16/03/2026

‘We doen alsof het leven een walk in the park moet zijn, maar juist dat maakt ons ongelukkig’: Psychiater Dirk De Wachter over wachten, kleine gelukjes en het haasten in verdriet

We willen allemaal het ultieme geluk bereiken en een vlot leven leiden. Maar volgens psychiater Dirk De Wachter zorgt die drang naar perfectie voor een averechts effect. In zijn nieuwste boek ‘Wachten, een levenshouding’ pleit hij voor meer geduld en verbinding. Wij spraken hem over de essentie van wachten, waar voor hem kleine gelukjes te vinden zijn en hoe dit alles in verbinding staat met onze mentale gezondheid.

Waarom hebt u besloten om nu over wachten te schrijven?

‘Aangezien mijn achternaam De Wachter is, is het een beetje als een grap op mijn pad gekomen. Zoveel jaren terug was ik bezig aan mijn lesvoorbereiding met mijn collega Sam Ijsseling. We botsten zo op een boek van de Duitse filosoof Martin Heidegger, waar een beschrijving stond over Das Warten. Hij omschreef wachten als een actieve, fundamentele levenshouding en dat heeft me aan het denken gezet.

De laatste jaren heb ik verschillende anekdotes verzameld en op die manier heb ik mijn boek samengesteld. Al sinds mijn boek Borderline Times schrijf ik pleidooien voor bezinning, bedachtzaamheid en verbinding. Ik vond het mooi dat ‘wachten’ kon staan voor al die termen die ik al eerder heb gebruikt.

Toen ik verder ging nadenken over wat wachten was, bleek het een belangrijke factor te zijn in mijn therapeutisch werk. Wachten is niet passief zitten en niets doen, het is actief, verbindend en hoopvol. Je moet natuurlijk wel geduldig zijn. Als therapeut is dat een enorm belangrijke eigenschap. Je mag niet in de plaats van je patiënt spreken en zeggen wat ze moeten doen, maar het juiste moment vinden waarin ze zelf die klik maken. Daar is vaak veel tijd voor nodig. Therapie is dus wachten op een actieve manier, met respect voor de ander. Het is bijna de definitie van therapeutisch werk.’

Wat zegt dat geduld, of juist ongeduld, over hoe wij als maatschappij omgaan met verdriet en pijn?

‘De kritiek die ik in bijna al mijn boeken geef, is dat we als maatschappij te ongeduldig zijn geworden. We moeten altijd in doe-modus staan en daardoor proberen we verdriet en alles wat moeilijk gaat te overrulen. Daardoor verliezen we ook de zin die dat verdriet kan hebben. Door het te ontkennen, verdwijnt die pijn natuurlijk niet. Integendeel, daardoor blijft het sudderen tot het te groot wordt en ons volledig overrompelt. Dat schreef ik al in mijn boek Borderline Times. Stilstaan bij de (verdrietige) dingen is een levenshouding waar ik sterk voor pleit.

Voor die levenshouding is geduld nodig. Geduld is niet procrastineren of uitstellen. Dat is met een open blik, waakzaamheid en voorzichtigheid nadenken om op het juiste moment actie te ondernemen. Als het gaat over verdriet is er soms heel wat tijd nodig voordat dat echt een plaats kan krijgen.’

We zien wachten vaak als iets negatief in onze maatschappij. Hoe ziet u dat?

‘Mijn boek is een paradox. Wachten wordt gezien als iets dat je moet vermijden, iets waar we geïrriteerd van worden. Daar ben ik zelf overigens ook schuldig aan. Wanneer ik ergens op tijd moet zijn en de trein is te laat, raak ik ook geïrriteerd. Mijn boek is dan ook geen pleidooi dat de trein te laat moet komen. Toen ik bij De Afspraak was met Bart Schols om mijn boek voor te stellen, werd er achteraf via een fake-news-account verspreid dat ik de nieuwe CEO zou zijn van de Belgische Spoorwegen. Dat vond ik best grappig. Met wachten bedoel ik geduldig kunnen zijn en niet alles direct willen. Maar ik heb natuurlijk graag dat de trein op tijd komt (lacht).

Toch kan een late trein ook voordelen hebben. Uiteraard moeten de spoorwegen zorgen dat de treinen op tijd zijn, maar je kan van de tijd die je moet wachten een voordeel maken in plaats van een nadeel. Je kan lezen, nadenken over wat je nog moet doen vandaag of juist kiezen voor stilte en rust terwijl je wacht. Het is geen pleidooi om overal te laat te komen, maar het waarachtige wachten kan wel van pas komen in deze situaties.

