“Sommige kinderen vinden een 7 op 10 niet goed genoeg”: jongeren hebben steeds vaker last van faalangst
Het is weer december en veel studenten zitten momenteel in de examenperiode. Voor velen van hen komt er bij die periode veel stress kijken, want ze willen goede punten halen. Naar schatting heeft zelfs 10 à 20 procent van de jongeren last van faalangst.
Examenstress en faalangst zijn geen tijdelijke klachten die vanzelf overgaan zodra de toetsen of examens erop zitten. Voor veel jongeren is het een structurele druk — die zowel hun schoolresultaten als hun mentale gezondheid beïnvloedt. Naar schatting heeft zo’n 10 à 20 procent van de jongeren last van faalangst.
Volgens leerkracht en oud-leerlingenbegeleider Thomas Rom is faalangst in het onderwijs al lang geen uitzondering meer. In zijn periode als leerlingenbegeleider kreeg hij regelmatig jongeren over de vloer die last hadden van faalangst.
“Er zijn redelijk wat leerlingen met faalangst”, zegt hij. “Die leerlingen kwamen apart bij mij, zodat we konden bespreken hoe we die druk konden verlagen.”
Volgens gedragstherapeute Ilse Dewitte is faalangst zelden enkel het gevolg van ‘onzekerheid’: vaak spelen bijkomende factoren mee, zoals leerstoornissen, moeilijke leeromstandigheden of psychische kwetsbaarheden, vertelde ze in De Morgen. Kinderen die cognitief sterk zijn, maar kampen met stress of extra druk, lopen evengoed het risico om vast te lopen. Het hangt ook af van het gezin waarin je opgroeit. Als je strenge ouders hebt of ouders met een hoog diploma die veel werken, gaan de kinderen vaak ook het gevoel hebben dat ze beter moeten presteren.
Ook Thomas Rom ziet dat faalangst uit verschillende situaties voortkomt. “De oorzaken verschillen sterk”, vertelt hij. “Sommige kinderen voelen thuis een enorme druk: altijd moeten presteren, altijd beter moeten doen. Andere leggen die druk zichzelf op, bijvoorbeeld omdat ze een oudere broer of zus hebben die het heel goed doet op school. Dan zien ze zichzelf automatisch als ‘minder’. En bij veel jongeren speelt de vriendengroep ook mee: ‘Ik moet even goede punten halen als mijn vrienden’. Sommige jongeren zijn ook perfectionistisch en vinden een 7/10 niet goed genoeg, wat de lat onrealistisch hoog legt.”
Wat opvallend is, is het feit dat die faalangst vaak onzichtbaar blijft in de klas. “Meestal merken we het niet tijdens de les. Het komt vooral van ouders die ons vertellen dat het thuis misloopt, dat hun kind blokkeert, huilt of zich opsluit om te studeren.”
Uitstellen of overpresteren
De impact van die druk en faalangst verschilt per leerling. Ilse Dewitte splitste het op in twee grote categorieën. Sommige jongeren reageren door juist te veel te doen: urenlang studeren, alles tot in detail herhalen, nooit tevreden zijn. Anderen blokkeren, stellen uit of krijgen last van paniekaanvallen.
Verder heb je ook nog een combinatie van beide. Jongeren stellen eerst alles uit en beginnen dan de dag voor het examen enorm hard te studeren. Uiteindelijk kampen de jongeren allemaal met hetzelfde probleem: de angst om te mislukken.
Ook in de lagere school merkt Thomas Rom dezelfde tendensen. “Zelfs bij jonge kinderen zie ik al stress voor taken of toetsen. Ik probeer hen te zeggen dat het echt oké is om eens een mindere toets te hebben. Ik overloop ook iedere week grondig de agenda met hen en plan in wanneer ze wat juist moeten studeren of oefenen.”
Omgaan met faalangst
Faalangst los je niet op met één gesprek. Thomas Rom heeft dan ook enkele tips om leerlingen te helpen met faalangst of stress.
“Goed plannen. Je leerstof opdelen en deel per deel studeren. Voor sommigen kan het helpen om er een verhaal van te maken of de leerstof te koppelen aan iets uit de leefwereld van het kind. Zo heb ik ooit een leerling gehad die het moeilijk had met de woorden van Frans. Hij was een goeie jongleur en ik stelde voor om tijdens het jongleren elke keer als hij een bal opgooide een Frans woord te zeggen. Zo is hij graag Frans beginnen doen.”
“Ook probeer ik goed de agenda met hen op te volgen. Je weet na een tijd ook welke leerlingen dit al meer zelfstandig kunnen en wie hier extra hulp bij nodig heeft. De remediëring is hier ook belangrijk, zo leren kinderen uit hun fouten.”
Niet alleen de leerkrachten kunnen helpen, maar ook de ouders spelen een cruciale rol. “Leg je kinderen niet te veel druk op. Ieder kind is anders. Vergelijk ze ook niet met jezelf van vroeger en wees echt betrokken. Bekijk samen met je kind de planning en geef je kind complimenten. En laat ze vooral voelen dat ze goed bezig zijn”, aldus Thomas Rom.
Verder bestaan er ook organisaties zoals het CLB om leerlingen te helpen. “Bij ons op school werken we hier ook mee. Er zijn verschillende leerlingen in mijn klas waar we zorgvragen bij hebben en het CLB komt hier in tussen. Zij geven tips over hoe hiermee om te gaan. Dit geeft soms wel een frisse inkijk.”
Het CLB zelf wilde ons helaas niet te woord staan voor een interview.
Tekst: Joram Van Ossel
Foto: © energepic.com via Pexels



