COLUMN – Vooruit wil CLB afschaffen, maar het echte probleem ligt dieper dan dat
De ochtend van het medisch onderzoek in de lagere school. Als ik kon zou ik me iedere keer ziek melden op die ene dag. Elk jaar opnieuw stress, elk jaar opnieuw thuiskomen met dezelfde brief en dezelfde schaamte.
Tijdens mijn basisschooljaren werd ik gepest omdat ik dikker was dan de meeste kinderen uit mijn klas. Voor een onzeker meisje van tien jaar is het medisch onderzoek dan allesbehalve prettig. Alles verloopt vlot tot je aan de weegschaal komt. De moed zakt weg in mijn schoenen. Zodra ik weer aan het bureau zit, krijg ik ieder jaar dezelfde boodschap: ‘Je bent te dik, je moet gewicht verliezen. We geven je een brief mee voor thuis.’ Als kind thuiskomen en deze brief afgeven is enorm beschamend, elk jaar opnieuw. Toch ben ik er van overtuigd dat het CLB ook positief kan ingrijpen, indien het systeem hervormd wordt.
De linkse partij Vooruit wil de CLB’s nu afschaffen. De Centra voor Leerlingenbegeleiding werken samen met alle scholen in Vlaanderen om kinderen zo goed mogelijk te begeleiden bij problemen. Dit kan gaan van leerproblemen tot een moeilijke thuissituatie of gezondheidsproblemen.
Stefan Grielens, die aan het hoofd staat van Vrij CLB, spreekt in een interview van De Morgen over de positieve effecten van het CLB. Volgens hem is het belangrijk dat ze blijven bestaan, omdat ze verder van de school af staan en de leerlingen zo beter kunnen helpen. Maar is het juist niet een sterkte dat je als school je leerlingen goed kent? Het CLB moet als vertrouwenspersoon dienen, maar hoe kan je als kind een totale vreemde vertrouwen? Is het niet logisch dat kinderen sneller bij hun eigen docenten te rade gaan?
Tijdens mijn middelbare school had ik enorm veel ondersteuning nodig door een depressie. Mijn school kon hier gelukkig veel hulp in bieden. Zes jaar lang kreeg ik begeleiding van het ILB (Interne leerlingen begeleiding) en kwam het CLB nooit voor in dit verhaal. Een van de argumenten van Vooruit is dan ook dat scholen zelf als grootste hulpbron worden ingeschakeld. De school moet in mijn ogen dan ook de grootste bron van vertrouwen zijn voor de leerlingen. En dat geloof ik ook. Als je als leerling het gevoel hebt dat elke docent bereikbaar is, vraag je veel sneller hulp dan bij een vreemde van het CLB.
Het probleem ligt niet zo zeer bij het advies dat ze meegeven, maar dat het daarna stopt. Er is vrijwel geen opvolging. Of toch niet toen ik klein was. CLB’s kennen de leerlingen niet. Scholen en leerkrachten hopelijk wel. Je krijgt elk jaar een brief mee, maar daar stopt het. Alsof het voor een kind en ouders zo makkelijk op te lossen is zonder begeleiding.
Ik denk niet dat afschaffen de oplossing is, want uiteindelijk biedt het CLB een plek extra waar ouders en leerlingen kunnen aankloppen. Het CLB verdient net een veel zichtbaardere en toegankelijkere plek in elke school, zodat leerlingen weten wie er voor hen klaarstaat en bij wie ze terechtkunnen. Uiteindelijk moeten leerlingen vooral een luisterend oor hebben. Of ze daarvoor naar hun docent, ouders of het CLB gaan, is een keuze die we vooral aan hen moeten laten.
Tekst: Tess Van Holsbeeck
Foto: ©Tima Miroshnichenko via pexels.com



