25/04/2022

Stokpaardrijden als hobby: to do or not to do?

YouTuber Average Rob werd vorig jaar Belgisch kampioen stokpaardrijden in verschillende disciplines. Hoor je het donderden op de Bahama’s? In Scandinavië hinniken jongeren er al jaren op los. Nu maakt de sport ook stilaan zijn intrede in België en Nederland. Welkom in de wondere wereld van het stokpaardrijden.

In het vredige stadje Geel ga ik op bezoek bij Alicia Koppen, een tienjarige stokpaardrijdster. Sinds ze vijf jaar geleden haar eerste stokpaard in handen kreeg op een kermis, liet ze de sport niet meer los. Via YouTube-filmpjes leerde ze enkele kneepjes van het vak, die ze ondertussen tot wel vijf keer per week gretig oefent op een geïmproviseerd hindernissenparcours in de tuin.

Haar stokpaardjes staan in een door haar vader zelfgebouwde stal, netjes op een rij, klaar om al huppelend de wijde wereld in te trekken. Popcorn de hengst, Snow de merrie en Ninja de ruin ontvangen me met een enthousiasme dat je van elk stokpaard zou verwachten: geen. Voor de niet-ruin kenners: volgens de onuitputtelijk informatieverstrekkende website Wikipedia is dat een hengst waarvan de ballen operatief verwijderd werden. Alstublieft.

Van links naar rechts: Popcorn, Snow en Ninja. © Marlies Geyskens

The Wild Wild West
Binnen stokpaardrijden zijn er verschillende disciplines, waaronder dressuur en jumping, die ook in de ‘echte’ paardensport aan bod komen. Maar Alicia is geen gewone amazone en houdt zich het liefste bezig met Western. ‘Binnen deze discipline kan ik meer mijn eigen ding in doen. Het is veel leuker dan bijvoorbeeld dressuur, dat vind ik te strak’, zegt ze met een stoere blik in haar ogen. Ze gooit met termen als barrel racing, roping en pole bending. Ik blijf vriendelijk lachen terwijl mijn ogen haar aanstaren met een blik vol onwetendheid en flikkerende vraagtekens.

‘Ik kan niet anders dan onder de indruk zijn van alles wat mijn hersenen te verwerken krijgen’

‘Zal ik pole bending even voordoen?’, vraagt ze fonkelend met Popcorn stevig bij de teugels gevat. Nog voor ik goed en wel kan antwoorden schiet ze als een F-16 op xtc vooruit. Met de behendigheid van een bordercollie die een kudde schapen achterna zit, slalomt ze zich een weg tussen de paaltjes die mooi op een rijtje geparkeerd staan. Vijf seconden later staat ze terug naast mij, met Popcorn nog steeds flink rechtop en een tong die niet op haar tenen hangt. Ik kan niet anders dan onder de indruk zijn van alles wat mijn hersenen te verwerken krijgen.

Pole bending is een van de onderdelen die Alicia oefent tijdens haar trainingen thuis. © Marlies Geyskens

Naast pole bending oefent Alicia ook op haar roping-talenten. Roping staat in de volksmond beter bekend als iemand op een paard met een lasso in de hand die tegen een veel te hoge snelheid en met een hoed die wonderbaarlijk niet wegwaait, koeien probeert te vangen. De stokpaardvertaling: iemand met een stok tussen de benen die een touw rond een ton of kegel probeert te zwieren. Alicia gaat er volledig voor. Als een volleerde, gefocuste, door Lucky Luke getrainde cowgirl zwaait ze haar lasso behendig in de lucht. Mijn nog ergens aanwezige tienjarige zelf juicht innerlijk mee en snapt volledig de fierheid waarmee Alicia elke beweging uitvoert.

Enthousiasme centraal
Haar enthousiasme voor de sport is vergelijkbaar met dat van Regi na tien tassen sterke koffie en werkt ongelofelijk aanstekelijk. Hetzelfde warme gevoel krijg ik bij Ilse Kuenen (16), collega-stokpaardrijdster. Ik ontmoet haar bij onze noorderburen in Wagenberg. Geen nood, ik wist ook niet waar dat lag. Wagenberg in het kort: velden, velden en velden.

‘Ik vind het niet alleen superfijn om te doen, maar verdien er ook nog geld mee. Een mooie win-winsituatie’ – Ilse Kuenen

Ilse traint niet alleen met haar stokpaard, maar maakt er ook zelf. In de afgelopen twee jaar stuurde ze zo’n 150 artisanaal gemaakte stokpaarden de wereld in, zelfs tot in Polen. ‘Momenteel krijg ik voornamelijk bestellingen uit Nederland en België, maar als ik wild mag dromen, wil ik met mijn onderneming internationaal doorbreken.’

De zussen Carlijn (links) en Ilse (rechts) starten samen de opwarming van hun stokpaardtraining. © Marlies Geyskens

De liefde voor de sport ontstond bij Ilse zo’n vier jaar geleden. ‘Mijn eerste stokpaardje kreeg ik van mijn oma. Ik probeer graag nieuwe dingen, dus daarvoor is deze sport ideaal. Dat ik er ook nog zelf kan maken en verkopen is een bonus. Ik vind het niet alleen superfijn om te doen, maar verdien er ook nog geld mee. Een mooie win-winsituatie’, vertelt Ilse.

