30/05/2026

Van blauwe plekken in de moshpit tot onvoorwaardelijke verbroedering: een avond in Berlijnse punktent Schokoladen

In muzikaal Berlijn weerklinkt er maar één iets luider dan bonkende technobeats: de oerschreeuw van punk. Waarom is het genre anno 2026 zo belangrijk? In Schokoladen, een legendarische punktent in de Duitse hoofdstad, luidt het antwoord: als antigif tegen de zorgwekkende politieke situatie in binnen- én buitenland. “Het zijn urgente tijden en die vragen om snelle oplossingen, want shit is not getting any better.

“In deze kamers, ruimte en wijk accepteren we geen racistisch, anti-vrouwelijk, homofoob, … gedrag! Freedom and anarchy for all!”. Wanneer ik punkclub Schokoladen in de Berlijnse Ackerstrasse wil binnenwandelen, word ik aan de deur begroet door een flyer met die boodschap. Beweren dat je hem over het hoofd hebt gezien is onmogelijk, want de uitbaters hebben de tekst in maar liefst vijf talen laten afdrukken. Braaf als ik ben, accepteer ik de huisregels en betreed ik de keet, al lijkt die op het eerste gezicht meer op een smoezelig verzetscafé. De verlichting is er donker, het interieur komt rechtstreeks uit een expressionistische film en de muren zijn gemarineerd in sigarettenrook. En stickers, véél stickers. “No borders”, “all genders welcome” en een veelheid aan communistische hamers en sikkels: laat de gemiddelde Vlaams Belanger hier vijf minuten vertoeven en je moet hem afvoeren naar de dichtstbijzijnde spoedafdeling.

Wie Schokoladen binnentreedt, wordt eerst verwelkomd door het huisreglement

Ik neem plaats aan de bar en wacht op mijn eerste interviewee. Het personeel van Schokoladen liet me namelijk weten dat het moeilijk werd om hen te interviewen, want ze hebben een drukke avond voor de boeg. In plaats daarvan verwezen ze me door naar Vitalii Zimin (40), de drummer van angelic milk, een van de twee bands die vanavond optreedt. Hij speelt niet alleen in verschillende bands, maar organiseert ook punkoptredens over heel Duitsland. Ik sip van mijn cola -Fritz, uiteraard- en probeer de luid uit de boxen schallende nummers te raden wanneer Vitalii me aanspreekt.

“Als ik terugkeer naar Rusland, beland ik in de bak door mijn muziek.”

“Ik organiseer al vijfentwintig jaar punkoptredens. In het begin deed ik dat in mijn thuisland Rusland, maar ik ben moeten vluchten door de oorlog”, begint Vitalii. “Een week nadat ik in Berlijn was aangekomen, is de Russische politie onze repetitieruimte binnengevallen om mensen op te pakken. De houding van de Russische overheid tegenover punk is meer fucked up dan ooit. Het enige met wat je het kan vergelijken is de jaren ’80, toen de Sovjet-Unie een lijst had met verboden bands. Er zijn bijvoorbeeld nieuwe wetten in voegen getreden waardoor je niet meer over onderwerpen als lgbtq-rechten of wiet roken mag zingen. Ik doe dat wél in mijn nummers”, grijnst hij. “Daardoor is mijn situatie ook extra gevaarlijk: als ik zou terugkeren, beland ik in de bak.”

Europees punkcentrum

Zijn drang naar vrijheid vond Vitalii terug in Berlijn. Drie jaar geleden richtte hij er Crunch Tapes op, een onafhankelijke boekingsbureau annex platenlabel. “De mensen hier zijn héél geïnteresseerd in punkmuziek- en optredens, zeker in vergelijking met Rusland”, zegt Vitalii enthousiast terwijl hij zijn visitekaartje over tafel schuift. “Berlijn is zonder twijfel hét punkcentrum van Europa”. Ik vraag hem of het niet moeilijk is om zulke onafhankelijke, kleinschalige optredens te organiseren in een gegentrificeerde stad als Berlijn, maar hij stelt me gerust: “Berlijn is op dat vlak zeker niet de duurste stad van Duitsland. Laatst wilde ik met collega’s optredens in Hamburg organiseren en dat was duurder dan in Berlijn.”