‘De dingen waar je iets aan kunt veranderen, moet je aanpakken. Maar de dingen waar je niets aan kunt doen, moet je aanvaarden en leren dragen.’

Ik zit zelf vaak in de auto en sta dan in de file. Uiteraard vind ik dat zelf ook frustrerend, want ik ben een ongeduldig mens. Wat mij dan helpt is muziek. Ik luister in de auto vaak naar de radiozender Klara. Het maakt me rustig en zorgt ervoor dat ik kan nadenken over allerlei vragen. Wat heb ik vandaag nog te doen? En die patiënt met die problematiek, wat moet ik daar mee? Hoe kan ik die patiënt het beste helpen? Ik probeer het wachten in de file te gebruiken om over die zaken na te denken op een rustige manier. Maar ik ben geen goeroe die een voorbeeld is voor iedereen. Ik ben een struikelende, hakkelende mens die zelf last heeft met wachten en er het beste van probeert te maken. Zelf probeer ik dan ook niet vanuit een autoriteitsprincipe te schrijven, maar vanuit de positie van de gewone mens.’

U benadrukt regelmatig dat we verdriet niet altijd moeten oplossen. Wat denkt u over het feit dat wij als maatschappij altijd een diagnose willen?

‘De wereld is niet perfect. Het leven heeft zijn lastigheden en dat is onvermijdelijk. We hebben last met onze ouders, ons lief, onze gezondheid of onenigheid met vrienden. Vooral ook last met onszelf. Dat hoort allemaal bij het leven, maar liefst niet te vaak natuurlijk. Als we gaan proberen om dit allemaal weg te duwen en te doen alsof het leven een soort van walk in the park is, dan gaan we alleen maar ongelukkiger worden. Ik schreef hierover in mijn boek De kunst van het ongelukkig zijn, dat ongelukkig zijn onvermijdelijk is en dat we die in de ogen moeten durven zien. De dingen waar je iets aan kunt veranderen, moet je aanpakken. Maar de dingen waar je niets aan kunt doen, moet je aanvaarden en leren dragen.

Dan komt de clou van de zaak. Dat dragen kan enkel op een goede manier gebeuren als je verbonden bent met anderen. Als we liefdevol en zorgzaam zijn naar elkaar toe. De liefde bestaat net omdat het leven niet perfect is en we elkaar nodig hebben wanneer het te lastig wordt. Als je het op die manier bekijkt, is het zelfs positief dat het leven niet perfect is. Het is de reden dat we elkaar nodig hebben. Ik heb een boekje over de liefde geschreven, waarin ik poneer dat dat nooit helemaal perfect samenvalt. De liefde bestaat erin dat we verschillend zijn en elkaar nooit helemaal begrijpen. Omdat we, zelfs na jaren, vreemd blijven voor elkaar. En juist dat spanningsveld is wat het boeiend maakt. Mocht het perfect samenvallen, dan zou er niks meer aan zijn.’

Omgeving is bij mentale gezondheid ook belangrijk natuurlijk. Hoe belangrijk is dat volgens u in vergelijking met neurologische factoren?

‘Dat is een groot en-en-verhaal. Er zijn depressies die heel endogeen zijn. Dat wil zeggen dat deze echt genetisch en neurologisch te verklaren zijn. Wanneer je in een stamboom mooi kan zien dat het bij elke generatie terugkeert. Het zijn vaak mensen die bepaalde neurotransmitters hebben die hen heel depressief kunnen maken, ongeacht hoe goed en liefdevol hun omgeving is. Dat zijn mensen die medicatie nodig hebben om beter te worden en psychologische begeleiding om hun genetisch probleem een plaats te geven. Aan de andere kant van het spectrum heb je mensen die biologisch gezien een heel sterk brein hebben, maar die door extreme factoren uit hun omgeving zeer ongelukkig door het leven gaan. Bijvoorbeeld bij grote trauma’s zoals mishandeling als kind of extreme verwaarlozing zien we dat spijtig genoeg vaak terugkomen.

Meestal zit het ergens midden in het spectrum en is het een samenspel van zowel neurologische- als omgevingsfactoren. Dat is het onrechtvaardige in de wereld. Vaak zien we dat mensen die neurologisch gezien kwetsbaarder zijn ook gepest worden op school, omdat ze stiller zijn. In mijn werk is het soms zoeken naar de juiste plaats op dat spectrum. Je hebt mensen die hier binnenkomen en zeggen “Dokter, mijn moeder en grootmoeder waren depressief en nu ben ik dat ook. Geef me medicatie en dan zal het wel beteren.”. Uiteraard ga ik dan nadenken over de correcte medicatie, maar als we verdere gesprekken voeren en elkaar beter leren kennen, blijkt het ingewikkelder dan dat. Wachten is dus ook hier cruciaal.