‘Mijn hoogste sprong tot nu toe was 1,25 meter. Ik dacht: amai, heb ik dit echt net gedaan?’ – Ilse Kuenen

Samen met haar zus Carlijn toont ze me graag wat ze in haar mars heeft. Omgeven door, jawel, velden en een eigen kliek aan prachtige paarden, wandelen en draven ze er lustig op los in de welgekomen zaterdagochtendzon. Met een blik op oneindig begint Ilse na een korte opwarming aan het uiterst impressionante deel van een stokpaardtraining: de sprongen. ‘Mijn hoogste sprong tot nu toe was 1,25 meter. Dat was zo’n moment waarop ik dacht: amai, heb ik dit echt net gedaan? Ik hou er wel van om mezelf uit de dagen’, vertelt ze trots.

‘Mijn hoogste sprong tot nu toe was 1,25 meter’, vertelt Ilse trots. © Marlies Geyskens

De waanzinnige techniciteit van een stokpaardsprong kan niet genoeg benadrukt worden. Benen maken de meest vreemde hoeken terwijl de ruiter als een vliegend tapijt een werkelijk Free Willy-moment beleeft. Ilse doet het maar al te graag even voor. Als een jonge hinde die wordt achternagezeten door een bloeddorstige leeuw, springt ze zonder enige zichtbare moeite over de balk die ondertussen tot op één meter hoogte zweeft. Ik kan me alleen maar bedenken hoeveel tanden er al sneuvelden in Belgische en Nederlandse tuinen tijdens een sprong als deze.

Benen maken de meest vreemde hoeken terwijl de ruiter als een vliegend tapijt een werkelijk Free Willy-moment beleeft. © Marlies Geyskens

The subtle art of not giving a f*ck
De vraag die zonder twijfel op vele lippen brandt: waarom zou iemand met een gezond verstand vrijwillig een stokpaard tussen de benen nemen? Alicia en Ilse moeten er geen seconde over nadenken. ‘Het is eens iets anders en ik hou ervan om buiten te zijn. Plus, de stokpaarden moeten niet verzorgd worden of eten krijgen’, lacht Alicia. Ilse beaamt dat. ‘Vele jongeren zitten de hele dag op hun telefoon. Ik ben altijd bezig, met rijden, of met de creatieve kant ervan. Ik kan ook altijd kiezen waar, wanneer en hoe vaak ik het doe en dat geeft een fijn gevoel.’

‘Stokpaardrijden is zoals Temptation Island: plots is het er, je weet eerst niet goed wat je ervan moet denken, maar na een tijd krijg je er maar geen genoeg van’

Schaamte voor hun hobby is bij beiden in de verste verte te bespeuren. The subtle art of not giving a f*ck, een boek uitgegeven door de Amerikaan Mark Manson, zou zo maar even door Alicia en Ilse geschreven kunnen zijn. ‘Een tijdje geleden lachten enkele jongens me uit,’ vertelt Alicia, ‘maar ik trek me niets aan van wat anderen van me denken.’ Ilse deelt dezelfde mening. ‘Ik doe wat ik graag doe en haal er plezier uit. Het kan me echt niet schelen wat anderen daarvan vinden’, vertelt ze vastberaden. Aan lef ontbreekt het beide dames alvast niet.

Ilse in haar werkatlelier met haar allereerste creatie Spekkie links in de hand en haar huidige stokpaard Janson in de rechterhand. © Marlies Geyskens

Finland als summum
De twee jonge amazones trokken de laatste jaren al naar verschillende wedstrijden, maar de ultieme droom is om op een dag naar Finland af te reizen, hét geboorteland van de sport en het Mekka onder de stokpaardrijders. ‘Ik zou het geweldig vinden om andere technieken te leren kennen binnen zowel de sport als mijn stokpaardcreaties’, zegt Ilse met de grootste sterren in haar ogen.

‘Mijn droom is om naar Finland te gaan en andere stokpaardrijders te ontmoeten’, deelt Ilse. © Marlies Geyskens

Om met de hamvraag van Piet Huysentruyt te eindigen: wat hebben we geleerd vandaag? Stokpaardrijden is zoals het ultieme tv-programma Temptation Island: plots is het er, je weet eerst niet goed wat je ervan moet denken, maar na een tijd krijg je er maar geen genoeg van.

Bovenal zijn stokpaardrijders gezegend met de lenigheid van een tien maanden oude baby en hebben ze een conditie waar zelfs onze Olympische trots Nafi Thiam jaloers op zou zijn. En als kers op de taart: een doorzettingsvermogen en enthousiasme dat groter is dan dat van twintig bodybuilders samen. To do or not to do? Ik laat je zelf de keuze maken.

Tekst: Marlies Geyskens, eindredactie: Rik Tuinstra
Foto: © Marlies Geyskens