads regime viel in 2024, werd de plek in snel tempo bevrijd door de Syrische Civiele Bescherming. “Jullie zijn vrij!”, roept een stem in de documentaire tijdens beelden van de bevrijding. Niets blijkt minder waar: ‘The Other Side of The Sun’ toont dat de wurggreep van trauma jaren later nog even verstikkend is.

Herinneringen als vluchtroute

Al in één van de eerste scènes toont Sabouni hoe diep het Sednaya-trauma kerft. Samen met vier andere ex-gevangenen keert hij terug naar de gevangenis. Alleen al door het gebouw in de verte te zien, beginnen de mannen in geen tijd te huilen. Hun tranen zijn nog maar net opgedroogd wanneer ze langs een plek op het binnenplein lopen die hen terug tot droefenis dwingt: een gemeenschappelijke vriend vond er de dood. “Op deze plek keken we allemaal eens naar een vliegende duif”, vertelt één van de mannen in het gezelschap even later. “Die vrijheid die van de duif uitging: we waren er allemaal stikjaloers op”.

Dat ontnomen worden én verlangen naar fundamentele vrijheden vormt een rode draad doorheen de documentaire. In een aangrijpende scène vertelt Sabouni over zijn schijnproces (duurtijd: tien seconden) dat aan zijn definitieve opsluiting voorafging. Hij zat al maanden in voorhechtenis, zonder dat hij de cipiers in de ogen mocht kijken. Na zijn proces vroeg hij of hij even naar de wc mocht gaan, waar hij zijn blinddoek uitdoet en zichzelf, na maandenlange afwezigheid van reflecterende oppervlakten, nog eens in de spiegel ziet. “Ik herkende de persoon die ik aanstaarde niet meer”, vertelt hij. De grillige, donkere animatie waarmee het voorval wordt verteld, versterkt de sfeer van vervreemding.

Daarin schuilt de sterkste kracht van ‘The Other Side of the Sun’: de trauma’s van het gezelschap dienen als startpunt om thema’s als identiteit en herinnering aan te snijden. Daarmee raakt de documentaire op fijnzinnige wijze méér onderwerpen aan dan louter het gevangeniswezen. Tijdens één van de laatste scènes tonen de vijf mannen hoe ze in de slaapzaal luidop straatnamen of activiteiten uit hun vrije bestaan opnoemden om te ontsnappen aan de alledaagse gruwel. Herinnering inzetten als vluchtroute: het wordt sterk verbeeld door de projecties van de genoemde straatnamen die de slaapzaal doen oplichten.

Sloophamer

Toch overtuigt de documentaire het meest als Sabouni zo dicht mogelijk bij de gevangenen blijft, zonder audiovisuele opsmuk. De mannen die uitbeelden hoe ze, soms met vijf personen of meer, onder een rafelig deken kropen en mekaar daar opwarmden: het is een tafereel dat evenveel raakt als een herinnering aan hondsbrutale foltering. Ook wanneer de mannen broodnuchter vertellen over de dagen na hun bevrijding, komt de documentaire het hardst binnen: sommige echtgenotes waren, verrassend genoeg, boos door het verzet waardoor hun mannen in de gevangenis belandden. Anderen troffen eenmaal thuis nog meer dood en vernieling aan: tijdens hun gevangenschap bleken hun echtgenotes te zijn gestorven door bombardementen. De oorverdovende stilte die volgt na deze verhalen, komt aan als een sloophamer.

‘The Other Side of The Sun’ maakt de horror van Sednaya op nuchtere doch pertinente wijze tastbaar. Dat doet Sabouni door sporadische animatie en re-enactments te gebruiken, maar de documentaire is op z’n sterkst als hij beklijvende cinema puurt uit de verhalen van zijn moedig entourage. En zo komen we weer bij de openingswoorden van de eerste scène: de angst om te herinneren komt zeker naar voor in ‘The Other Side of the Sun’, maar die wordt gelukkig overwonnen door de weigering om de Sednaya-gruwel te vergeten.

Tekst: Kobe Rombouts

Beeld: © Sameer Orabi