“De houding van Rusland tegenover punk is meer fucked up dan ooit”: Vitalii Zimin (40) hervond vrijheid in de Berlijnse punkscene

Of er dan andere problemen zijn waar Vitalii op botst? Jazeker, al zijn die eerder van organisatorische aard. “Je moet alles zó hard op voorhand boeken, bijna acht of negen maanden! Ik was in maart op zoek om ergens een optreden in november te boeken en contacteerde tien zalen: allemaal volzet.” Nog een probleem: de grootte van de zalen. Veel zalen in Duitsland hebben een maximumcapaciteit van 400 personen of meer, maar dat is te veel volgens Vitalii. “250 à 350 personen is dé ideale hoeveelheid voor onze soort shows. Dat soort zalen zijn er vandaag de dag te weinig in Berlijn.”

“De zalen die we spelen zijn altijd afgeladen vol: het genre is alive and kicking.”

Op de vraag waarom punk anno 2026 in Berlijn nog steeds nodig is, kan Vitalii met één woord antwoorden: community. “Dit soort shows zijn alleen maar mogelijk door vriendelijke mensen die ons en muzikanten helpen. Soms laten mensen of krakers artiesten bij hun thuis slapen, zonder daar iets voor terug te vragen. Schokoladen laat ons deze optredens ook gratis organiseren, wat zeker niet overal het geval is. Sommige zalen met een capaciteit van 250 personen vragen €1 000 huur voor één avond! Zeker voor kleine artiesten en organisatoren is zoiets onmogelijk om te betalen.” Ik werp hem nog een laatste vraag voor de voeten: is punk niet dood anno 2026? Zijn reactie, een ongecontroleerde schaterlach, spreekt boekdelen. “Who says that kind of stuff? Oké, het is misschien niet meer het hipste genre onder jongeren, maar de zalen waar we spelen zijn afgeladen vol. Die interesse en enthousiasme tonen aan dat het genre nog steeds alive and kicking is.”

Ghosten op Tinder en Latijns-Amerikaanse dicators

Vooraleer angelic milk optreedt, is het de beurt aan Mercedes & Marxx. Op voorhand las ik dat de Argentijns-Chileense band invloeden uit Latijns-Amerikaanse muziek doorheen hun punksound verweeft. Het is eraan te horen: in geen tijd staan de toeschouwers de hengsels uit hun lijf te dansen. Alleen de vrouw achter me, wiens sigarettenrook mijn neusvleugel kietelt, staat er onbewogen bij. De speelse nummers van de band gaan zowel over mensen ghosten op Tinder (“Don’t do it!”) als Latijns-Amerikaanse dictators (“Teach your children about that shit in schools!”). De zelfverklaarde “post-pop” van de band blijft aangenaam dansbaar, ergens tussen The Cure en Devo in, maar de echte moshpit blijft uit. Of toch niet: net op het einde haalt de band uit met een blitznummer van nog geen minuut. In een oogwenk verandert de massa in een groep menselijke botsauto’s waarvan de remmen zijn gesaboteerd. Na nog een handvol stevigere nummers en dito trek-en duwwerk gaat de band tevreden af.

“Vroeger hielden nazi’s zich een beetje underground, nu zijn hun opvattingen gangbaarder geworden.”

Aan de bar klamp ik Gabriel Gabo (32) aan, de excentrieke frontman van Mercedes & Marxx. Hij is, net als Vitalii, niet afkomstig uit Duitsland, maar uit Buenos Aires. Punk voor hem in één woord? Attitude. “”1,2,3,4” roepen en drie akkoorden rammen: i love it, maar punk kan ook véél meer zijn dan dat. Dat merk je ook in onze muziek: er zitten duidelijk punkinvloeden in, maar evengoed inspiratie uit andere genres als shoegaze en psychedelische muziek. Durven afwijken in je muzikale aanpak vind ik evengoed heel punk an sich.” Met die benadering kozen Gabriel en zijn bandleden niet voor het gemakkelijkste pad. “Berlijn is muzikaal gezien een stad van extremen: je hebt een levendige punkscene met andere extreme genres als grindcore en death metal enerzijds en de techno-scene anderzijds. Tussen die twee polen is er niet zoveel variatie. Gelukkig is er een breed en nieuwsgierig publiek en konden we na een tijd op meer interesse rekenen.”