‘Ik denk dat het ware geluk te maken heeft met zorgzaam met elkaar omgaan, verbonden zijn.’

Soms zie je de uitersten waardoor dat aan de ene kant vooral de medicatie van belang is en aan de andere kant vooral het therapeutische. Uiteraard sluit het een het ander niet uit. Ernstige omgevingsfactoren kunnen er ook voor zorgen dat je brein ontregeld geraakt en waardoor medicatie ook noodzakelijk is om daarna in gesprek te kunnen gaan. Het is dus geen zwart-wit-verhaal.’

Kirsten Catthoor vertelde in een eerder interview dat sommige mensen somberder van aard zijn en we dat niet altijd moeten oplossen.

‘Daar ben ik het volledig mee eens. Dat is de kunst van het ongelukkig zijn. We moeten de lastigheden van het leven, anderen en onszelf leren aanvaarden en verdragen. Als je denkt dat het leven één vrolijke toestand is, ga je heel ongelukkig worden. Want dat gaat altijd tegenvallen. Dus mevrouw Catthoor heeft absoluut gelijk. Dat is een van de problemen van de wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg. Iedereen komt tegenwoordig naar de psychiater. Vaak vertel ik aan deze mensen dat ik ze niet verder kan helpen, omdat ze goed bezig zijn en dat is meestal ook voldoende voor hen om gerustgesteld naar huis te gaan.’

Hebben we dan een verkeerd idee gekregen over wat geluk is?

‘Ik denk dat we geluk te veel zien als iets dat direct bereikbaar is. Iets materieels door sociale media en de consumentische wereld die ons verplichtingen aanpraat. We moeten skiën in het voorjaar, we moeten een villa met zwembad hebben, we moeten onze droomjob uitvoeren, enzovoort. Anders zouden we zogezegd ongelukkig zijn, maar dan zijn er wel heel veel ongelukkige mensen op de wereld.
Ik denk dat het ware geluk te maken heeft met zorgzaam met elkaar omgaan, verbonden zijn. Tegenwoordig dreigt verbondenheid op de achtergrond te geraken en willen we inzetten op een zelfstandig, autonoom bestaan, maar volgens mij zit geluk net in die verbinding met anderen.

Daarnaast zit geluk ook in die kleine, haast onzichtbare dingen zoals iemand die op straat naar u glimlacht, aansch-
uiven bij de bakker en een leuk gesprek hebben over het goede weer, een trui zien liggen in de winkel voor je vrouw die ze al lang zoekt en die is dan nog eens in korting. Een zonsondergang op een rustige lenteavond kost niks en kan heel veel rust bieden. We gaan hier tegenwoordig te snel aan voorbij. In plaats van die zonsondergang willen we in een dure cocktailbar zitten met de duurste en meest populaire kledij. Maar daar zit het echte geluk niet in.’

Waarom zijn die kleine gelukjes zo belangrijk bij mentale gezondheid?

‘Omdat ze een tegenwicht vormen voor de grote, materiële, valse gelukken. Een tegenwicht moet iets positiefs zijn dat je kan ondernemen. Maar voor die kleine dingen is vaak geduld nodig en dan komen we weer bij ‘wachten’. Een zonsondergang bijvoorbeeld is een lang proces waar geduld voor nodig is. Daar gewoon zitten, kijken en in stilte genieten terwijl de zon steeds verder wegzakt samen met iemand die je graag ziet, kan heel verbonden aanvoelen. Het gaat over de wereld, de schoonheid van de wereld, waar we aan voorbijgaan. Dat komt vaak terug in mijn boeken. Hoe we moeten lopen en doordrammen, onze trein moeten halen, maar ondertussen niet gezien hebben hoe mooi de straten zijn tijdens die eerste lentedagen en hoe mooi de vogels terug fluiten.’

Wat is volgens u de belangrijkste boodschap die mensen vandaag moeten meekrijgen over mentale gezondheid?

iemand op en slik het niet in. Ga op zoek naar die verbinding die zo belangrijk is. Dat is mijn boodschap aan zij die zich wat minder goed voelen, iedereen bij momenten. Maar mijn boodschap is nog veel belangrijker voor zij die moeten luisteren. Wees opmerkzaam in de wereld en merk op wanneer uw vrienden, uw kennissen zich wat stiller of verdrietiger gedragen. Neem tijd om hen bij te staan en wacht dan. Vraag hoe het is en als ze zeggen “goed, laat me gerust”, dan vraag je het volgende week nog eens. Verbinding. Dat is de essentie van geluk.’