Ze noemen het neutraliteit, ik noem het uitsluiting
Het is september, dus tijd voor een nieuw schooljaar. Nieuwe brooddozen, nieuwe lessenroosters en in Oost-Vlaanderen een nieuw verbod. Vanaf 2026 mogen vrouwen met een hoofddoek er niet meer werken in provinciale instellingen. ‘Om de neutraliteit te bewaren’, klinkt het weer.
In april besloot de provincieraad om hoofddoeken te verbieden in provinciale instellingen. Vlaams minister van Samenleven en Binnenlands Bestuur Hilde Crevits (CD&V) hield het besluit even tegen wegens “procedurefouten”. Het provinciebestuur kondigde meteen erna aan dat het verbod alsnog zal ingaan in het schooljaar 2026-2027. Geen overwinning dus, louter een technisch uitstel. Terwijl leerlingen hun agenda’s invullen, tekenen beleidsmakers alvast de grenzen van wie er straks nog welkom is.
‘We vertrekken vanuit het neutraliteitsprincipe’, zegt N-VA gedeputeerde en leeraar godsdienst Kurt Moens. Neutraliteit, dat magische woord dat politici bovenhalen wanneer ze eigenlijk uitsluiting bedoelen, maar het properder willen laten klinken.
Het is een fascinerend soort neutraliteit, één die bijna uitsluitend geldt voor vrouwen met een hoofddoek, meestal van migratieachtergrond.
Niet voor de man met een kruisje om zijn hals.
Niet voor de vrouw met een Vlaamse-Leeuw-pin op haar tas.
Alleen voor de vrouw met een stukje stof op haar hoofd.
Zo neutraal dat het bijna wit is.
Ik ben zelf moslima, maar draag geen hoofddoek. Handig, blijkbaar. Het scheelt deuren die dichtklappen. Toch zie ik wat dat stuk stof met anderen doet. Slimme, ambitieuze en – hoe zeg je dat beleefd? – structureel buitengesloten jonge vrouwen. Het idee dat je je identiteit moet inleveren om in het plaatje te passen, is een dagelijkse vorm van vernedering. En het ergste? We zijn het bijna normaal gaan vinden.
En dan zeggen beleidsmakers dat het ‘voor hun eigen emancipatie’ is. Alsof vrouwen pas vrij zijn als ze uittrekken wat hen betekenis geeft. Een hoofddoek afnemen om vrijheid te schenken, dat is als iemands mond dichtplakken in naam van vrije meningsuiting.
De neutraliteitsmythe is misschien wel de mooiste leugen van onze tijd. Alsof iemand ooit neutraal is geweest. We dragen allemaal zichtbaar en onzichtbaar ons denken, onze opvoeding en onze overtuigingen mee. Maar zolang die overtuiging op de juiste manier verpakt is, heet het ‘professionaliteit’ en dan liefst westers, seculier en comfortabel herkenbaar. Als het anders oogt, is het plots een bedreiging.
Laten we eerlijk zijn, dit gaat niet over neutraliteit.
Het gaat over controle.
Over wie mag meedoen en op welke voorwaarden.
Over vrouwen die geacht worden dankbaar te glimlachen terwijl hun stoel al onder hen wordt weggeschoven.
Het is 2025, en we voeren nog steeds debatten over wat vrouwen op hun hoofd dragen. Dat alleen al zou reden tot schaamte moeten zijn. Maar schaamte, zo blijkt, is ook niet neutraal genoeg.
Neutraliteit? Alleen voor wie al binnen de lijntjes kleurt.