“Punk in één woord? Attitude”: Gabriel Gabo (32, derde van links) maakt maatschappijkritische en ironische punk met zijn band Mercedes & Marxx

“Punk is meer nodig dan ooit, omdat het urgente tijden zijn en die vragen om snelle oplossingen”, gaat Gabriel verder. “Tijdens corona waren er al veel spanningen in de maatschappij, maar nu is het alleen maar erger geworden. Kijk maar naar het nieuws: er zijn terug oorlogen gaande!”. Ik vraag Gabriel of de populariteit van de het extreemrechtse AfD een impact heeft gehad op de Berlijnse punkscene. “Ik kan moeilijk in naam van heel de scene spreken, maar je merkt wel duidelijk een verschil in het dagelijks leven. Er zijn altijd al nazi’s geweest, maar ze hielden zich een beetje underground. Nu zijn hun opvattingen gangbaarder geworden. Dat leidt bijvoorbeeld tot meer geweld tegen immigranten. Dat hebben wij als band gelukkig nog niet meegemaakt, al hebben we wel al te maken gekregen met passief-agressieve opmerkingen op straat. Het is belangrijk om over zulke zaken te zingen, want shit is not getting any better.”

Ik besluit om op een positieve noot te eindigen en vraag Gabriel naar zijn wens voor de Berlijnse punkscene. “Misschien is het wat romantisch, maar ik hoop vooral dat mensen de scene gaan blijven ontdekken en steunen. Iemand heeft dát daar gedrukt zodat jij niet op je scherm moet staren”, zegt hij terwijl hij naar een geknutseld papieren concertprogramma wijst. “Die old school moeite bewijst dat de scene bruist en leeft. Er zijn zó veel bands die in zó veel plaatsen optreden. Vandaar ook de boodschap: get outside en ontdek de scene!”

Kapotte gitaar

Rond 21u betreden Vitalii en zijn twee bandgenoten het podium. Hij zit achter het drumstel, Jura Titov speelt bas en gitarist en bezielster Sarah Peresphona neemt de zang voor haar rekening. Die laatste is zonder enige twijfel dé blikvanger van de band. Haar prinsessenpak en -kroontje stralen onschuld uit, maar eenmaal in actie straalt Sarah onversneden je-m’en-foutisme uit. Ze vapet tussen nummers door, bekijkt zonder gêne de setlist op haar gsm (“we like things real, you know”) en kaart koeltjes the elephant in the room aan: “We’re a band from Russia. Yeah, we know.” Na een welgemikte middelvinger naar Poetin en zijn entourage zet de band “a song about fucking” in.

“We’re a band from Russia. Yeah, we know”: zangeres Sarah Peresphona van angelic milk kaart koeltjes the elephant in the room aan tijdens een razende show.

Halverwege het nummer slaat het noodlot toe: Sarahs gitaar werkt niet meer. Na wat geklooi met versterkers en kabels luidt het oordeel: total loss. Heel eventjes lijkt het alsof de band er de brui aan geeft, maar dan springt collega-zanger Gabriel vanuit het publiek het podium op. Hij duikt in de coulissen en haalt zijn gitaar tevoorschijn. Nog voor Sarah een noot heeft gespeeld, barst het meest oorverdovende applaus van de avond los. Alsof er niet is gebeurd zetten de drie hun rauwe rammelrock voort. Net als bij Mercedes & Marxx gaat het publiek compleet loos en riskeren enthousiastelingen maar al te graag een dubbele hernia in de moshpit. Op het einde van hun show kan ik maar één ding denken: Schokoladen moet een goudmijn zijn voor Berlijnse chiropractors.

Als ik Schokoladen buiten wandel om mijn metro te halen, vraag ik me af wat het langst van deze avond zal blijven hangen. De pieptoon in mijn oren? De sigarettenrook die zich heeft vastgebeten in mijn kleren? Nee, doe dan toch maar het moment dat Gabriel de dag redde door zijn gitaar uit te huwelijken aan Sarah. De grenzeloze barmhartigheid en weerstand van dat ene moment vatte namelijk zo goed samen wat Vitalii met community bedoelde. Moeilijk te organiseren punkshows, tirannieke overheden of extreemrechtse terreur: zolang er de onvoorwaardelijke verbroedering van punk is, zal de wereld altijd een beetje minder in brand staan. Of om het met de woorden van Guy Piciotto, zanger-gitarist van legendarische punkband Fugazi, te zeggen: “Punk is about building things, not destroying them.” Ganz korrekt, Guy.

Tekst en beeld: Kobe Rombouts